Geld van Indisch Gebaar zaait diepe verdeeldheid

Het gaat om geld. De binnenkampers, de mensen die hebben vastgezeten in de Japanse kampen, voelen zich onheus bejegend omdat hun uitkering even groot is als die van de buitenkampers, degenen die 'vrij' bleven....

Het was bedoeld als een genereus gebaar van erkenning van het leed - het besluit van de Nederlandse regering om ook de vervolgingsslachtoffers van de Indische gemeenschap een financiële vergoeding te geven. Maar het Indisch Gebaar, een geldsom van 385 miljoen gulden, heeft diepe verdeeldheid gezaaid. Zogeheten binnen- en buitenkampers voeren een hevige strijd om de centen.

Binnenkampers, degenen die geïnterneerd zijn geweest in Japanse kampen, moeten de geldpot delen met mensen die de vrijheid nooit echt is ontnomen. Dat doet pijn.

'Wonden worden opengereten', meent Henk Rasch, oprichter van de nieuwe Stichting Vervolgingsslachtoffers Jappenkamp. De stichting kwam woensdag, tijdens de herdenking van de Japanse capitulatie, naar buiten. Rasch zegt de verontwaardiging te verwoorden 'van alle kampmensen, voor wie het Indisch Platform onvoldoende is opgekomen'.

Dat platform, waarbij zeventien verenigingen en stichtingen zijn aangesloten, was de officiële onderhandelingspartner van de regering. 'Er is uiteindelijk een bedrag uitgerold van drieduizend gulden per slachtoffer. Dat bedrag staat in schril contrast met het geld dat joden en zigeuners krijgen. Die ontvangen vijftienduizend gulden', aldus Rasch.

De oprichter van de Stichting Vervolgingsslachtoffers Jappenkamp ontkent overigens niet dat buitenkampers ook hebben geleden. 'Ik wil ze best steunen, heb alle sympathie voor hen. Maar zij waren in de oorlogsjaren vrij, konden gaan en staan waar ze wilden. Ze hebben niet dezelfde verschrikkingen ondergaan.'

Rasch zelf bracht met zijn broer drieënhalf jaar door in een jongens- en mannenkamp. 'We hadden 70 centimeter om op te leven. Mijn vader, reserveofficier van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), werd naar de Birmaspoorweg gestuurd. Hij heeft nooit een cent soldij gekregen. Toen de oorlog was afgelopen woog mijn broer, destijds achttien jaar, nog geen dertig kilo. Vel over been waren we.'

Mevrouw Pesch uit Naarden was de eerste die zich als donateur bij de nieuwe stichting meldde. Ze is een binnenkamper en teleurgesteld in de Stichting Japanse Ereschulden (JES), waarbij ze zich onmiddellijk na de oprichting in 1990 enthousiast had aangesloten. 'Wat heeft JES nu helemaal voor kampmensen bereikt? Ze hebben zich volledig laten inpakken door de Japanners', fulmineert Pesch. Ze spreekt over plezierreisjes, verblijf in luxe hotels, copieuze maaltijden. 'Betaald door de Japanse regering. Dat is niet kosjer.'

Pesch noemt het Indisch Gebaar 'het grote Indische drama'. 'Binnen- en buitenkampers vechten nu om geld. Ik had vóór die financiële genoegdoening nog nooit van buitenkampers gehoord. Plotseling doemen nu geldwolven op die meefietsen met het verdriet van de kampmensen.'

Pesch' echtgenoot is een buitenkamper, die zich heel goed heeft kunnen redden in de oorlogsjaren. Ruim 35 jaar is hij met Pesch getrouwd en als geen ander weet hij hoezeer het kamp haar leven heeft beïnvloed. Mevrouw Pesch: 'Mijn zusje is in het kamp omgekomen. Nog geen 2 was ze. Ze ligt begraven op het ereveld in Bandung. Haar botjes zijn opgegraven voor identificatie. Ik heb haar zilveren armbandje gekregen.'

Woordvoerders van JES en het Indisch Platform betreuren het schisma in de Indische gemeenschap. Maar ze blijven het Indisch Gebaar verdedigen. 'Het is het goed recht van de Stichting Vervolgingsslachtoffers Jappenkamp om op te komen voor de binnenkampers, maar ik vind dat zij ongelijk heeft. Het is toch geen wedstrijd in leed? Geschiedkundig staat vast dat de buitenkampers ook hebben geleden', reageert De Kleyn, de nieuwe voorzitter van het Indisch Platform.

Bovendien, onderstreept hij, is de financiële genoegdoening ook bedoeld voor de periode na de oorlog: 'Voor de Bersiap, de dekolonialisatie, de kille ontvangst bij terugkeer in Nederland.' De Indische gemeenschap kreeg in korte tijd oorlog, revolutie en repatriëring voor de kiezen en heeft nooit een cent ontvangen. Dat de buitenkampers hebben geleden, wil Pesch niet ontkennen. 'De Nederlanders hebben dat ook, tijdens de hongerwinter. Die krijgen evenmin geld.'

De woordvoerster van JES, secretaris Anna Maria de Pijper, verwijst naar de statuten van de stichting. 'Statutair komen we ook op voor de buitenkampers. Wij maken geen onderscheid. Je kunt het leed niet op een weegschaal leggen. De buitenkampers hebben het ontzettend moeilijk gehad. Ze waren vogelvrij.'

De 'plezierreisjes' naar Japan verdedigt De Pijper met verve. 'Zes jaar geleden zijn we daarmee begonnen, op uitnodiging van en betaald door de Japanse regering. Op onze voorwaarden: om voorlichting te geven op scholen over de oorlog en gesprekken te voeren met regeringsfunctionarissen. We zijn niet haatdragend, niet verbitterd. We willen de geschiedenis boven tafel hebben, voor onszelf, het nageslacht en voor het Japanse volk.'

Ze beseft dat velen in de Indische gemeenschap totaal geen begrip hebben voor de dialoog met Japan. En al helemaal niet kunnen begrijpen dat JES met de Japanse regering in gesprek is en tegelijkertijd een proces voert tegen Tokio. 'Dat is inderdaad uniek. Van Japan willen we een schuldbekentenis, spijtbetuiging en genoegdoening vanwege de schending van de mensenrechten.'

De JES-zaak dient in hoger beroep. De Pijper verwacht voor december een uitspraak. In oktober, zegt ze, gaat JES voor de zesde keer voorlichting geven in Japan. 'We willen daar onze standpunten uitdragen.'

Op websites, in discussierubrieken en in nieuwsbrieven van Indische organisaties duikt het Gebaar prominent op en wordt het steeds met woede, verbittering en heftige emotie begeleid. 'Het is een buitengewoon gevoelige kwestie', verklaart Huib Deetman, buitenkamper en redacteur van het Internet-magazine Blimbing. 'Veel buitenkampers waren Indo's, in de kampen zaten vooral de volbloed Nederlanders.' De scheiding was dus veelal raciaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden