Gek van bestek

Bestek, zo weet een mannelijke handelaar in zilverwaar te vertellen, is een typisch vrouwelijke aangelegenheid. Vrouwen zouden veel meer dan mannen behoefte hebben aan huiselijkheid, en een fraai gedekte tafel is daarin een onmisbaar element....

Deze bewering wordt gelogenstraft door een klant in een Amsterdamse winkel die is gespecialiseerd in tweedehands bestek. De man buigt zich liefdevol over verzilverde vorken en lepels die een langgezochte aanvulling vormen op zijn incomplete cassette. Zo met de feestdagen voor de deur, legt hij uit, wil hij graag dat de eettafel er verzorgd uitziet.

Dat zeer veel liefhebbers van zilveren en verzilverd bestek zo redeneren, bewijst de topdrukte die de handelaars voor Kerstmis het hoofd moeten bieden. Veel mensen zien verzilverd bestek als een soort belegging. Het is waardevast, gaat desgewenst een leven lang mee en geeft cachet aan het erfgoed dat de kleinkinderen ten deel zal vallen. Bovendien blijven veel modellen in omloop ook al worden ze niet meer gemaakt, zodat incomplete cassettes door de bezitter met enige moeite kunnen worden aangevuld.

Mooi bestek is de laatste jaren uitgegroeid tot iets voor mensen die zich op hun gemak voelen in de Nieuwe Huiselijkheid die onder de naam cocoonen opgeld doet, merkt ieder die erin handelt. Met het gevolg dat elke zichzelf respecterende winkel in huishoudelijke waar, van Bijenkorf tot Blokker, een gevarieerd assortiment eetgerei op de markt heeft gebracht. Tegenwoordig is dat steeds vaker geënt op klassieke modellen: de Hema heeft nu vorken, messen en lepels met een nep-hoornen heft, gebaseerd op een variant die tot lang na de eeuwwisseling alom in gebruik was.

Wie hedendaagse namaak niet leuk vindt maar zoekt naar echt oud bestek, moet daarvoor het circuit in van tweedehands handelaren. En dan bij voorkeur dat van verkopers die van bestek hun specialiteit hebben gemaakt.

Bijna een museum voor eetgerei is Silverplate, de winkel voor verzilverde voorwerpen van Kyra ten Cate aan de Amsterdamse Nes, die klanten uit heel Nederland trekt. Ten Cate is van huis uit edelsmid en is uit pure liefhebberij acht jaar geleden een winkel begonnen. Ze is gespecialiseerd in bestek, maar verkoopt alles van olie- en azijnstellen tot theepotten en maïsprikkertjes.

Ze draait de winkel 'voor de lol' en dat is te zien ook: als een Malle Pietje scharrelt ze tussen de zilverwaar op zoek naar dat éne vorkje dat een klant zoekt. Ten Cate is zo goed voorzien dat ze zowel voor beginners als voor kenners aanspreekbaar is. De beginnende liefhebber in het bestekwezen is welkom; die neemt zo vast voor twee tientjes een vork mee met het voornemen later nog eens een echte tafel te dekken. Evenzeer kan de kapitaalkrachtige klant bij Ten Cate terecht die zich voor 3,5 mille een originele 24-delige Art Deco-cassette uit 1929 in mahoniehouten ladenkast als huwelijksgeschenk laat geven.

Ten Cate stroopt veilingen en rommelmarkten af, op zoek naar verzilverd bestek. Aan echt zilver doet ze niet: dat is peperduur in de inkoop, en de vraag is vooral naar verzilverd bestek, omdat dat minder bros is en dus minder kwetsbaar. Ze is gespecialiseerd in degelijk Engels en krullerig Frans bestek. En in Gero en Keltum: van die opgeheven bestekfabrieken heeft ze alles direct in huis, van theelepeltjes tot druivenschaartjes. Alle waar is officieel gekeurd, er zit geen nep en geen troep tussen.

Ten Cate heeft geen handelswaar in beheer voor particulieren die kopers zoeken. Ze neemt ook geen

zoekopdrachten aan in de orde van: ik zoek een vleesmes of zes gebakvorkjes voor bij mijn laat-negentiende-eeuwse Engelse cassette. Ze heeft de boel in huis, of ze heeft het niet, en dat is dan pech voor de klant.

Klanten die beslist vorken zoeken voor bij de incomplete cassette die ze hebben geërfd van oma, of mensen die er juist niks aan vinden een la vol bestek te hebben, kunnen zich beter wenden tot De Zilverbank in Hilversum. Tegen vijftien gulden inschrijfgeld neemt Mickey Six-de Rooij sinds vijf jaar vraag of aanbod op in haar computerbestand. Aan de hand daarvan bemiddelt Six, die een opleiding tot juwelier volgde, persoonlijk tussen klanten. De uitdraai van alle vraag en aanbod die ze periodiek verstuurt naar alle ingeschrevenen, is onbedoeld uitgegroeid tot een postorderbedrijf voor zilverwaar: klanten interpreteren de lijst als een catalogus van wat Six in de aanbieding heeft.

De Zilverbank heeft juist geen voorraad, het is dan ook geen winkel. Six werkt voornamelijk met dikke ordners waarin foto's zitten en fotokopieën van op de glazen plaat van het kopieerapparaat gelegde stukken bestek. Ze moet weten hoe het gezochte of aangeboden bestek er van voor en van achter uitziet. Van voor om het precieze model te definiëren, en van achter om aan de stempels te zien met wat voor legering en met welk productiejaar ze te maken heeft. Dat laatste is bijvoorbeeld bij lepels van belang, omdat de vorm van de 'bak' daarvan met de jaren nog wel eens veranderde.

Een 'couvert' houdt in een lepel en een vork. Een couvert kost tussen de 180 en de 220 gulden, afhankelijk van de staat. Messen zijn zodanig aan slijtage onderhevig dat Six ze in alle soorten en maten nieuw gemaakt door zilversmeden aanbiedt, voor om en nabij de honderd gulden per stuk. Als het model het toelaat, kan een oud mes ook een nieuw lemmet krijgen, maar dat kost 75 gulden per mes.

De Zilverbank heeft direct zicht op modes en luimen in de bestekhandel. Zo is al een tijdje het sober gevormde 'Haags lofje' uiterst populair: taps uitlopende heften met aan de onderzijde een verdikking in het zilver in de vorm van een 'W', waarvan de middelste punt onderaan een driehoekig opstaand dik dakje vormt. Zonder die dikke punt heet bijna hetzelfde model 'Hollands glad'. Het zijn vooroorlogse types.

Nogal uit is op het moment de 'parelrand', een druppelvormig glad heft met kleine zilveren bolletjes in de rand. Wat echt niet meer kan is de 'puntfilet': een in een scherpe punt uitlopend heft waarvan de buitenste randen lager liggende richeltjes vormen. Ook het typische jaren zestig en zeventig bestek wil niet erg.

Beginners raadt Six aan een besteksoort te kiezen die ze mooi vinden en die dan met losse stukken tegelijk aan te kopen; dat is veel goedkoper dan een complete cassette in een keer te willen.

Zowel voor kopers als voor verkopers houdt Six scherp het oog op veilingen in binnen- en buitenland. Zal een Art Deco-couvert naar verwachting een mooie prijs maken in Wenen of Londen, dan aarzelt ze niet veilinghuizen als Sotheby's of Christies in te schakelen. Vermeldt de catalogus van een veiling op zijn beurt een begeerd stuk, dan gaat ze erop bieden. De Zilverbank is geen gewone winkel en werkt alleen op afspraak.

Voor wie mooi oud bestek wil, maar minder geneigd is daaraan op termijn veel geld kwijt te zijn en het niet nodig vindt elk stuk bestek van hetzelfde model te laten zijn, bieden veilingen en rommelmarkten uitkomst. Gerenommeerde rommelmarkten als die in Brussel hebben prachtig bestek, maar zijn onbetaalbaar.

Een goed en goedkoop alternatief is bijvoorbeeld de kraam van Joep Maartens, die op maandagmorgen op de Noordermarkt staat in Amsterdam. Zij sjouwt zelf vooral Belgische rommelmarkten en veiligen af op zoek naar bestek en 'schepwerk': opscheplepels voor van alles. Bij haar zijn al zes dezelfde vorken en lepels te koop voor rond de honderd gulden. 'Heel duur' betekent bij Maartens zes fraai gedecoreerde couverts voor 350 gulden. Zes viscouvertjes heeft ze al voor een gulden of tachtig. Losse taartscheppen, soeplepels en dergelijke kosten een paar tientjes per stuk. Allemaal wat minder superdeluxe, maar wel mooi en uiterst bruikbaar.

Mieke Zijlmans

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.