Column

Gejammer over rechtstatelijke principes heet mierenneukerij

Thuis op de bank heet zulk gejammer miereneukerij.

Premier Mark Rutte tijdens de Algemene Beschouwingen.Beeld anp

Of de premier een mens kan zijn, was de vraag. Een mens met opvattingen die hij als premier niet deelt, althans niet in die mate dat ze deel uitmaken van het officële beleid, terwijl hij deze opvattingen niettemin keer op keer blijft uiten in zijn rol als premier.

Gisteren weer. Andermaal herhaalde premier Rutte wat hij al vier keer eerder had gezegd: Nederlanders die afreizen naar jihadistengebied om daar aan de verkeerde kant van de geschiedenis te gaan vechten, mogen wat hem betreft daar sterven.

In het Ruttiaans: 'Mensen die zo achterlijk zijn om zich aan te sluiten bij die griezels, onze soldaten die dat doen, zijn totaal mataglap. Als je dat doet, neem je dat risico en dan kun je beter daar omkomen dan terugkeren.' (De tijd dat er in de Tweede Kamer nog werd opgekeken van uitingen als 'even dimmen', 'knettergek' en 'doe zelf normaal, man' ligt ver achter ons.)

Het is een opmerkelijke analyse - de consensus was volgens mij dat die jongens en meisjes juist níet mataglap zijn, maar min of meer weloverwogen een ideologische keuze maken. Het is bovenal het type kroegpraat dat het goed doet in een schemerig dranklokaal, ergens na middernacht, na zes bier en twee bitterballen met extra mosterd.

Het punt is evenwel dat de premier zijn opvatting in nuchtere toestand ventileerde in de vergaderzaal van de Tweede Kamer, de locatie bij uitstek waar een mens geen mens is, maar in functie. Toch zei hij het als mens, zei de premier, niet als premier. Als premier vindt hij iets anders: dat jihadtoeristen vervolgd dienen te worden door het Openbaar Ministerie en eventueel gevangen gezet, zoals gebruikelijk is in een rechtstaat. De rest van het kabinet vindt dat ook en het zal derhalve geen kabinetsbeleid worden om het sterven van Nederlandse jihadisten toe te juichen of te stimuleren.

Er was boosheid en ongeloof - Sybrand Buma beklaagde zich: 'De minister-president staat daar en zegt dat we die mensen vervolgen, maar hij zegt ook: wees niet bang, ik, Mark Rutte, vind eigenlijk dat ze helemaal niet vervolgd moeten worden; ze kunnen daar beter doodgaan'.

En toen zei hij het voor de zesde keer: sterf toch. Met een schuin oog naar de mensen thuis, want daar zit genoeg achterban die het grondig eens is met de mens Mark Rutte. Gejammer over rechtstatelijke principes en over welke opvattingen zich slecht verhouden tot de waardigheid van het ambt van premier, heten daar thuis op de bank mierenneukerij.

Mensen die het nog wisten, brachten Hilbrand Nawijn in herinnering. Minister in een ongelukkig CDA-LPF-VVD-kabinetje, vlak na de eeuwwisseling, die zich in een interview enthousiast had uitgesproken voor de doodstraf. Het kabinet was demissionair en de consensus was dat ze bij de LPF allemáál mataglap waren, maar de ophef was er niet minder om. Nawijn kreeg te verstaan dat hij zich als minister van brisante persoonlijke opvattingen diende te onthouden, want een minister spreekt niet als mens.

Een decennium later vindt de minister-president dat dit voor hem niet geldt. Als de opstandige protagonist uit Ik ben lekker stout van Annie M.G. Schmidt die heel hard stampen wil in een plas en dan z'n tong uitsteken: en dat is alles wat ik wil / en als ze kwaad zijn, zeg ik: Bil!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden