Gelijktijdig

Op het moment dat Pieter van Vollenhoven in Den Haag het perscentrum Nieuwspoort betreedt om zijn langverwachte rapport over de Schipholbrand te presenteren, passeert op de Koekjesbrug in Amsterdam een jonge vrouw op een gammele fiets....

‘Met mij’, roept ze, ‘Hé, ik ga weer naar het strand. Ik skip college!’

Dat klinkt goed.

Ze vervolgt, na even te hebben geluisterd: ‘Met Roos. Die zit in de stress, weet je wel. Ik ga haar helpen.’

Op dat moment krijgt de wind vat op haar witte rok, die hoog opbolt en even haar ondergoed toont.

‘Wacht even’, zegt ze, ‘mijn rok.’

Ze stopt en slaat de wind uit haar kleding. Daarna wipt ze weer op het zadel. Dit met zo’n typisch vrouwensprongetje. ‘Uh? Op de fiets. Ik ga naar het station.’ En ze draait de Marnixstraat in, rakelings voor een bus langs die onderweg is naar Kudelstaart, waar bij het voetbalveld buiten het dorp een Corry Vonkpad is.

Roos?

Met welke stress zou Roos worstelen? Problemen met de studie, liefdesverdriet, gedoe met haar ouders, een jongere broer die een zelfmoordpoging heeft gedaan, een reis die voor de deur staat en waar nog veel voor moet worden geregeld, een eetstoornis, een oudere man die haar lastigvalt, geldzorgen? Het kan allemaal, en het kan door de dames op het strand worden besproken.

Je ziet ze liggen.

Handdoekje, iPod.

Flesje water, appel.

Minder makkelijk is het een precieze voorstelling te maken van de huiveringwekkende brand waarover Van Vollenhoven intussen in Den Haag vertelt. De details die aan het licht komen, zijn hartverscheurend, maar de brand zelf is ver weg, begraven in het verleden en de verhaalloze slachtoffers.

Het taalgebruik van de politici na afloop is voorspelbaar: een diepgaand debat, vraagtekens, aanbevelingen, politieke gevolgen.

Waarom geen ándere gevolgen?

Koekenbakkers die een deur open laten staan, oliebollen die géén deuren opendoen en ook niet weten hoeveel mensen er precies achter zitten, sufkezen die nog nooit een brandoefening hebben gedaan, klootzakken die gewoon maar wat bouwen en zich verder nergens zorgen over maken, zolang ze hun geld maar krijgen. Ze gaan allemaal gewoon door met falen en de minister treedt af om over een paar maanden weer even vroom als altijd terug te komen.

Tsja.

Roos, haar stress en de hulpvaardige vriendin met de bonte verzameling kettingen zitten inmiddels in de trein naar Zandvoort. Het is druk, ze zijn niet de enigen die op het idee zijn gekomen op deze schitterende dag naar zee te gaan en Pieter van Vollenhoven en elf asielzoekers te vergeten. De problemen die de meiden moeten behandelen, bewaren ze lekker voor straks, in het zand. Nu hebben ze het over flauwekul, studentenzaken. Roos heeft bovendien last van een kleine kater, de hele nacht geluld over haar stress, met andere vriendinnen, want zo gaat het als je jong bent. Hoe langer je praat, hoe groter de problemen worden – tot ze ineens voorbij zijn. Langzaam glijdt de trein door de duinen.

Als uren later de ministers Donner en Dekker hun ontslag hebben ingediend, liggen de meiden te kletsen in de zon. Ze hebben geen weet van wat hemelsbreed nog geen veertig kilometer verderop gebeurt. Ze leven in hun eigen wereld, al moeilijk genoeg– ze léven, bovenal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden