Column

Gelegenheden me te verkleden als meneer grijp ik gretig aan

Mijn pakken blijven meestal ongedragen omdat Hollanders het raar vinden als je er netjes uitzie.

Beeld Robin de Puy

Mijn vader nam me uit lunchen in een kaktent, wat ik leuk vind, want ik hou van kak, van aardappels in de keel, van correct gedekt bestek, van gestreken vouw in de pantalon, van een stevige handdruk en van mekaar in de smoel kijken na de eerste slok.

In deze kaktent was jasje-dasje verplicht, wat me heel vrolijk maakte. Elke gelegenheid om me te verkleden als Meneer grijp ik gretig aan. Mijn pakken blijven meestal ongedragen omdat Hollanders het raar vinden als je er netjes uitziet - dat mogen alleen advocaten, hoofdredacteuren van landelijke dagbladen en mensen op televisie. Meestal ben ik niet op televisie.

Ik heb ook een lade vol smaakvolle dassen die nog ongedragener zijn dan mijn pakken, want waar een pak nog wel eens mag, wordt een das alleen getolereerd bij begrafenissen en bruiloften. Voor de spiegel probeerde ik alle combinaties van pakken, overhemden en dassen uit, en koos voor een lichtgrijs schouderloos model met simpel wit overhemd met bescheiden kraag en een donkerblauwe zijden das. Eronder een paar zwarte suède Nikes Janoski's, want dat is toegestaan sinds herziening van de Wet Op Formele Kleding uit 2004, en dat recht laat ik me niet meer afpakken.

De kaktent was gelegen aan het Scheveningse strand, bovenop een kale, winderige duin. Het gebouw was een soort marmeren mausoleum, en met de dreigende lucht erboven leek het of we in een Carel Willink-schilderij stapten. In de lobby schikte ik alles recht voor de spiegel. Gek, ik zag er ineens heel hipsterig en ongewassen uit - deze spiegel werkte duidelijk minder goed dan die bij mij thuis. Geen nood, ik was voorzien van zowel het reglementaire jasje als het complementaire dasje, dus wie maakte me wat.

Met mijn vader was het gezellig. Zo gezellig dat ik mijn jasje uittrok. Ik had het nog niet op mijn rugleuning gehangen of een serveerster stoof op me af met de mededeling dat ik 'm aan diende te houden. In één soepele beweging trok ik het jasje weer aan, alsof ik 'm alleen maar had willen luchten. Maar alle nette mensen hadden mijn ontmaskering natuurlijk geregistreerd, voelde ik, en mijn gezicht gloeide boos. Uit protest wipte ik mijn schoenen uit onder de tafel. Pak aan, establishment. Door de statige ramen leek ook de zee kwaad te worden. Witte koppen verschenen op het onrustige water.

Even verderop zat de winnaar van de Hans-van-Baalen-lookalike-wedstrijd 2014. 'Ik heb AL-LES gelezen over die vluchtelingen!', verklaarde hij ineens op luide toon, alsof hij het hele restaurant toesprak in plaats van zijn disgenoot. 'En ik wil er niets meer over horen!' Ik deelde het sentiment. 'Krijg ik een gratis woning? Krijg jij een gratis woning? Waarom krijgen zij dan een gratis woning?'

Ja. Daar had-ie me tuk.

'HUP, OPPAKKEN, INSCHEPEN EN TERUGSTUREN!'

Hij droeg zijn pak achteloos. Hij had zich niet, zoals ik, verkleed. Hij wás een Meneer, en een hele nette. Ik stelde me hem voor, strompelend over het strand, met zijn vader op zijn rug gehesen en zijn zoontje aan de hand. Achter de duinen brandde Wassenaar tot de grond af. Wanhopig keek hij over de woedende zee.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden