Column

Gelderland, dat is nou écht oer-Nederland

Eva Hoeke Beeld Robin de Puy

Sinds we voorzichtig op zoek waren naar een nieuw huis begon de Man steeds vaker over Gelderland. Het nam potsierlijke vormen aan, waarbij het met gebalde vuist uitroepen van 'Gelderland groot!' bij het verlaten van de woning - iets wat u zich misschien nog herinnert van Jiskefet - het voorlopig dieptepunt vormde.

Toen brak Pinksteren aan en wilden we iets leuks doen.

Naar Gelderland natuurlijk.

Eerste stop: de Schoonmoeder in Velp, die lijdt onder het feit dat zij in Velp woont en wij niet, en daarom niet zo vaak kan oppassen als ze zou willen. Zodra de A1 in de A12 veranderde, begon het. 'Kijk nou eens hoe mooi het hier is', zei de Man vanaf de passagiersstoel. 'Kíjk nou even. Dit zijn de longen van Nederland, wist je dat?'

Ik wist het inmiddels, zoals ik ook wist dat nu de vergelijking met Noord-Holland kwam, waar ík vandaan kom. 'Dit is oer-Nederland. Noord-Holland is maar een drooggemaakt meer. Het enige wat ze daar deden, is op een boot stappen, ergens ver weg andere volken neerknuppelen en dan snel met de buit terug naar Alkmaar. Dit is écht. Hier kwamen de Romeinen aan land.'

Even later liepen we het ouderlijk huis in Velp binnen waar we binnen een paar uur ons kruit verschoten met een zoekgeraakte bal, een Schoonmoeder die niet stil kan zitten en het vergeefs opnieuw instellen van de televisie.

Maar de Man hield de moed erin.

'Proef dit eens!', riep hij terwijl hij een glas water tapte uit de kraan. 'Spa blauw-achtig, niet zo verkalkt als in Amsterdam.'

Zijn moeder, die voor de verandering wel een gesprek opving: 'Ja, we hebben hier lekker water. Dat zei mijn man ook altijd.'

Ik was al zo'n beetje aan het inpakken toen het voorstel kwam om nog even naar pretpark Tivoli in Berg en Dal te rijden, het pretpark van zijn jeugd. 'Ach, dat is zo mooi en lieflijk, heel ouderwets nog.'

Onderweg passeerden we Nijmegen, waar de Man had gestudeerd in een tijd dat je nog drie studies tegelijk kon doen en toch hele dagen in café 't Haantje kon zitten roken. We reden langs het Canisius College ('Daar heeft Dries van Agt op gezeten'), langs prachtige huizen ('Hier is alles nog betaalbaar') en de Heilig Landstichting, die was gesticht door paters omdat Jeruzalem vroeger te ver weg was. 'Rome ook trouwens. Hier links.'

Bij pretpark Tivoli bleek de tijd niet stil te hebben gestaan. Door twee knapen in oranje hesjes, niet de allerduurste arbeidskrachten, werden we naar een parkeerplek gewezen. Binnen tetterde K3 uit de speakers. Een gezin zat naast de ballenbak friet te eten, op de wip zat een man te roken en in de rups moest 1 euro.

Ondertussen zat de Man met de Dochter in een zeeschelp.

De dagelijkse meet & greet met de Tivoli-personages Tiffi & Toffi sloegen we over, in plaats daarvan gingen we als afsluiter naar pannekoekenrestaurant De Duivelsberg. 'Dit is het enige stukje Duitsland dat we aan de oorlog hebben overgehouden. Ter compensatie. Het is er schitterend, je zult het zo wel zien.'

Lang verhaal kort: even later stonden we met een oververmoeide dreumes en een slapende baby in een Gelders bos te wachten tot er een Gelders tafeltje vrij kwam.

'Weet je waarom het zo lang duurt?', probeerde de Man nog. 'Omdat Gelderlanders goed kauwen. Ze genieten.' Toen we eenmaal zaten, zag ik op de kaart pannekoeken met namen als Rooie Rakker, Zware Jongen en Choco-Larie. 'Jezus', zei ik en keek naar de Man, maar die vond het wél grappig.

Alleen Gelderlanders begrijpen waarom.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden