Geleerde ooghen in ' t hooft

Ernst van de Wetering, de Rembrandt-kenner, kreeg bij zijn afscheid van de universiteit een liber amoricum, vol studies gedragen door fundamenten van voetnoten....

Pas bij zijn afscheid zal een hoogleraar de universaliteit en de willekeur van zijn geest ontdekken. Wanneer hij althans een afscheidsbundel krijgt aangeboden. De geleerdheid van zijn leerlingen – hun geesten zijn door hem gevormd – moet hem overweldigen, de vele richtingen waarin zij gingen, verbazen. De vele belangstellingen die hem door collega's in de bundel worden toegedacht, zullen de ontdekkingstocht door zijn eigen geest nog versnellen. Ik schrijft die binnengedachten toe aan de Amsterdamse hoogleraar kunstgeschiedenis Ernst van de Wetering. Hij kreeg enige tijd na zijn afscheid van de universiteit een bundel studies onder de titel The Learned Eye. Zo'n titel wordt onvermijdelijk een aanduiding van de persoon voor wie alles werd geschreven. Het gaat hier uiteraard vooral om een topos in de theorie van de kunst: wie er over wil oordelen, moet de kunst beoefend hebben; hij moet een geoefend oog hebben. Van de Wetering is zijn loopbaan begonnen op de Koninklijke Academie in Den Haag: hij werd schilder. Hij kreeg de 'konst-geleerden ooghen' die hem een ongewone kunsthistoricus zouden maken, een kunsthistorische technicus vaak, grootmeester in het onderzoek van de materie en het ontstaan van het kunstwerk. Wie de geest wil verstaan, moet zijn visionaire oog ontwennen tot learned eye.

Van de Wetering heeft zijn formidabele kennis vooral in dienst gesteld van Rembrandt en het Rembrandt Research Project. Zijn in 1997 verschenen Rembrandt. The Painter at Work wordt algemeen als zijn belangrijkste werk beschouwd. Misschien hebben de 'geleerde ooghen in ' t hooft' hem voor elke vorm van duister kijken behoed. Ik ken weinig kunsthistorici die zo helder, eenvoudig bijna, schrijven. Donkere speculatie moet een doem voor hem zijn.

De bundel heeft als ondertitel Regarding Art, Theory, and the Artist's Reputation. De bijdragen heten op de titelpagina 'essays', op een enkele uitzondering na – een mooi luchtig verhaal van Henk van Os – gaat het om studies, die gedragen worden door brede fundamenten van voetnoten. Ondanks de ordening in vier delen – een beetje veel voor een boek van tweehonderd pagina's – is de bundel van een hogere willekeur, door een enkele geest nauwelijks te omvatten. In 'materialistische' studies over het rood als ondergrond – heel mooi – en het gebruik van hout in Rembrandts atelier komt men bij Van de Wetering zelf binnen, even. Maar de studie in het boek die Van de Weterings werkwijze en kennis het meeste recht doet, is de werkelijk meesterlijke studie van Thijs Weststeijn Rembrandt and Rhetoric. The Concepts of affectus, enargeia and ornatus in Samuel van Hoogstraten's Judgement of His Master. Van Hoogstraten was als schilder leerling van Rembrandt; hij publiceerde een zeer invloedrijk schildersboek. Hij spreekt zijn grote waardering voor Rembrandt uit in begrippen uit de retoriek. Weststeijn geeft een heel scherpe betekenisanalyse van de begrippen, met de analyse van ornatus als hoogtepunt. Veel over vormen van waardering van kunst in de zeventiende eeuw wordt zichtb aar.

In de delen drie en vier wordt de willekeur compleet: een collectie kleine kunsthistorische studies, waarvan ik de bijdrage van Eric Jan Sluijter over Goltzius het boeiendst en ook het slimst vind. De zeer fraai uitgegeven bundel kan het niet zo sterke karakter van het genre Liber Amicorum niet verbergen.

Een bijzondere bijdrage is die van Arthur Wheelock, conservator van de noordelijke barokke schilderkunst van de National Gallery of Art in Washington, over kleurensymboliek in de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst. Niet zozeer de praktijk, maar de theorie er achter – natuurlijk Van Hoogstraten, maar ook de 'kleurenlijsten' van Harmen en Gesina ter Borch, broer en stiefzus van de grote schilder Gerard -maken de bijdrage uitzonderlijk interessant. Hoeveel theorie is er de laatste halve eeuw niet achter onze zeventiende-eeuwse kunst zichtbaar geworden. Het 'vrije' oog krijgt geen kansen meer. En toch, denk ik, ver in mijn achterhoofd, dat Van de Wetering het plezier van die vaak bewonderende vrijheid blijft nastreven. Schools is hij in elk geval nooit geworden. Met achter een leerstoel een atelier kan het niet anders. n

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden