Geldjongens blijven lachen

Vier jaar duurt de crisis al. Bij het oplossen ervan zou het democratisch tekort van Europa wel eens voordelig kunnen zijn.

De wereldwijde financiële crisis, begonnen als een vlekje op de Amerikaanse huizenmarkt en in 2009 met het aan het licht treden van het bedrog van Griekenland naadloos overgegaan in de crisis van de euro, duurt nu alweer vier jaar, net zolang als de Eerste Wereldoorlog.


Zo bezien valt het aantal slachtoffers erg mee. Meer dan een aantal zelfmoorden, onder wie de zoon van de New Yorkse meesteroplichter Bernard Madoff, zijn er tot nu toe niet gevallen. Maar wat niet is, kan nog komen. Volgens de Franse minister van Buitenlandse Zaken Alain Juppé staan ons gewapende conflicten te wachten als de euro valt. In Nederland is er niemand die hem gelooft, wat misschien ook komt doordat wij de crisis zien door de geruststellende ogen van De Nederlandsche Bank, waar de oude rot Nout Wellink als president heeft plaatsgemaakt voor de jonge Klaas Knot. Die naam klinkt ouderwets degelijk, zoals onze eveneens nog jonge minister van Financiën Jan Kees de Jager ook geen man lijkt die zich knollen voor citroenen laat verkopen.


Toch is dat precies wat er op megaschaal is gebeurd, althans in de grote wereld, waarin Nederland een vlekje op de kaart is. Ons land is nog steeds Triple-A, en die status danken we aan ons prudente financiële beleid. Wij zien dat graag als eigen prestatie, die extra gewicht krijgt doordat wij als enige land in de eurozone de monetaire koers van Duitsland al sinds jaar en dag (1983) volgen.


Dan is het wrang dat juist de strenge DNB-president Wellink de zondebok is geworden van alles dat hier sinds 2008 op financieel gebied is fout gegaan. In het door de financieel journalist Roel Janssen opgetekende Wellink aan het woord verdedigt de bankpresident zich hartstochtelijk en ook wel een tikje verongelijkt tegen alle kritiek.


Het is goed dat ons een inkijk in de gedachten van Wellink wordt gegund en dat we ook de stress kunnen meevoelen waaronder de bankpresident samen met Jan Peter Balkenende en Wouter Bos hebben gestaan toen na het omvallen van Lehman Brothers ineens alles misliep. Wellink stond altijd kritisch tegenover de overname van ABN-AMRO, maar kreeg daarvoor geen gehoor bij Balkenende (tevens CDA-partijgenoot).


Dat blijft iets vreemds en doet vermoeden dat Wellink ook niet echt hard genoeg aan de bel heeft getrokken. Die indruk wordt bevestigd doordat Wellink zelf zegt dat hij op sommige momenten ging twijfelen aan zijn eigen analytische vaardigheden, normaal zijn sterkste punt. De bankpresident is geen econoom, maar een jurist voor wie de regels voorop staan en die dekking zoekt bij de politiek. Pas toen met het leegbloeden van Fortis een financiële ramp dreigde, kwam hij met Bos en Balkenende in actie.


Wellink beklaagt zich erover niet juist te zijn voorgelicht door de Belgen, die de Nederlanders eerst overal buiten wilden houden, en door zijn Britse collega, die verzweeg dat de Royal Bank of Scotland op omvallen stond. Ook in het Icesave-schandaal meent Wellink door de IJslandse autoriteiten bij de neus te zijn genomen, terwijl de DSB-bank van de vrijbuiter Dirk Scheringa zich niet aan de regels hield en Pieter Lakeman, die tot een bankrun opriep, ver over de schreef ging.


Wellink aan het woord vertelt het verhaal van een nette man die van goede trouw uitgaat en nog niet helemaal opgewassen lijkt tegen de wildwest-praktijken die in de financiële wereld schering en inslag zijn geworden. Aan zijn kundigheid hoeven we niet te twijfelen en zijn aarzelingen laten zich goed verklaren aan de hand van de onzekerheden waaraan de hele financiële wereld ten prooi viel.


Maar Wellink was ook de man niet om in zijn eentje zijn poot stijf te houden. De Nederlandsche Bank, op papier onafhankelijk, maar uit vrije wil vastgeklonken aan de Duitsers en Europa, is zo'n rol ontwend. Alleen al daarom is terugkeer naar de gulden onwaarschijnlijk. Onze bestuurselite mist de hardheid die bij zo'n zelfstandigheidspolitiek hoort.


Daarentegen is de studie Europa in crisis van het Centraal Planbureau weer een onthullend staaltje vaderlands denken. Nergens ter wereld bestaat zo'n vertrouwen in de economische rekenkunde. Coen Teulings, de baas van het Planbureau, verbaast zich daar zelf over, maar dat weerhoudt het Planbureau er niet van weer allerlei scenario's door te rekenen. Voor de gemiddelde Nederlander zouden de voordelen van de Gemeenschappelijke Markt een maandsalaris opleveren; de voordelen van de euro zijn minder duidelijk, omdat de muntunie zelf in crisis verkeert.


Maar ook hier weet het Planbureau zeker dat de val van de euro altijd meer zal kosten dan het overeind houden ervan. Het is de onontkoombare conclusie van een heldere studie. Typerend is dat er wel oog is voor kritische studies uit de Angelsaksische wereld die op de onhoudbaarheid van de muntunie wezen, maar dat de Zuid-Europeanen niet serieus worden genomen en louter als probleemlanden worden gezien. Dat de meer politieke Franse visie op de euro niet van economisch realisme gespeend is, blijft traditioneel buiten het Nederlandse blikveld. Een grote tekortkoming, die nieuwe misverstanden onvermijdelijk maakt.


Om die reden is Boomerang - The Meltdown Tour van de Amerikaan Michael Lewis een afrader. De auteur, ooit zelf een snelle geldjongen, amuseert zich op zijn bliksembezoeken door de wondere financiële crisiswereld over IJslanders en Ieren die in korte tijd miljonair dachten te worden en over absurdistische Griekse toestanden.


Verklaren doet hij niets, suggereren des te meer. Over de Duitsers - die hun gezond verstand wel bewaard hebben en niet geloven dat nog meer schulden maken de beste aanpak voor de schuldencrisis is - verlustigt hij zich in beledigende clichés. Zijn gevoel voor humor werkt alleen in Californië, waar zelfs de governator Arnold Schwarzen- egger zich heeft stukgebeten op een electoraat dat elke publieke oplossing waarvoor betaald moet worden afwijst.


Directe democratie is bij schuldaflossing eerder een probleem dan een oplossing. Misschien is Europa, dat een democratisch tekort heet te hebben, dan in het voordeel. Op straf Duits recept wordt de eurozone aan een nog nooit geprobeerde versoberingskuur onderworpen. Het EMU-regime is onomkeerbaar en ontnuchterend voor alle deelnemende staten, precies de reden waarom kiezers de euro als zo'n bittere pil zijn gaan zien. Gewoon doorslikken, zou ik denken, we kunnen toch niet meer terug. Wie weet tot welk heil dat nog leidt.


Roel Janssen: Wellink aan het woord (geactualiseerde editie).

De Bezige Bij; 318 pagina's; € 18,50.


ISBN 978 90 234 6607 9.


Coen Teulings e.a.: Europa in crisis - het Centraal Planbureau over schulden en de toekomst van de eurocrisis.

Balans; 240 pagina's; € 18,95.


ISBN 978 94 600 3407 7.


Michael Lewis: Boomerang - The Meltdown Tour.

Penguin; 240 pagina's; € 25,-. De Nederlandse vertaling verschijnt in april bij Business Contact.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden