Geld voor Afghanistan breekt Afrika op

EEN AFRIKAAN die het woord krijgt, geeft het niet zo snel meer terug. James Orengo vormt daarop geen uitzondering. Hij is de vleesgeworden oppositie in de politiek van Kenia....

Kees Broere

Zijn betoog, voor de vuist weg gehouden maar daarom niet minder scherpzinnig, is veelomvattend en kan hier niet uitgebreid worden weergegeven. De samenvatting ervan, met excuses uiteraard aan de politicus die zijn woorden altijd verknipt ziet weergegeven, kan echter als volgt luiden: Kenia kent een schrijnend gebrek aan politieke goede wil.

Okay, dat weten we dan. Uiterlijk volgend jaar, als in het Oost-Afrikaanse land verkiezingen gehouden moeten worden, komen we er uitvoerig op terug. Maar ook op die zachte decemberavond in 2001 waren zijn woorden de moeite van het aanhoren waard. Niet alleen voor degene die interesse heeft in Kenia, maar voor allen die proberen te begrijpen wat in Afrika en elders in de wereld aan de gang is.

James Orengo kwam zelf met de vergelijking. Het is verbluffend, zo zei hij, dat een handjevol mannen en vrouwen uit Afghanistan binnen tien dagen tot een politiek akkoord kwam over de toekomst van hun land, terwijl wij in Kenia, net als in zoveel andere landen van Afrika, tientallen jaren na de onafhankelijkheid nog altijd niet weten welke kant we met het bestuur van onze samenleving op moeten.

Orengo stak de hand in eigen boezem en in die van andere Afrikaanse leiders. Dat is verfrissend. De Keniaanse president bijvoorbeeld, Daniel arap Moi, blinkt meestal uit in de beschuldigende vingers die hij richting het buitenland uitsteekt. Het zijn de usual suspects, zoals de vroegere koloniale heerser Groot-Brittannië of de huidige financiële kolossen IMF en Wereldbank, die zijn toorn wekken.

Waarom werden bij Bonn de Afghaanse mannen en vrouwen het zo snel eens? (Nog volledig afgezien van de vraag of zij het ook lange tijd eens zullen blijven.) Het voor sommigen cynische, voor anderen realistische antwoord luidt: omdat alleen op die voorwaarde de internationale gemeenschap het land miljarden in het vooruitzcht wilde stellen voor de wederopbouw.

Kassa! In Afrika heeft die de afgelopen veertig jaar eveneens redelijk uitbundig gerinkeld. Kijkend naar de positie die de landen beneden de Sahara innemen op de sociaal-economische wereldranglijst heeft het weinig geholpen. Tot die conclusie kwamen de buitenlandse donoren een aantal jaren geleden ook. Ontwikkelingshulp kreeg een nieuw ideologisch kader. Naast het slaan van waterputten moest gewerkt worden aan democratisering, mensenrechten en goed bestuur.

Dat laatste begrip is interessant, omdat het aansluit bij de politieke wil van James Orengo. Het leek sinds het begin van de jaren negentig het buitenland er veel aan gelegen om landen in Afrika te helpen bij de vorming van een niet alleen krachtig, maar ook werkelijk democratisch functionerend politiek systeem.

En toen begon, op 11 september van dit jaar, de 21ste eeuw. Bijvoorbeeld in Pakistan, dat wordt geregeerd door een generaal die eigenhandig de macht greep. Pakistan is een buurland van Afghanistan, het land dat op zijn beurt plotseling de vijand van het Westen bleek te zijn. En dus stroomden miljarden hulp richting de generaal, die zich al even plotseling niet meer hoefde te verantwoorden voor zaken als mensenrechten en goed bestuur. Zoiets heet ook wel Realpolitik. In Afrikaanse landen weet men verdraaid goed hoe die werkt: elke dollar of euro kan maar één keer worden uitgegeven. Het geld dat nu richting landen als Pakistan gaat, zal dus niet in het donkere continent terechtkomen.

Dat is op zich al genoeg om Afrika op de korte termijn nog verder in de problemen te brengen. Maar het gaat verder. De 'uitlaatgassen' vallen er weg: het geld dat het buitenland in de ontwikkeling steekt. Maar ook de 'motor' dreigt stil te vallen: de poging om breed acceptabele waarden van democratisering, mensenrechten en goed bestuur in Afrika meer vaste voet aan de grond te laten krijgen.

Wat daarvan het gevolg kan zijn, begint een land als Kenia al te ontdekken. De binnenlandse politieke wil ontbreekt, het buitenland wenst niet langer de aanjager van die wil te zijn. En dus meent de burger het politieke lot in eigen handen te moeten nemen. Het stedelijke lompenproletariaat gaat voorop. Dat gebeurde in Afrika eerder, bijvoorbeeld in Sierra Leone. De wet van behoud van ellende dreigt opnieuw te gaan gelden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden