Gekweld door een gemene bacterie

Wat begon als een onschuldig knobbeltje onder mijn oksel, groeide uit tot een grote en harde bult. Vrienden stelden mij gerust dat het een 'opgezette zweetklier' was....

Op een morgen, bij het wakker worden, lag er grauwe pus op mijn kussen. Ik maakte van de gelegenheid gebruik zoveel mogelijk eruit te knijpen; de voorraad leek onuitputtelijk. Omdat de pijn daarna minder was geworden, dacht ik dat het nu wel goed zou komen.

Maar niets daarvan, het verergerde juist. Een vriend adviseerde de boel met een scheermes open te snijden en in te smeren met zwarte trekzalf die hij mij meegaf. Kijkend in de spiegel stond ik als een kwakzalver tegenover mezelf, met scheermes en een naar vers asfalt ruikende zalf in de aanslag. Mijn oksel was intussen dermate gezwollen dat ik toch maar mijn gevoel liet spreken en afzag van het snijden. De daarop volgende dagen nam een aanhoudende pijn bezit van mijn spierbal, die doorstraalde naar mijn pink. Ik besloot uiteindelijk een huisarts te consulteren.

Mijn hart stond even stil toen ik hem mijn oksel toonde en zijn diagnose hoorde: 'Dat is een gemene bacterie die je daar hebt zitten, de staphylococcus. Zeer besmettelijk. Niet eraan zitten, want als je daarna in je ogen wrijft of in je neus peutert, nestelt hij zich daar. En vooral niet uitknijpen, want de pus gaat eerder naar binnen en dan komen de bacteriën in je bloedbaan.'

Het aantal keren dat ik eraan had gezeten en had geknepen, spookte door mijn hoofd. De arts vertelde dat ik mogelijk door lichamelijk contact of door gebruik van andermans deoroller besmet was. Het is geen tropische bacterie - 'de veroorzaker van steenpuisten en die komen overal voor' - maar in deze hitte gaat de vermenigvuldiging rap. 'Je hebt er behoorlijk veel gekweekt', zei hij toen ik vroeg of ik te lang had gewacht.

Ik kreeg een antibioticakuur en pijnstillers mee. De arts raadde me aan mijn kussensloop eerst in Dettol te weken alvorens ik het in de was deed.

De afgelopen week heb ik mezelf als een melaatse behandeld. De gekwetste oksel waste ik zo dat het water niet langs mijn lichaam stroomde, want je wist maar nooit waar zo'n bacterie zich ging nestelen. De pijn was inmiddels zo hevig geworden dat ik mijn arm niet ongestraft kon strekken.

Gisteren begaf ik me naar een afscheidsetentje van vrienden. Onderweg ging ik langs een 'barbershop'. Omdat ik net verhuisd ben, was ik er nog nooit geweest. Ik vroeg de kapper hoeveel een scheerbeurt kostte. 'Duizend guldend', antwoordde hij. Lekker goedkoop: ietsjes meer dan drie Nederlandse guldens. Suriname ondergaat op het ogenblik een inflatie van 10 procent per week.

Pas toen ik op mijn beurt zat te wachten, viel het me op hoe smoezelig de kapperszaak eruitzag. De vloer was bedekt met een tapijt van haar, met daartussen de eeltige, blote voeten van de kapper. Niet bepaald een opbeurend plaatje na zo'n bacterie-invasie in je lijf.

En wat zag ik? Eerst twijfelde ik nog, maar na behandeling van drie personen wist ik het zeker: de kapper en zijn assistent gebruikten voor iedereen hetzelfde scheermes, zonder het van tevoren met alcohol te ontsmetten. Ze haalden het alleen even tussen duim en wijsvinger door.

De vreselijkste dingen schoten door mijn hoofd: aids, schurft en allerlei infecties. Ik overwoog er openlijk iets van te zeggen. Ik nam eerst de andere wachtende heren op. Het waren types van wie ik niet de indruk had dat zij op mijn 'westerse maatstaven' zaten te wachten. Ze leken allang blij met de schappelijke prijs. Dus zweeg ik maar. Ik was ook te schijterig om weg te lopen.

Al in mijn prille jeugd moest de kapper voortdurend mijn hoofd in de juiste houding drukken. Ik boog steeds meer weg van dat scheermes op het rommelige en ranzige werkblad. Spullen die ooit wit waren geweest, zaten vol aangekoekt vuil en de tondeuse was voelbaar bot.

Toen ik aan de beurt was, zoomden mijn ogen in op het klassieke kappersscheermes, dat als in een Hitchcockfilm naderde. Op het moment dat de kapper wou toeslaan, hief ik mijn wijsvinger en zei: 'Eh, dat...'

'U wilt een ander scheermes', snoerde hij mij meteen de mond. Zonder mijn antwoord af te wachten, verwisselde hij in een handomdraai het mesje.

Eenmaal buiten, stond de gedachte dat de kapper zijn klanten willens en wetens aan Russische roulette onderwierp, me behoorlijk tegen. Ik had het gevoel dat ik uit een besmette fabriek kwam, en ik realiseerde me weer eens hoe armoede de algemene gezondheidstoestand bedreigt.

Misschien verbeeldde ik het me, maar tijdens het afscheidsetentje kreeg ik onverklaarbare jeukaanvallen. Thuis gekomen, had ik overal rode irritatievlekken. Ik douchte grondig, en vervolgens depte ik mijn lichaam met Dettol. Na het afdrogen smeerde ik op de vlekken een zalf tegen schimmels en onder beide oksels de zwarte trekzalf. Bij het innemen van de antibiotica moest ik wel lachen om mijn strijd tegen de onzichtbare bacteriën. Met een tintelend lichaam van de bijtende middeltjes kroop ik in bed. Voor ik mijn ogen sloot, verzocht ik - jeukend - de Lieveheer dit niet het begin te laten zijn van chronische smetvrees.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden