Geliefd in Noord-Ierland

VOLGENDE WEEK is het weer zover: de verjaardag van de Slag aan de Boyne (12 juli 1690), waarin de Nederlandse Willem III zijn Engelse schoonvader Jacobus II versloeg....

De vloek van een goed geheugen.

Maar geheugens worden zoals bekend, net als tradities, telkens opnieuw uitgevonden, en in ieder geval voortdurend bijgepoetst of aangepast aan de politieke en sociale behoeften van de dag, of desnoods uit halve waarheden bij mekaar gelogen. Zo kon Milosevic zes eeuwen na dato het Kosovaarse Merelveld (1389) nog altijd gebruiken om het Servische nationalisme aan te blazen, en zo hoeft Ian Paisley in juli maar op de kalender te kijken, of de adrenaline begint te stromen, en hij herinnert zich de Boyne van 311 jaar geleden als de dag van gisteren.

Wat kan de geschiedschrijving beginnen tegen zulke bedenkelijke annexaties van de geschiedenis?

Weinig natuurlijk. Demagogen en (Noord-Ierse) dominees hebben nou eenmaal een groter publiek dan historici. En je hoort politici soms wel praten over 'waarheidsvinding', maar ze weten wel beter. Hoeveel kiezers zijn geïnteresseerd in de waarheid?

Willem III, schrijft de historicus Wout Troost aan het eind van een biografie, 'heeft zich nooit kunnen realiseren, dat hij drie eeuwen later nog zo nadrukkelijk aanwezig zou zijn in de Ierse politiek'. Maar: 'Beschouwen de protestanten hem met recht als hun held en voorganger?'

Zijn antwoord luidt: 'Ik denk dat ze hun beeld van de stadhouder-koning dienen bij te stellen. Ze zouden zich meer bewust moeten zijn van de tolerantie die Willem tegenover andersdenkenden aan de dag legde. Hun wantrouwen ten opzichte van de katholieken zou er misschien door verminderen. Willem III, die de twee gemeenschappen niet van elkaar scheidt, maar nader tot elkaar brengt. Zou het ooit lukken?'

Waar de jury van de Nobelprijs in 1998 nog een uitroepteken zette achter de bekroning (voor de vrede) van David Trimble en John Hume, plaatst de historicus een vraagteken.

Twijfelen is zijn vak - dat spreekt vanzelf als je op zoek bent naar de waarheid.

Zijn boek maakt duidelijk dat Willem III op het oog misschien nog net de laatste Nederlandse hoofdrolspeler op het Europese toneel is geweest, maar dat hij in werkelijkheid steeds afhankelijker werd van machten die sterker waren dan de zijne, en dat de meeste van zijn acties niet meer waren dan afgedwongen reacties - om te beginnen al meteen in 1672, toen hij de reddeloze, redeloze en radeloze republiek moest verdedigen tegen een coalitie van Franse, Engelse en Duitse vijanden.

Maar ook de 'invasie' van Engeland in 1688 was op z'n mooist een afgeleide wilsdaad: hij vreesde een nieuw bondgenootschap tussen Jacobus II en Lodewijk XIV en arrangeerde een 'uitnodiging' van zeven Engelse rebellen - onder wie een bisschop, een admiraal en een ex-ambassadeur - die van hun roomse koning af wilden.

De vlaggen op Willems invasievloot getuigden trots van het grote doel: haec religonis ergo, omwille van de godsdienst(vrijheid), en de wind die de Engelse schepen in hun havens hield, heette, onder dankzegging aan onze lieve heer, 'een protestantse wind'. Maar de Glorious revolution die volgde was bovenal glorieus voor het Engelse parlement dat, verlost van de autocratische Jacobus, z'n eigen bevoegdheden in een Bill of rights veiligstelde.

Samen met zijn vrouw Mary werd Willem de vacante troon gegund, maar over de dubbeltitel koning-stadhouder, leerde we vroeger op school al dat Willem voortaan koning van Holland, en stadhouder van Engeland zou blijken. Troost heeft in z'n titel de gebruikelijke naamgeving ook bewust omgedraaid: het gaat bij hem om Stadhouder-koning Willem III.

Het boek heet met nadruk een politieke biografie, wat mede te maken zal hebben met de omstandigheid dat over het persoonlijk leven zo weinig bekend is geraakt. 'In ongeluk geboren en in ongeluk grootgebracht', is over hem gezegd. Hij kwam acht dagen na de dood van z'n vader ter wereld en de Hollandse regenten - die voor de hele republiek al een stadhouderloos bestuur hadden doorgedrukt - legden per Acte van Seclusie vast, dat ze de Oranjetelg nooit meer tot stadhouder of kapitein-generaal zouden benoemen: niet meteen een klimaat waarin een kind vrolijk opgroeit.

Voorzover geslotenheid en argwaan al niet in z'n karakter besloten lagen, zullen de eigenschappen in de praktijk zijn aangescherpt door het besef dat hij het moest opnemen tegen een jaloerse, om niet te zeggen vijandige buitenwereld, en in de Nederlanden meer speciaal tegen één superieure antagonist: de raadpensionaris Johan de Witt.

In staatkundig opzicht is Willem waarschijnlijk de interessantste van alle Oranjes geweest. Zijn vier voorvaderen hadden het land in een oorlog van tachtig jaar onafhankelijk helpen maken - mooi werk natuurlijk, dat hun op den duur ook een zekere dynastieke waardigheid had opgeleverd, maar de facto bleven de lakens al die tijd uitgedeeld worden door de oligarchen van de Staten. Toen eindelijk de vrede, en de erkenning, was getekend, hadden de Heren geen Oranje meer nodig. Ondankbaar, kun je zeggen, maar daar moet bij bedacht worden dat de laatste van de grote vier, Willem II, de vader van III, vlak voor z'n vroege dood nog zoiets als een machtsgreep had gedaan, en met de arrestatie van zes voorname Hollandse regenten ongewild een 'Loevesteinse factie' in het leven had geroepen, die wraak zwoer.

Tot het 'rampjaar' aanbrak, en de 21-jarige prins als het ware bij acclamatie werd uitgeroepen tot verdediger van de Ware Vrijheid, die de Loevesteiners sinds 1650 in pacht meenden te hebben gehad. Een 'gerechtelijke moord' zoals overgrootvader Maurits op Oldenbarnevelt had laten voltrekken, was niet nodig. Een zekere orkestratie van de volkswoede was voldoende om het lot van Johan de Witt en z'n broer Cornelis te bezegelen. Troost reikt de bronnen, en de interpretatie van grote voorgangers (Fruin, Japikse, Roorda) aan om te concluderen: 'Indirect draagt de prins dus wel degelijk schuld voor de afgrijselijke moorden van de burgerij op zijn politieke tegenstander' - en vooral: 'Veel kwalijker is, dat hij de schuldigen niet vervolgde, ja zelfs sommigen van hen met een jaargeld en ambten beloonde.'

Hoe het zij, van 1672 af tot aan zijn dood in 1702, zou Willem III de politiek in eigen land domineren, en in die van Europa op z'n minst een medespeler blijven met wie rekening werd gehouden.

Wat het eigen land betreft hield hij zich behoedzaam aan de formele staatse regels die al golden sinds de Unie van Utrecht, dat wil zeggen dat hij de ponteneuren van met name de Hollandse regenten ontzag, of als het niet anders kon omzeilde. Hij was een groot tacticus, met een grote ambitie waar hij zich niet van af liet brengen.

Aan die ambitie - een Europees tegenwicht te vormen tegen het vermeende katholieke absolutisme van de Franse koning - zou hij zich naar het oordeel van Troost allengs vertillen. De macht van de kleine republiek moest ten slotte, al was het alleen maar economisch, wel bezwijken onder de concurrentie met Engeland en Frankrijk, die in de tweede helft van de eeuw juist aan een periode van politieke stabiliteit begonnen. De Verenigde Provinciën hadden zich in diezelfde tijd, in het jargon van Paul Kennedy, te ver 'uitgerekt', en je zou Willem kunnen verwijten dat hij blijkbaar geen moment heeft beseft hoe onherroepelijk het Europese machtsevenwicht bezig was te verschuiven ten ongunste van de Nederlanden.

Zo belichaamde hij het einde van onze Gouden Eeuw, dat overigens ook zonder zijn geopolitieke overmoed wel zou zijn aangebroken. Met hem kwam bovendien een eind aan de lijn van directe afstammelingen van De Zwijger. Zo markant als de eerste 'echte' vijf, zouden de prinsen en koningen die zich nadien nog Oranjes noemden, nooit meer worden.

Hij sprak, schrijft de gewetensvolle biograaf, 'gezien zijn geslotenheid en geringe toegankelijkheid weinig tot de verbeelding'. Doodgaan omdat je paard over een molshoop struikelt, is wat dat betreft natuurlijk ook niet meteen een aanbeveling geweest. In ons nationale geheugen speelt hij geen rol meer. Alleen in Ulster houden ze in zijn naam nog altijd oranjemarsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden