Geleerde dame, dartelend op de planken

Cabaretière Jacquelien de Savornin Lohman (80) koos pas tien jaar geleden, na een carrière als advocaat, hoogleraar en politica, voor het podium. Schaamteloos en energiek houdt ze haar generatiegenoten een spiegel voor.

Ze beweegt als een 20-jarige, leeft als een 40-jarige en zingt als een 60-jarige. Tachtig is Jacquelien de Savornin Lohman en ze staat nog gulzig in het leven. Deze week begint ze aan een nieuwe tournee door het land met haar inmiddels vierde cabaretprogramma Liedvermaak. De voormalige advocaat, hoogleraar en politica begon tien jaar geleden aan een nieuwe carrière. Ze verschoof de katheder dit keer naar de planken. Eerst voorzichtig met een onewomanshow tussen de schuifdeuren met hulp van haar (klein)kinderen en sinds een paar jaar met een impresario in kleine zalen van grote schouwburgen, van Drachten tot Den Haag.


Jacquelien de Savornin Lohman gaat door voor 'oudste cabaretière van Nederland'. Een etiket dat ze zelf nooit verzonnen zou hebben. Oud voelt ze zich immers niet; daarvoor is ze te jong van geest en zijn haar ledematen te soepel - elke dag begint met een uur yoga. Op het podium dartelt ze verhalen vertellend rond en zingt ze loepzuivere, zelfgeschreven liedjes met de stem van een 60-jarige, vindt haar pianist Bam Commijs.


Hoe leeftijdloos ze ook lijkt, de avonturen van de 65-plusser zijn wel een terugkerend thema in haar voorstellingen. Voor alles wil ze het beeld van de klagende en beklagenswaardige oudere nuanceren, generatiegenoten bemoedigen en aansporen zich niet in dat kamp te begeven. Er zijn immers gepensioneerden zat vol levenslust, relativeringsvermogen en humoristische praatjes. Zelf is ze de verpersoonlijking daarvan.


Ik zou zo graag vliegen naar de maan


Naakt willen dansen in de Jordaan


Op golven wiegen in de oceaan


In het holst van de nacht op een torenspits staan


(Uit: Doen moet je doen)


Ik heb verrukkelijk gedanst met Gabrielle


Die kan me dan honderduit vertellen


Over alle interessante gezwellen


Die haar ingewanden kwellen.


(Uit: Gabrielle)


Spot en zelfspot, daarvan zijn haar voorstellingen doordrenkt. Ze houdt zeurende leeftijdgenoten een lachspiegel voor en steekt in sketches de draak met haar eigen 'seniorenmomenten'. In haar eerste voorstelling Tijd van leven klungelde ze met een verstelbare bureaustoel. Om ineens languit voorover te vallen en een moment roerloos op het podium te blijven liggen, waarmee ze de mensen in de zaal de schrik van hun leven bezorgde. Daar zul je het hebben, nu is het gebeurd. Maar de slanke cabaretière veerde even snel weer op als ze te pletter was gevallen. In haar capriolen op het podium kent ze geen enkele gêne. Ze verschijnt met een stalen gezicht in badpak, als de verdwaalde oudere die de weg naar het zwembad kwijt is. Beschaafd en onderhoudend blijft het wel; ze is tenslotte een geleerde dame.


Haar vaste componist en pianist Bam Commijs vergelijkt haar met historicus Maarten van Rossum, 'Ook een intellectueel met een natuurlijke aanleg tot entertainen'. Maar aan politieke en actuele kwesties als het seniorenoproer waagt ze zich niet. 'Dan dreigt het een college te worden en die tijd heb ik gehad. Ik blijf dicht bij wat mij zelf bezighoudt.' En dat is niet de angst voor een kleiner pensioen. 'Veel ouderen van nu zijn welvarend. Het is zonde van de energie je druk te maken. Daarvoor is het leven te kort.'


Hoewel ze vaak wordt gevraagd op te treden in verzorgingshuizen, mijdt ze dat circuit. Ze heeft het één keer gedaan en zag al na een paar minuten knikkebollende toeschouwers. Ze ziet zichzelf als een serieuze kleinkunstenaar en wenst een serieus publiek. Dat vindt ze vooral onder leeftijdgenoten, die herkenning en relativering vinden in haar voorstellingen. Theaters programmeren haar bij voorkeur in de kleine zaal - 'gezien haar volume, kleine présence en behoefte aan contact met het publiek', zegt een programmeur. Dat publiek wil ze verbreden. Haar tournee begint ze daarom donderdag in studententheater Crea in Amsterdam.


In de collegezaal en nu het theater voelt ze zich meer thuis dan in de arena van de politiek. Hoewel ze medeoprichter is van D66 en voor die partij vier jaar in de Eerste Kamer zat, heeft ze weinig meer met wat zich op en rond het Binnenhof afspeelt. 'Het is te vaak gesjagger, slechte wetten aannemen in het belang van de coalitie. Ik bleek er niet geschikt voor, kreeg er gordelroos van. Maar we moeten het er wel mee doen.'


In het theater kan ze ongehinderd en op haar eigen manier haar visie verkondigen. De humoristische verpakking waarin ze haar verhalen giet, zit in haar genen. Als er geen hoop is, moet je lachen, ondervond ze in de oorlogsjaren in Nederlands-Indië, een periode die haar sterk heeft gevormd.


Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië verloor de jonge Jacquelien haar vader en verbleef ze drie jaar lang met haar moeder en jongste zus in een interneringskamp in Batavia. Haar twee oudere broers zaten in het mannenkamp. Door het gebrek aan vitaminen brandden de blaren op hun tong en tandvlees. 'De vlammen slaan uit mijn mond', zei Jacqueliens moeder op een dag. 'Zet er snel een pannetje onder', flapte haar dochter eruit. Er was immers ook gebrek aan brandstof om op te koken. 'Ik was bang dat mijn moeder boos zou worden maar gelukkig kon ze de humor inzien van mijn opmerking.'


Ze beleefde deze periode als een avontuur, zoals een kind dat doet, maar verankerde wel in haar ziel gebeurtenissen van grote onrechtvaardigheid. Zoals de kokkinnen en hun toezichthouders, die de tiener bij het spontaan binnenlopen van de keuken stiekem het karige vet van de soep zag slurpen voordat die aan de kampbewoners werd opgediend. Dergelijke gebeurtenissen maakten van haar een 'rechtvaardigheidsridder'.


Zo zal haar jongste zoon Bas nooit vergeten hoe ze probeerde te voorkomen dat een klasgenoot op de middelbare school door de directie van school werd gestuurd omdat hij van iemand geld had gestolen. 'Deze straf vond ze geen oplossing.' Mogelijk gevoed door haar kampervaringen is De Savornin Lohman tot diep in haar vezels gekant tegen elke vorm van repressie. Jarenlang zette ze zich als jurist en medewerker van de Coornhertliga in voor alternatieve straffen en stond ze aan de wieg van slachtofferhulp.


Ook de naoorlogse jaren zijn bepalend geweest in haar levenshouding en keuzes. Zodra de Japanners waren verdreven keerde haar moeder met haar vier jonge kinderen met de boot terug naar Nederland. Zonder man en zonder inkomsten trok ze met haar gezin in bij haar moeder.


Van de kracht die haar moeder in de oorlogsjaren toonde, zag Jacquelien in Nederland nog maar weinig terug. Ze werkte niet, was financieel afhankelijk van haar familie en alles draaide om haar kinderen. Benauwend, vond ze dat als kind. Zelf zou ze het heel anders gaan doen. Financieel onafhankelijk zou ze zijn, een eigen leven zou ze leiden naast het moederschap, en haar kinderen zou ze vrijheid geven. En zo heeft ze het gedaan.


Tijdens haar huwelijk met journalist Rob Soetenhorst kreeg ze drie kinderen. Ze werkte parttime als advocaat, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar jeugdhulpverlening aan de universiteit. Tussendoor promoveerde ze, was ze betrokken bij de oprichting van D66 ('uit rebellie - om de christelijke partijen waar mijn grootvader met zijn CHU medeoprichter van was, om zeep te helpen'.) en schreef ze boeken en publicaties over juridische en maatschappelijke kwesties.


Voor haar tijd was ze een uitzondering, als vrouw met een indrukwekkende loopbaan en de zorg voor drie kinderen. Ze is vrijgevochten, van aanpakken en niet zeuren, zegt haar zoon Bas Soetenhorst. Hij herinnert zich een moment multitasken van zijn moeder. Ze was aan het koken en belde tegelijkertijd met een collega. Terwijl ze diep in gesprek was, brandde het eten aan. De pan kwam gewoon op tafel te staan met de nuchtere toelichting: 'Na één hap proef je het niet meer.'


Eén moment van ontreddering heeft ze gekend. Toen haar echtgenoot haar in 1990 verliet voor een ander. Ontrouw is haar wezensvreemd. De kinderen waren al het huis uit. Ze besloot huis en haard in Oegstgeest te verlaten en begon een nieuw leven in Amsterdam met veel oude en nieuwe vrienden om haar heen. Ze schreef in wat waarschijnlijk haar moeilijkste jaren waren het boek Doe wel en zie om, over het spanningsveld tussen hulp en recht.


Haar collega-hoogleraar Theo Schuyt, ook nu nog verbonden aan de VU, bracht haar een fles champagne. 'Een fantastisch boek van een oorspronkelijk denkster, waarin ze meer erkenning bepleit voor de professionaliteit van hulpverleners in de frontlinie. Wat een vooruitziende blik. Het bewijst maar weer eens dat auteurs de beste boeken schrijven als zij in grote nood verkeren. Ik denk dat Jacquelien ermee het verdriet van haar scheiding heeft verwerkt.'


Jacquelien de Savornin Lohman is een voorloper. Ze was de eerste studente in de jaren vijftig aan de Universiteit Leiden die rondliep in een broek. Ze werkte stug door in een tijd dat vrouwen werden ontslagen of zich vrijwillig terugtrokken in huis zodra ze kinderen kregen. En ze is én verbeeldt de vitale oudere waar de overheid zich in de nabije toekomst een land vol van wenst. Maar wat de 80-jarige cabaretière en scriptiebegeleider betreft wel ieder op zijn eigen manier.


Grootouders als wekelijkse oppas voor de kleinkinderen vindt ze een inbreuk op de privacy van de jonge ouders. Ieder mag zijn eigen leven leiden. Elk jaar neemt ze een kleinkind mee uit kamperen, in een tentje met een matje op de grond. Een logeerpartij moet maanden van te voren worden geboekt, want oma heeft een volle agenda met teksten schrijven, repeteren, optreden, buitenlandse reizen, studenten begeleiden met hun scriptie, het updaten van haar website op de iPad en tal van denk-, wandel- en eetclubs waarin ze actief is. Zelfredzame en participerende ouderen ja, maar wel vrijgevochten en eigenzinnig.


Dit profiel is tot stand gekomen op basis van interviews met de hoofdpersoon, familie, theatermensen, oud-collega's en vrienden, archiefmateriaal e...


CV

1933 - geboren in Buitenzorg, Nederlands-Indië


1942-1945 - interneringskamp, Batavia


1952 - diploma gymnasium-B, Overveen


1958 - afgestudeerd Rijksuniversiteit Leiden, rechten


1960-1972 - advocaat


1972-1982 - medewerker juridische faculteit Leiden, stafmedewerker SCP


1982-1998 - hoogleraar Universiteit van Amsterdam


1992-1996 - lid Eerste Kamer voor D66


1998 - met pensioen


1998-2003 - onderzoeker Hilda Verwey-Jonker Instituut


2003-heden - cabaretier en scriptiebegeleider studenten


Jacquelien de Savornin Lohman was dertig jaar getrouwd met journalist Rob Soetenhorst. Ze heeft drie kinderen en zeven kleinkinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden