Gekte

Psychiatrisch verpleegkundige in crisiscentrum (29) werd 'gek van de gekte' en nam ontslag...

't Was een doorgangshuis, als elk crisiscentrum: zo kaal en onprettig mogelijk. Dan kunnen agressievelingen geen schade aanrichten. Slaapkamertjes om je te verhangen, niet dat je zegt: zo vang je de eerste klappen op.

De laatste patiënte die binnenkwam voordat ik er zelf uitging, kende ik van vroeger, ze was bij ons drie keer in zeven jaar teruggeweest, ze kende alle ziekenhuizen in de omgeving en wilde nu het licht kapotmaken. Niet de lampen maar het licht. Volkomen in de war. Is het lícht aan, is het lícht aan, riep ze. Ja, antwoordde ik, het licht is aan. Wie heeft het verdomme dan uitgedaan, schreeuwde ze.

Met zo iemand weet je dat het een zware nacht wordt. Die slaapt niet, die gaat dolen omdat het hoofd op hol is. En waarschijnlijk nog suïcidaal ook. Ik heb honderden psychoten binnengekregen maar geen psychose is hetzelfde. Ik heb geprobeerd er een patroon in te ontdekken. De psychiaters, meestal psychiaters in opleiding trouwens, broekies, geven het de naam psychose; ze kijken, als ze er al zijn, op hun lijstje en ze verstrekken de medicijnen die het meest van toepassing lijken op de kwaal. Met de intake mee een kwartier werk bij elkaar. Maar je hebt kans dat zo'n hoopje ellende toch nog een paar uur slaapt.

Ik praatte, vaak urenlang, om ze te kalmeren; en ik wilde teveel begrijpen, ik ging mee. Maar dat is slopend, het trekt alle energie uit je. Ik kon me wel voorstellen dat de leiding me verweet dat ik niet professioneel genoeg was. Je professionaliteit hoorde op de eerste plaats te bestaan uit het negeren van de gekte. Ik kon dat niet. Daarom is het goed dat ik weg ben, ik werd gek van de gekte. En ik ben niet de enige, het verloop onder het lagere personeel dat het klotewerk doet en de nachtdiensten draait, is een ramp.

Maar één vraag blijft me achtervolgen: wat maakt mensen zo wanhopig, zo idioot? Waarom zijn de stoornissen en afwijkingen de laatste jaren zoveel ernstiger geworden? Radeloosheid, eenzaamheid, vaak een vroegere religieuze achtergrond, een verstoorde relatie met ouders, en dan een spiraal van steeds grotere twijfel waarin ze terechtkomen.

De politie bracht in november 's avonds een naakte man binnen. Strandwandelaars hadden gewaarschuwd. Hij stond luidkeels te discussiëren met de branding, alsof daar in zee de Tweede Kamer aan het vergaderen was. 'Bent u de voorzitter?', vroeg hij me bibberend, 'zo niet, dan wens ik geen onderhoud. Dan begeef ik me nu te ruste.' Je hoort soms schitterende teksten, al is er geen touw aan vast te knopen.

'Het lachen dat je moet kunnen in zo'n baan, werd steeds moeilijker. Door de toegenomen spanning, de overbelasting. Je kunt minder aandacht besteden aan patiënten, terwijl hun problemen steeds ingewikkelder worden. Resultaat van je werk wordt écht nooit zichtbaar. Want dan krijg je na eindeloos leuren een opname voor elkaar en dan zit zo iemand een jaar later weer bij je. De kans op herstel wordt steeds kleiner, dat weet iedere verpleegkundige. Het aantal chronische patiënten neemt ook toe.

Als je eenmaal een psychose te boven bent, duurt de depressie die erop volgt al lang, maar bij een tweede of derde keer wordt die depressie bijna hopeloos. Laten we hopen dat het niet door de medicijnen komt, maar niemand kent de invloed van die medicijnen, er wordt ontzettend vaak wildweg maar wat uitgeprobeerd, alleen om hyperactiviteit of agressie te onderdrukken. Maar dat mocht ik natuurlijk niet zeggen, wat wist ik met mijn lage opleiding helemaal over hyperactiviteit?

Ik heb nog overwogen om in IJmuiden te gaan werken, waar een baan vrij was. Maar het stond me steeds meer tegen, die rangen en standen in de psychiatrie. Ik was niets, een onbeduidend schakeltje, ik verdiende ook niks maar ik voerde wel teveel gesprekken, ik was veel te meegaand en ik moest klinischer denken. Terwijl ik zelf het gevoel had dat al die mensen die binnenkwamen, gewoon aandacht tekort kwamen. Ze stuitten in hun crisis op een nieuwe muur en dat zag je ook met zo'n vrouw die het licht wilde uitdoen, voor wie het na opname nog donkerder werd.

Steeds bangere mensen kreeg je. Bang voor hun jeugd, bang voor de toekomst, bang voor nu. Ik heb met die naakte man op het strand eigenlijk nog een heel goed contact gekregen. Hij bleef langer in het crisiscentrum dan was afgesproken, alle psychiatrische ziekenhuizen zitten nu eenmaal vol, het is bijna onmogelijk een plaatsje te krijgen. We zaten tv te kijken, iemand zapte naar RAI Uno en hij werd helemaal gek van een paar opbollende Italiaanse tieten. 'Mijn moeder, mijn moeder', riep hij en hij voegde eraan toe: 'En dacht je dat ik haar ooit naakt heb gezien?'

Dat was geen opmerking van een psychoot. Het zette me aan tot denken. Waar komen al die seksuele afwijkingen en frustraties vandaan? Je leest over die excessen in België, maar in Nederland blijven ze verborgen, terwijl hier toch de meeste kinderporno vandaan schijnt te komen. En ik merkte het gewoon, elke dag: zoveel mensen zijn op dat gebied verkreukeld. Mannen, verslingerd aan hoerenlopen, ook in hun gekte geneigd om iedereen te nemen, vrouwen die zich door dat soort klootzakken lieten inpakken, alleen omdat ze wanhopig naar aandacht verlangden. Als je daar dagelijks tussenzit, word je zelf ook gek. Ik heb echt bewondering voor de mensen die het volhouden.

Ik ben harder geworden, vooral in mijn ideeën over het grootbrengen van kinderen. Het ergste is zweven in je bestaan, losgelaten worden. Ik heb die stumpers allemaal voorbij zien komen: geen houvast, geen geloof in zichzelf. 'Lijkt chronisch ontheemd', las ik na een intake-gesprek. Het is een diagnose die op iedere patiënt te plakken valt. Ik zei tegen die vrouw, die het licht wilde uitdoen, een vrouw met humor trouwens: 'Volgens mij bent je ontheemd.' Ze begon te schateren. 'Onthemd', zei ze, 'ja, dat ben ik, onthemd.'

Ze was een van de weinigen die nadat ze waren opgenomen, nog wel eens bezoek kregen, van kinderen of familie. Meestal is het daarmee ook snel afgelopen. De directe omgeving keert zich af. Dat is aan de ene kant normaal, het is voor vrienden moeilijk vol te houden maar de onverschilligheid tegenover elkaar is ook veel groter geworden. De instelling van: laat maar over aan anderen.

Waar al die moedeloosheid vandaan komt, ik denk uit gebrek aan steun. Ieder mens wil los zijn. Maar ben je alleen maar los, dan redden de meesten het niet. Ik voelde me tussen dat kreupelhout zelf steeds meer een lammeling worden. De koers kwijt, zinkend. Radeloos, omdat je niet echt iemand eruit kan sleuren.

Ik heb gewoon teveel geduld, wilde teveel begrijpen, daar hadden ze waarschijnlijk gelijk in. Ik voelde me misschien wel iets teveel verwant met die gekken, het verschil tussen normaal en idioot is zo gering. Er hoeft maar even een chipje in je hoofd op tilt te raken, of je bent gek. Bij jou en mij gebeurt dat misschien niet, maar bij een ander is de stop doorgeslagen en bijna niemand kan er een nieuwe inzetten.'

Hans van Wissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden