Geknipt voor een hondenbaan

De reorganisatie van de politie is vastgelopen. Alle hoop is nu gevestigd op Erik Akerboom, sinds maart de nieuwe korpschef van de Nationale Politie. De oud-AIVD-directeur bestuurt als een vriendelijke judoka, is hij wel hard genoeg om de politie 'uit de shit te trekken'?

De nieuwe korpschef van de Nationale Politie Erik Akerboom op een congres van de politie in Ede in april dit jaar.Beeld Jiri Buller/de Volkskrant

Er is opluchting en ook wel iets van opwinding die hoort bij vurige hoop: komt het toch nog goed. Twee maanden geleden is Erik Akerboom (55) begonnen als hoogste baas van de Nederlandse politie. Het is al de vijfde keer in zijn carrière dat hij aan iets begint dat vermoedelijk door headhunters omschreven zal worden als 'hoogst uitdagende functie, met enig afbreukrisico'. Niet eerder was het waagstuk zo groot.

'Het is geen gok', corrigeert vriend en oud-collega Bert Wijbenga. 'Erik kent zichzelf en weet waaraan hij begint.'

Secretaris-generaal van Veiligheid en Justitie, Siebe Riedstra beaamt dat het een verschrikkelijke baan is. Dan herneemt hij zich en zegt: 'Het is een zware klus.' Riedstra was voorzitter van de selectiecommissie die op zoek ging naar een nieuwe chef Nationale Politie. 'Het is op dit moment echt een van de moeilijkste banen die er zijn in Den Haag.'

Meer kosten

De reorganisatie van de politie is vastgelopen. Het gaat allemaal veel langer duren, het kost aanzienlijk meer dan gepland. De Nationale Politie moest er komen om lijn en efficiëntie te brengen in het apparaat. Tot drie jaar geleden kende Nederland 26 politieregio's. Koninkrijkjes waren het, stuk voor stuk. Maar de vraag is of van de weeromstuit niet een rigide bolwerk aan het ontstaan is, een Politbureau als in de beste dagen van de Sovjet-Unie.

In 2003 zocht Ton Rombouts, burgemeester van 's-Hertogenbosch een nieuwe korpschef voor de regio Brabant-Noord. Het korps moest worden opgeschud. Rombouts: 'Ik wilde het grootste talent van Nederland hebben.' Het werd Akerboom.

Bij de AIVD

Rond de eeuwwisseling werkte Erik Akerboom vijf jaar voor de BVD, later AIVD genoemd. 'Fascinerend' vond hij het. Hij maakte 11 september mee - de aanslagen op de Twin Towers in New York - en de moord op Theo van Gogh. Het belangrijkste resultaat van Bin Laden, zei hij, waren niet de drieduizend doden van het World Trade Center. Het was 'de scheiding die hij tot stand heeft gebracht tussen de moslims en de niet-moslims'.

Al zes jaar geleden zei hij in Elsevier: 'Je moet beducht zijn voor jongeren die zich hier niet meer thuis voelen, die zich laten inspireren door buitenlandse radicale ideologen en jihadveteranen.'

De top wist het al

Voor de opvolging van Gerard Bouman, de man die na drie jaar het hoofd boog, kon iedereen solliciteren. Maar de top van de politie wist al wie men wilde. Akerboom. Misschien had het ook Pieter-Jaap Aalbersberg kunnen worden, de hoofdcommissaris in Amsterdam. Hij wordt gezien als de beste politiechef van dit moment. Maar hij is eigenwijs en na Bouman was er even geen behoefte aan eigenwijs.

Het barst van de onvrede en onzekerheid onder de ruim 60 duizend politiemensen. Het ziekteverzuim loopt naar de zeven procent. De Nederlandse politie komt permanent geld te kort om uit te voeren wat men geacht wordt te doen. Benny Beuvink is wijkagent in Oost-Nederland. Hij schreef een boek, De kracht van de wijkagent. Hij constateert dat hij en zijn collega's zitten opgesloten in een systeem van protocollen. Hij spreekt van 'spreadsheetmanagement'.

Nette betrekking

Waar moet je beginnen als chef? En waarom begint iemand überhaupt aan zo'n baan? Al helemaal als je, zoals Akerboom een nette betrekking hebt. Hij was secretaris-generaal van het ministerie van Defensie. Wat heb je te zoeken in een huis vol tegenstellingen en narigheid als elders waardering en zelfs genegenheid je deel is?

Het antwoord luidt dat de politie zijn plek is. Zijn broer Peter, zes jaar ouder: 'Waar stap je in godsnaam in? Ik heb het hem letterlijk zo gevraagd. Hij zei: 'de politie is mijn organisatie. Ze moeten uit de shit komen'. Het is geen priesterroeping, maar het komt in de buurt.'

Schoon

Hij was al zeven, acht jaar weg bij de politie. Hij heeft zijn sporen verdiend in Den Haag, was directeur bij de AIVD, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en hoogste ambtenaar op Defensie. In zekere zin werd het daardoor makkelijker om hem terug te halen naar de politie: hij was schoon. Hij sleepte voor zover het geheugen reikte geen bloedige strijd met vakbonden en interne oorlogjes met zich mee. Daarnaast had hij een ideaal cv: brede universitaire scholing, ambtelijk-bestuurlijke banen op een hoog niveau en ervaring met allerlei vormen van politiewerk, tot in kieren en krochten.

Maar waarom zou hij terugkeren? Wilbert Paulissen is hoofd van de landelijke recherche; hij werkte met Akerboom in Brabant, zo'n tien jaar geleden. Hij zegt: 'Ik begrijp wel waarom Erik teruggekomen is. Hij is interessante dingen gaan doen in het openbaar bestuur. Maar hij is altijd een politieman gebleven.'

In de moskee

In het Brabants Dagblad zei Akerboom in 2009 dat er een relatie bestaat tussen de Nederlandse deelname van dat moment aan de strijd in Irak en wat er in de wijken in Nederland gebeurt. Hij zei: 'De politie zit in die wijken. Ze moet radicalen keihard aanpakken en zich tegelijkertijd verbinden met de gematigde krachten. Na de moord op Theo van Gogh ben ik bij de moskeeën langs geweest, voor het verschijnen van Fitna ook. De uitspraak van een imam die ik me blijf herinneren, luidde: jullie moeten het dak niet repareren als het regent, maar als de zon schijnt.'

Afzien in de bergen

Er is een fietsclub uit een paar Brabantse dorpen, Efiona heet de club. Efiona? Jawel, Efiona, namelijk Enkel Fietsen Is Ook Niet Alles. Twee keer per jaar gaat men naar Frankrijk. De bergen in. Dat is afzien. Zolang het samenzijn over fietsen gaat, is er losheid. Komt het gesprek toevallig op zijn vak, 'dan zie je hem schakelen'. Laurens Felix is lid van de fietsclub. 'Dan gaat Erik in één keer in de serieuze stand. Mijn gevoel zegt dat hij een hoge ethische opvatting heeft over burgerschap: je dient je talenten in te zetten voor de gemeenschap.'

De secretaris-generaal van Algemene Zaken, Paul Huijts: 'Je merkt het gewoon, hij is terug op het nest. Passie kan je niet spelen.' Huijts' collega op Justitie, Riedstra, zegt dat Akerboom 'straalt' nu hij chef is van de Nationale Politie.

En goede, oude vriend Wijbenga: 'Vanaf het begin dat Erik bij de politie ging werken heeft hij zich gericht op de functie van korpschef. Ik weet dat hij dat altijd gewild heeft. Nu ik erover nadenk, moet ik zeggen: hij is bijna een schaker.'

Angst

Het verschil in stijl met voorganger Gerard Bouman kan niet groter zijn. Bouman kon tekeergaan. Wijbenga: 'Het was op macht gebaseerd leiderschap dat mensen bang maakte.'

Bouman was grillig. Hij was wars van de politiek. Bouman, beëdigd in 2013 had een aanstelling tot 2019. Maar hij legde in het najaar van 2015 zijn functie neer. Hij was moegestreden.

Ruud Bik, plaatsvervangend chef van de Nationale Politie, is openhartig. Hij zegt: 'Gerard was een absolute bokser. Als je die een knal voor z'n harses verkocht, kreeg je er tien terug. Erik is meer een judoka. Hij is ook meedogenloos, maar hij krijgt zijn zin op een vriendelijke wijze. Als mensen in zijn ogen niet presteren, weet hij ze van hun plek te krijgen. Je ziet het pas als het gebeurd is.

Erik Akerboom met zijn broer Peter in de jaren zestig.

Ouderdom

'Je moet in dit soort jobs ervoor waken dat je in vier jaar niet acht jaar ouder wordt. Het werk vrat Gerard helemaal op. Ik denk dat Erik beter in staat is voor zichzelf te zorgen.'

Juist het feit dat korpschef van de Nationale Politie een hondenbaan is, kan Akerboom helpen. Iedereen beseft het. Menigeen vindt het moedig dat hij het is gaan doen. Pieter Tops, bestuurskundige en oud-bestuurder van de Politie Academie: 'Het verschaft hem veel goodwill. En hij heeft de persoonlijkheid om die goodwill te verzilveren.'

Het voornaamste verschil met zijn voorganger is dat Akerboom geïnteresseerd is in meer dan alleen de politie. Hij snapt dat anderen, de politiek en het bestuur voorop, zich willen bemoeien met de politie. Dan moet je niet, van angst geperst, de deur dichthouden, maar een ontvangst regelen en onbeschroomd overleggen.

Een autarkische politie

Bouman koesterde een verlangen naar een autarkische politie: de politie is van, voor en door de politie. Akerboom denkt andersom.

Ze waren tweedejaars op de Politie Academie, hij en Bert Wijbenga. Voor sociologie schreven ze een scriptie over politie en politiek. Ze zochten in Den Haag coryfeeën op als André van Es van GroenLinks en Hans Dijkstal van de VVD. 'Diep onder de indruk waren we. Toen al, als jonge gasten, zeiden we tegen elkaar: de politie mag geen in zichzelf gekeerd apparaat zijn.'

Na de Politie Academie ging Akerboom in 1986 naar het korps in Utrecht. Daar zat Jan Wiarda als hoofdcommissaris. Dat was een bijzondere politieman, die streed tegen de tendens tot bureaucratisering van het politiewerk.

Het centralisme, heeft Akerboom al vastgesteld in een interview in Trouw, is 'te ver doorgeslagen. Het rigide moet ervan af'.

Ontheemd

Een paar weken geleden was er onrust binnen de DSI, de Dienst Speciale Interventies. Het zijn arrestatieteams die bij terroristische en andere gevaarlijke acties worden ingezet. Men zou zich ontheemd gevoeld hebben. Akerboom ging er onmiddellijk op af.

Bouman had zich vervreemd van de tien regioburgemeesters. De nieuwe chef van de Nationale Politie is al langs geweest. Hij beseft dat de burgemeesters bondgenoten kunnen zijn.

Akerboom heeft overwicht vanaf het moment van binnenkomen. Het helpt dat hij 1 meter 97 is en good looks heeft. Maar daarnaast wordt allerwegen zijn sociale intelligentie geprezen, zijn rust en zijn voorkomendheid. Wilbert Paulissen, hoofd van de landelijke recherche: 'Van ieder gesprek maakt Erik iets, omdat hij oprecht geïnteresseerd is in wat een ander heeft op te brengen. Dat is een houding die de politie nodig heeft in deze tijd.'

Erik Akerboom.Beeld ANP

Hard

Akerboom moet, in zijn eigen woorden, de politie uit de shit trekken. Is hij wel hard genoeg?

Zijn leermeester Wiarda die in 2013 overleed, zei in 2010 in NRC Handelsblad: 'Erik profileert zich heus wel. Maar niet lawaaiig. Dat is verstandig, want als het lastig wordt, kiezen ministers of andere hoge heren voor degene die ze het meest vertrouwen. Niet voor de egotripper.'

Misverstand

'Ja, dat is een vrij wijdverbreid misverstand,' reageert Bert Wijbenga, 'dat Erik te aardig, te lief is. Zijn makke is: hij slaat niet met de vuist op tafel. Maar hij is op momenten waarop dat nodig is, onvermurwbaar. Alleen, je ziet het niet aan hem.'

Wijbenga vertelt dat zijn vriend een keer een plaatsvervangend chef had die hem ogenschijnlijk op handen droeg. Maar gaandeweg begon Akerboom onraad te ruiken, hij begon te twijfelen aan de integriteit van zijn plaatsvervanger. Wijbenga: 'Een half jaar later was de man van het toneel verdwenen. Niemand had iets gemerkt. Maar hij was wel weg.'

CV

1961 Geboren in Lisse

1979-1982 Bedrijfskunde universiteit van Groningen (afgebroken)

1982-1986 Nederlandse Politie Academie in Apeldoorn

1986-2007 Diverse functies bij de Utrechtse politie (tot 1997) Politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam

1998-2003 Directeur bij de AIVD

2003-2009 Korpschef regio Noord-Brabant

2009-2012 Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

2012-2016 Secretaris-generaal ministerie van Defensie

Maart 2016 Korpschef Nationale Politie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden