Geld, prestatie, zucht naar macht

Het was een amicaal gesprekje, laatst tussen Larry King en drie generaties Bush tijdens de Republikeinse conventie in New York....

Vooral de toekomst boeide King. Doet Jeb Bush, de gouverneur van Florida, in 2008 een gooi naar het Witte Huis? Wie weet, knipoogde Bush sr. En de jonge telg? Al plannen? 'Ik heb grote belangstelling voor de politiek', zei de achttienjarige Pierce. Grootvader knikte en zag dat het goed was.

Het was een onthullend moment tijdens het herbenoemingsfeest van de huidige George Bush in het Witte Huis. Zeker in het licht van een nieuw boek over de ongenaarde macht van de Bush-clan, dat deze week verscheen.

In The Family: The Real Story of the Bush Dynastie (Nederlandse titel: De familie Bush Portret van de machtigste familie ter wereld) beschrijft journaliste Kitty Kelley hoe doorzettingsvermogen, geluk, machtspolitiek en de rchtloze bescherming van het publieke imago hebben geleid tot een situatie die in de Amerikaanse politiek geen precedent kent. Nooit verzamelde een familie in opeenvolgende generaties zoveel politieke invloed.

De term 'dynastie' is op zijn plaats, en is na jaren van ontkenning ook door de Bushes zelf omarmd. De conversatie met Larry King toonde eens temeer dat de familie geenszins van plan is de macht op te geven. Op 2 november niet en, als het aan de pater familias ligt, nooit niet.

Dat is, zoals Kelley opmerkt, op zichzelf al een rechtvaardiging voor haar dikke boek, waarin ze senator Prescott Bush (1895-1972) en de beide presidenten Bush plus hun families onder de loep neemt. John Adams en zijn zoon John Quincy Adams waren ook door bloed gerelateerde presidenten. Maar tussen hen gingen 24 jaren voorbij. Er zat geen senator ven er was geen broer die tegelijk een belangrijke staat bestuurde. De Kennedy's hadden een dynastieke status met president John F., minister Robert en huidig senator Edward.

De Bushes hebben de Kennedy's echter allang gepasseerd. Kelley is bepaald niet de eerste en zeker niet de laatste die dit waarneemt en onderzoekt. Veel in haar boek is al bekend. Een reden om het links te laten liggen, is dat niet. Kelley's biografie is gedetailleerder dan de meeste Bush-boeken. Dat mag ook wel, na zo'n duizend interviews en vier jaar onderzoek. Door de strakke chronologische aanpak maakt ze bovendien patronen zichtbaar.

Ze brengt in herinnering dat Bush I een hekel aan de media had. In brieven klaagde hij over hun 'gebrek aan fatsoen'. Het liefst zou hij ze negeren. Dat kon en deed Bush niet. Maar ruim tien jaar later brengt zijn zoon datzelfde gevoel wel in praktijk. George W. noemt de media een ergerlijk 'filter', leest nauwelijks kranten, geeft zelden persconferenties, oogt getergd als hij wel m en praat vrijwel nooit met kritische kranten zoals The New York Times.

Een andere parallel is het 'omhoog vallen' van vader en zoon. Ze waren alletwee matige studenten aan Yale University, hoewel senior uiteindelijk uitblonk dankzij een perfect uitgevoerd atletisch programma. De verlokkingen van drank, drugs en de 'vrije liefde' waren groter voor Bush II dan voor nummer I. Hun loopbanen kwamen langzaam op gang door verkeerde keuzes en pech, maar raakten in een stroomversnelling door slimme keuzes en soms machiavellistische politieke manoeuvres. De wist niets van de wereld toen hij nota bene Amerika's ambassadeur werd bij de Verenigde Naties. De ander wist zo mogelijk nog minder van de wereld toen hij tot Amerika's hoogste ambt werd geroepen.

De handvol nieuwtjes die wel in het boek zitten, zoemen nu rond. Eonthulling in het bijzonder. Van een anonieme bron en Sharon Bush, de exschoonzus van de president, vernam Kelley dat Bush junior coca gebruikte. Dat wisten we uit het geruchtencircuit. Hij zou zelfs hebben gesnoven op Camp David, het presidenti buitenverblijf, toen zijn vader regeerde. Dat zou nush' wedergeboorte als evangelistisch christen zijn geweest, en nadat hij was gestopt met drinken.

Sharon ontkent nu dat ze dit gezegd heeft. Kelley zegt dat ze dat wel had verwacht. Onder druk van vooral matriarch Barbara Bush zou Sharon geknakt zijn.

Wie gelijk heeft, mogen onderzoeksjournalisten en juristen uitzoeken. Maar het mechanisme dat Kelley aanstipt, raakt aan wat ze de kern van haar verhaal noemt. Dat wil zeggen: de spanning tussen enerzijds het imago van een gezonde, liefhebbende en ruimhartige club bij wie Texas, Florida en de VS in goede handen zijn, en anderzijds de werkelijkheid van een harde, private wereld die draait om geld, prestatie, zucht naar macht en radicale afwijzing van wie uit de toon valt. Die wereld moet koste wat kost worden beschermd wat Sharon Bush en Kelley beiden ondervonden.

Of dat beeld klopt, is moeilijk te controleren. Kelley kreeg geen enkele medewerking van de familie. Zegslieden van de Republikeinse partij, het Witte Huis en de familie ontkennen alle aantijgingen. Ze hebben Kelley's werk 'vuilnis' en 'fictie' genoemd, en dat zijn nog de vriendelijkste typeringen.

Daar komt bij dat de auteur bekend staat als een society-reporter die het in eerder verschenen boeken niet altijd even nauw met de waarheid nam. Voeg daaraan toe de weerzin die zij tegen beide presidenten Bush heeft ontwikkeld, en haar geloofwaardigheid wordt er op z'n zachtst gezegd niet groter op.

Tegelijkertijd is de dichte deur van de Bush-clan Kelley's kracht. Ze was gedwongen om met iedereen rond de familie te praten. Ze heeft es gelezen. Zo is een scherp beeld ontstaan, dat in het eerste deel evenwichtig oogt, en bevestigt wat Kelley beweert: dat ze met een open geest aan het project begon. Verderop leest het boek als een anti-Bush pamflet; haar gemakkelijke kritiek op de Irak-oorlog past zo in een Democratische folder.

Haar negatieve kijk komt voort uit de verhalen van haar bronnen, zegt Kelley. En daar word je niet vrolijk van: het anti-intellectualisme dat met de Bushes in verband wordt gebracht, hun machogedrag, omgang met vrouwen en sporen van racisme. Onzin, zeggen critici. Ze heeft een politieke agenda en hoopt te scoren door zeven weken voor de verkiezingen met haar boek te komen.

Wie weet speelt haar politieke kleur een rol. Kelley gaf tijdens een gesprek deze week na een lange stilte toe dat ze op 2 november onmogelijk op Bush kan stemmen. Maar de kritiek en de klacht dat Kelley niet op inhoudelijke kwesties van de verkiezingscampagne ingaat, wegen niet op tegen de waarde van haar familieportret.

Wat Kelley wel kan, is mensen in beeld brengen. Ook of beter: juist als ze dat niet willen. Gezien de ongekende dominantie van familie op een cruciaal moment in de geschiedenis van de VS en de wereld, moet dat beeld zo compleet mogelijk zijn.

Van zouteloze gesprekken tussen Larry King en de Bush-mannen moet de kiezer het niet hebben. Van rauwe doorzetters als Kelley wel, ondanks de laag-bij-de-grondse roddels en soms ideologische toon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden