Geleerde meesters van het boek

Op 8 september jongstleden hield Frans A. Janssen zijn afscheidscollege als hoogleraar boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. 'De rechthoek in de typografie' was de ondertitel, Bladbespiegelingen de hoofdtitel, een speelsheid in de loden ernst van het vak....

Na zijn lezing kreeg Janssen een boek aangeboden, waarin 26 essays van hemzelf bijeen zijn gebracht: Technique & Design in the History of Printing. Hij overhandigde het boek meteen aan de grote letterontwerper en typograaf Bram de Does. Die heeft het boek zo magistraal (en klassiek) vormgegeven, dat de essays vanzelf naar de onsterfelijkheid beginnen te reiken, een bewijs voor Janssens stelling dat de typograaf de tekst pas vorm en daarmee zijn betekenis geeft!

De boekwetenschapper heeft verschillende gestalten. Een ervan is die van de kunsthistoricus; die is mij het liefste. In zijn beschouwing en analyse van het kunstwerk dat het boek ook kan zijn, heeft Janssen het oog van de meester. Twee studies dingen naar de eerste prijs: die over een der mooiste boeken ooit gemaakt, 'de poliphilus', officieel Hypnerotomachia Poliphili van Francesco Colonna, in 1499 bij de grote drukker Manutius in Venetierschenen. Onder bibliofielen is het boek, naar Janssens zeggen, een cultboek geworden. Elke bladzijde die ik ervan te zien krijg, maakt mij gelukkig, want is in superieur evenwicht als een Vermeer.

De tweede studie is die over de door Henri Estienne in 1512 gedrukte editie 'Episolaae Pauli'. De gedachte achter de studie is mooi: ze is het juryrapport voor het beste boek van 1512. Zelden ben ik door een jury, die hier niet de losse zinnen van de lof, maar een diepgaande analyse schrijft, zo overtuigd.

De kunsthistoricus is altijd noodzakelijkerwijs in het gezelschap van de kenner van de druktechniek. De technicus is de tweede gestalte van de boekwetenschapper. Zijn kennis is zeer omvangrijk, want houdt zich met vele zaken bezig: druktechniek in strikte zin, papier, lettertypen, enzovoort. In vijf essays, verzameld onder de titel Analytical Bibliography, laat de technicus Janssen zich in zijn veelzijdigheid zien, het mooist in 'The widow Moretus (van de beroemde drukkerij Plantijn in Antwerpen, F.) buys new type via Ysbrand Vincent (1706)', een Amsterdamse papierhandelaar die met Plantijn ook lettertypen uitwisselde. De studie is ook weer scheidingen in zuiverheid zijn gelukkig niet te maken een heel mooi stuk geschiedenis van de drukkunst. Tot de kennis van de techniek behoort uiteraard die van de drukpersen. Die krijgen een apart deel, van vier studies.

Het allermooiste materiaal, waarin techniek, cultuur, geschiedenis, evolutie en nog meer samenkomt, zijn de drukkershandboeken. Zes studies bespreken die handboeken samen vormen ze misschien wel het mooiste, want leerrijkste deel van het boek, het persoonlijkste ook, want we leren de schrijvers ervan, zelf natuurlijk drukkers, kennen. Ze zijn de didactici van het drukkersvak en de boekenkennis, en in zoverre voorgangers van Janssen zelf.

Boekwetenschap is in alle opzichten en misschien wel in de eerste plaats geestesgeschiedenis. Alles rond het boek staat in dienst al mag men van Janssen de dienstbaarheid niet benadrukken van het allerbeste dat de menselijke geest heeft voortgebracht. Boeken worden uitdrukking van de geest van de lezer in het allermooiste dat de cultuur heeft voortgebracht: de bibliotheek.

Met zes studies over 'Bookcollecting' sluit de bundel af. Het omvangrijkste stuk in deze afdeling handelt over de 'Bibliotheca Philosophica Hermetica' in Amsterdam; Janssen was daarvan jarenlang bibliothecaris. Het is de geest en dat is de levensbeschouwing van de stichter, J.R. Ritman, die de bibliotheek vormde. Het essay gaat over de filosofie van het hermetisme en hoe die in bepaalde boeken uit de biblotheek gepresenteerd wordt (en zo de aanwezigheid van die vaak kostbare boeken rechtvaardigt).

Ook de Poliphilus van Manutius is aanwezig, een van de zeven exemplaren in Nederland. Het hoort in deze biblioheek, vanwege de neo-platoonse geest van de roman, maar ook om de alchemistische interpretatie die er in het midden van de 16de eeuw van gegeven is. Er zijn slechtere redenen om een van de mooiste boeken in bezit te hebben.

Heel goed in de laatste afdeling is het stuk over de bibliotheek van Thyssen in Leiden, kleinschalig vergeleken met buitenlandse particuliere bibliotheken die opengingen voor het publiek, maar daardoor typisch Nederlands.

De reikwijdte van Janssens boek is Europees, naar bestudeerde stof vooral, naar de lectuur die er de grondslag van vormt (zie het ook typografisch prachtige notenmateriaal). De begrenzing van de gelijktijdig met Janssens boek verschenen studie van de Groningse boekwetenschapper Jos M.M. Hermans lijkt provincialer. Deze studie handelt over de boeken die tussen 1477 en 1523 in de toen welvarende hanzestad Zwolle zijn gedrukt. De verspreiding van de boeken veroorzaakte de ontgrenzing van de provincie. Zwolse boeken voor een markt zonder grenzen is de titel.

Is Janssens een beschouwer en daarmee een essayist, Hermans is de geleerde onderzoeker en speurder, die nooit genoeg te prijzen stofklopper van de wetenschap. In zijn schitterend geustreerde boek brengt hij allereerst Zwolle als boekenstad aan het eind van de Middeleeuwen in beeld; veel van wat bekend is wordt opnieuw geordend en daardoor helderder. Het tweede deel beschrijft de productie van het gedrukte boek. Dat is een algmeen deel, dat misschien te veel herhaling van zetten en zetsels is. De echte onderzoeker wordt zichtbaar in het derde deel, waarin de Zwolse drukkers uit de gegeven periode in beeld komen, met de priester-drukker Simon Corver als belangrijkste figuur. (Hij verliet het priesterschap; we zijn in de vroege jaren van de reformatie.) Het vierde en laatste deel is het indrukwekkendst; het is een catalogus van alle bekende in Zwolle gedrukte boeken. Ze worden beschreven (de auteur moet ze alle in de hand hebben gehad), en hun huidige verblijfplaats over de grenzen van het land en het continent heen is aangegeven.

Misschien is het boek te puur boekwetenschappelijk. De ruimte rond de boeken die het drukken van juist deze werken kan verklaren blijft onzichtbaar. En dat is jammer. Want lezend in die catalogus hield ik te veel vragen over. Ik zou graag het grootste deel van die verre boeken lezen, om de christelijke en wetenschappelijke geest van de tijd en de streek te leren kennen!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden