Gejaagd door de tijd

De moderne begroetingscode - druk, druk, druk - is wetenschappelijk bevestigd. Driekwart van de bevolking ervaart werkdruk als een ziekte van deze tijd....

IS HET juist dat werkdruk dé ziekte van het moment is? Een halve eeuw geleden schreef journalist Henk Hofland reeds het boekje Geen tijd: op zoek naar oorzaken en gevolgen van het moderne tijdgebrek. Mannen werkten elke zaterdag, huisvrouwen klaagden over rode, opgezwollen knieën van het vele poetsen, de zogeheten 'Roomse knieën'.

Eerder nog, aan het begin van de 20ste eeuw, waarschuwden psychiaters voor de stress van de moderne samenleving. En zouden we echt willen ruilen met een 19de-eeuwse fabrieksarbeider, die nooit vakantie had en doorgaans twaalf uur per dag moest werken?

Natuurlijk, door de opmars van de tweeverdiener is ons leven steeds meer op simultaanschaak gaan lijken. We versnipperen onze aandacht over werk, gezin en vrije tijd. Maar wat belangrijker lijkt: op al deze gebieden zijn onze ambities enorm toegenomen.

Op het werk moeten we ons ontplooien, het gezinsleven moet de ultieme emotionele bevrediging schenken en de vrije tijd moet op interessante wijze besteed worden. Het leven is een spel geworden, zegt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. De moderne mens wil levenslang kind blijven. Hij probeert de harde werkelijkheid met al haar routine, sleur en onbevredigdende compromissen, zo veel mogelijk buiten te sluiten. 'Zelfs het werk wordt steeds meer als variant van het spel gezien', aldus Sloterdijk.

In die observatie klinkt meer door dan een zakelijke constatering. Er lijkt een licht afgrijzen in besloten te liggen over de teloorgang van de ernst als een deugd. De afschuw dat de grote mensen op de vlucht slaan voor het leven dat vaak moeilijk en hard is. Alsof een hele cultuur zijn duim in de mond steekt en in de zandbak gaat zitten.

De Homo Faber, de werkende en scheppende mens, lijkt in deze visie te verweken tot een Homo Ludens, de mens die alleen wil spelen, voor wie het leven vooral leuk moet zijn. Al in 1938 wijdde de historicus Johan Huizinga een studie aan deze figuur, Homo Ludens, een proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Hierin citeert hij de lampenfabrikant Anton Philips, die betoogde dat de technische en de commerciële leiding van zijn bedrijf in een voortdurende, speelse competitie met elkaar verwikkeld waren. 'Zowel mijn broer als ik hebben onze zaak eigenlijk nooit beschouwd als een taak, maar wel als een sport, die wij trachten onze medewerkers en de jongeren bij te brengen', aldus Philips.

Toch is het misleidend moderne arbeid louter als spel te zien. Niet voor niets wordt vaak over werk gesproken als vorm van topsport. Tegenover het spelelement staat de dwingende eis tot presteren. Dat vergt niet alleen speelse creativiteit, maar ook ijzeren discipline.

Het is dus maar de vraag of de Homo Faber langzamerhand verkinderlijkt tot een een gemakzuchtige Homo Ludens. Veeleer lijken beide ideaaltypen te versmelten tot een nieuw menstype, dat zich het best laat omschrijven als de Homo Activus.

Deze nieuwe soort valt vooralsnog te observeren in de kringen van jeugdige hoogopgeleiden. Dit soort medewerker trekt geen strikte grenzen meer tussen werk en privé, tussen arbeid en spel. Zijn werken is inderdaad spelen, het is de ultieme expressie van zijn individualiteit. De nieuwe medewerker is geen arbeider meer die zijn tijd en fysieke kracht in dienst stelt van de uitbuitende kapitalist. Hij heeft een einde gemaakt aan wat de oude Marx de 'vervreemde arbeid' noemde.

De slimme medewerker doet geen werk vóóor zijn baas, hij voelt zich zijn eigen baas. Met zijn 'teamgenoten' stoeit hij op een riant kantoor dagelijks 'met ideetjes'. Zijn creatieve denkproces begint niet precies om negen uur uur 's ochtends en houdt evenmin op als de klok vijf uur slaat. De klassieke Zeitgeber, meldde het sociaal en cultureel Planbureau (SCP) vorig jaar, zijn op hun retour. 'Rollen (wie heeft welke vaste bezigheden) en ritmen (wat gebeurt wanneer) worden uit hun bedding losgeweekt en vinden een nieuwe loop', aldus het rapport Naar andere tijden?

De autonome Homo Activus werkt niet meer met opgelegde grenzen. Zijn dagen, doordeweeks of in het weekend, worden gekenmerkt door een keten van activiteiten. De een meer aan het werk gerelateerd, de andere meer aan vrije tijd en huishouden. De Homo Activus wordt voortgedreven door een innerlijke discipline, ontleend aan de topsport die werk heet, die hem alle taken in een vloeiende beweging laat doen.

Zo wipt de moderne werker vlak voor een vergadering elders in het land, even binnen bij de kapper en doet en passant een funboodschap. Na de meeting is het doorkarren naar de woonplaats, om nog een stukje van de balletvoorstelling van de jongste dochter mee te pikken. Spijbeltijd die 's avonds ruimschoots wordt gecompenseerd door de uren achter pc en telefoon. Tussen de bedrijven door heeft hij nog een paar keer met de gsm naar de zaak gebeld.

Terwijl het werken van de arbeider meer op spelen lijkt, begint zijn privé-tijd meer op werken te lijken. De Amerikaanse onderzoekster Arlie Hochschild heeft dat treffend uitgedrukt in de ondertitel van haar boek The Time Bind. Die luidt: When work becomes home and home becomes work. De voorspelbare structuur, de adrenaline verhogende hectiek, de verse koffie en het teamverband van kantoor voelen eigenlijk veel prettiger dan de ongestructureerde chaos thuis waar nooit een bonus voor bijzondere verrichtingen lonkt. Hoewel Hochschilds interpretatie van het moderne gezinsleven wel erg negatief is, raakt zij een belangrijk punt. De tolerantie voor sleur, vervelende karweitjes en jengelende kinderen en de chaotische kanten van het gezinsleven lijkt af te kalven. Het gezin moet quality time bieden en we ergeren ons aan de dagelijkse tredmolen die voor voorgaande generaties heel vanzelfsprekend was.

De Homo Activus probeert thuis met de geïncorporeerde discipline van het arbeidsproces de privé-tijd onder controle te krijgen. Bovendien wil hij genoeg energie overhouden om de vrije tijd leuk te besteden. Dat vergt de kunst om niet moe te worden van het spelende werk. Wie uitgeput en afgedraaid thuiskomt, geeft er blijk van de regels van het spel niet goed onder de knie te hebben. Het spelende bestaan vraagt dus om controle, beheersing en goede planning.

Zo zit de Homo Activus in een rusteloze greep, waar hij na z'n 65ste geen versleten rug van overhoudt, maar evenmin een goed alibi aan ontleent om op een bankje stokoud te zitten wezen. Hij zal door moeten. Daarom vertrekt hij naar een eiland in de stille Zuidzee. Op deze actieve manier mag rust worden gevonden. Geen wonder dat actieve senior een honkbalpet opzet: dat hoort bij het professionele, gedisciplineerde spel dat tot de laatste ademtocht wordt gespeeld. En staat onmiskenbaar jeugdig.

De Homo Activus is dus een merkwaardige figuur: een gedisciplineerde hedonist. In de jaren zestig verwachtte de Amerikaanse socioloog Daniel Bell nog dat het kapitalisme aan zijn eigen contradicties zou bezwijken. Het kapitalisme was immers gebouwd op hard werken en soberheid. Investeringen voor 'later' zijn alleen mogelijk door spaarzaamheid en het uitstellen van de bevrediging van verlangens. Het volwassen kapitalisme stimuleert echter hedonisme de instant-bevrediging van de merkwaardigste gril. Daarmee zou het kapitalisme de bijl aan zijn eigen wortels leggen, voorspelde Bell in The cultural contradictions of capitalism.

Bell heeft ongelijk gekregen. Hedonisme en kapitalisme blijken uitstekend te kunnen samengaan. Het is zelfs opmerkelijk hoezeer de moderne mens zich geheel vrijwillig onderwerpt aan een regime van strakke discipline. De fabriek met prikklok en autoritaire voorman heeft voor de meeste mensen plaatsgemaakt voor het kantoor met zijn 'zelfsturende teams', maar de moderne werknemer gebruikt de vrijheid om hard te werken. Hedonisme is immers duur: een nieuwe auto, een verre reis, een nieuw paar kalfsleren schoenen, een lijntje coke.

Is er nog een uitweg uit het 'druk, druk, druk'-gevoel van de Homo Activus? In theorie is die heel simpel. Als we genoegen zouden nemen met het welvaartsniveau van pakweg de jaren zestig of zeventig, toen de mensen ook al dachten dat ze het nog nooit zo goed hadden gehad, zouden we lekker op onze lauweren kunnen rusten. In de jaren zestig werd ook allerwege voorspeld dat het zo zou lopen. Dankzij de automatisering lag de vrijetijdssamenleving binnen handbereik. We zouden nog maar een paar dagen per week hoeven te werken. De rest zou door machines worden gedaan.

De vrijetijdssamenleving is er niet gekomen. De mens heeft immers een eeuwigdurende behoefte aan competitie. Na de 'zinvolle' luxe van de jaren zestig - auto, tv en wasmachine - volgde de 'zinloze' luxe, aangewakkerd door een almaar doordraaiende media- en mode-industrie. Eerst sloeg Nederland massaal aan het verfraaien van de keuken, daarna kwam de badkamer, vervolgens werd de tuin volgestouwd met dure planten en attributen. Nu al valt te voorspellen dat de tweede badkamer binnen afzienbare tijd als onmisbaar zal worden beschouwd. Het is toch wel erg armoedig om 's ochtends op elkaar te moeten wachten. In de Verenigde Staten is een aparte badkamer voor de kinderen al heel gewoon.

Vrijwel niemand ontsnapt hieraan. Ook de culturele elite, die graag neerbuigend doet over andermans platte materialisme, is gegrepen door het keuken- en badkamervirus. Daarnaast zoekt zij naar haar eigen tekenen van distinctie. Zij betaalt bijvoorbeeld een godsvermogen voor een huis met 'originele details', zoals oude tegeltjes en glas-in-loodramen, vaak ook nog een te klein pand in een te duur deel van de stad. Ook het geldverslindende culturele stedentripje is onmisbaar voor de status van deze groep. Al in het Tate Modern geweest?

Volgens de Amerikaanse econome Juliet Schor, bekend van haar boek The Overworked American, zitten we gevangen in een mechanisme dat in de Angelsaksische wereld zo fraai keeping up with the Joneses wordt genoemd. Deze zucht naar steeds meer valt echter niet louter als materialisme af te doen.

Huis, auto en andere goederen geven onze plaats in de maatschappelijke pikorde aan. Luxe geeft een gevoel van voorspoed en succes. We willen niet onderdoen voor de buren, omdat we anders het idee krijgen dat we maatschappelijk niet meetellen.

Dit mechanisme steekt vooral de kop op in een samenleving waarin veel gelijkheid bestaat, zo wil een lange traditie in de sociale filosofie. In een statische, hiërarchische samenleving liggen veel posities vast. Het gros van de bevolking weet dat zij toch nooit veel kan bereiken. Maar hoe gelijker een samenleving, hoe nerveuzer de competitie om aantrekkelijke posten, hoe groter de behoefte aan zichtbaar succes.

Zo worden we opgejaagd door onze zucht naar succes en oorspronkelijkheid, door onze opgeschroefde ambities op elk terrein van het leven. Volgens de Tilburgse tijddeskundige Wim Knulst 'zeefden' vroeger de zuilen de ambities voor het volk. 'Een arbeider ging met de AJC kamperen en peinsde niet over een tropische hotelvakantie, nu is zo'n vakantie binnen vrijwel ieders bereik.'

Ook de welbewuste keuze voor kinderen dwingt ouders iets bijzonders van hun kroost te maken. Met strak gekamde haren en een appel voor de speelpauze naar school sturen, is niet meer genoeg. Sluipenderwijs ontstaat een wedren om wie de leukste en actiefste vader of moeder van de ouderparticipatie is.

Sommige mensen voelen zich prima in dit competitieve klimaat, anderen houden het niet vol, krijgen last van burn out of een andere moderne kwaal. Het valt ook niet mee je aan de race te onttrekken. Dat vergt een geesteshouding waarop wij ons graag beroemen, maar die het in de praktijk maar al te vaak aflegt tegen de verleiding naar anderen te kijken: individualisme. We voelen ons een stoere cowboy, avontuurlijk en eigenzinnig, maar in werkelijkheid roeien we netjes met de stroom mee. Daarom moeten we niet meer zeuren over haast. Tijdgebrek is de prijs voor onze braafheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden