Gehuld in woorden

De dood is het thema van de boekenweek. Aflevering 8: Het onbegrijpelijke sterven van een kind...

Nog geen twee op bijna tweehonderd pagina's wijdt Willem Termeer, de verteller in Marcellus Emants' Een nagelaten bekentenis, aan zijn dochtertje. Termeer noemt het kind terloops, alleen om te laten zien hoe 'angstig gelukkig' zijn echtgenote Anna met haar was.

'Het gebeurde, dat Anna moeder moest worden', schrijft Termeer over de vrouw met wie hij een hopeloos huwelijk heeft, en kort daarna is het al: 'Zij beviel voorspoedig van een dochter; het wurm leefde ruim anderhalf jaar.' De sterfscène duurt één zin: 'Het kind vatte een beetje kou, kreeg koorts en in een ommezien werd het armzalige levenslichtje uitgeblust.' Zo zeldzaam laconiek is die beschrijving, dat ze keihard aankomt. Dat de verteller zijn vrouw heeft vermoord, wil je hem nog wel vergeven, de kilte waarmee hij over zijn kind schrijft niet.

In Raymond Carvers prachtige korte verhaal 'The bath' wordt een jongetje op zijn achtste verjaardag aangereden terwijl hij met een vriendje naar school loopt. 'The birthday boy did not cry. But neither did he wish to talk anymore. He would not answer when the other boy asked what it felt like to be hit by a car.' Het kind staat op, loopt naar huis, maar raakt daar bewusteloos. Het slot van het verhaal suggereert dat hij overleden is - maar Carver laat ook de mogelijkheid open dat de man die de moeder belt, wanneer ze even uit het ziekenhuis thuis is om zich op te frissen, de banketbakker is bij wie twee dagen eerder een verjaardagstaart is besteld.

'The telephone rang. ''Yes!'' she said. ''Hello!'' she said. ''Mrs. Weiss,'' a man's voice said. ''Yes,'' she said. ''This is Mrs. Weiss. Is it about Scotty?'' she said. ''Scotty,'' the voice said. ''It is about Scotty,'' the voice said. ''It has to do with Scotty, yes.'' '

Zoals Carver de ouders in het ziekenhuis beschrijft, de moeder die denkt dat haar kind in coma ligt, wat de arts weinig overtuigend tegenspreekt ('I wouldn't call it that'), de vader die zijn angst probeert te bezweren door tegen zichzelf te zeggen dat het kind gewoon slaapt ('Sleep is the same wherever you do it'), zo beschrijft P.F. Thomése zichzelf en zijn vrouw aan het sterfbed van zijn baby'tje in Schaduwkind, het eindejaarsgeschenk van uitgeverij Contact.

' ''Ze ligt volgens mij nu lekker te slapen,'' zei je. ''Ja,'' zei ik. Want zolang je het kon zeggen, kon het waar zijn.'

Schaduwkind is zo'n boek waarvan je wilde dat het er niet was, omdat je wel weet, maar niet wílt dat kinderen in het echte leven overlijden, een te rauwe werkelijkheid, waarvoor woorden ontbreken. 'Ze vragen ons steeds naar onze gevoelens, maar we hebben niets om te laten zien. We vinden alleen maar woorden die we niet willen zeggen. Ze smaken naar andermans mond.'

'Ik wist niet dat dat kon, een baby die zo maar stierf. Ik wist het niet en niemand had het me gezegd', schrijft Kristien Hemmerechts in 'Sprookje' uit de bundel Kerst en andere liefdesverhalen. Dat boek stamt uit 1992, toen Hemmerechts nog niet de weduwe van de dichter Herman de Coninck was, toen ze nog niet in interview na interview haar levensverhaal had verteld. 'Sprookje' is het laatste in een bundel korte verhalen, en het begint als fictie: 'Er waren eens een man en een vrouw, die een kind kregen dat leefde. Toen kregen ze nog een kind en het stierf, en toen nog een kind en ook dat kind stierf.'

Dat is al erg genoeg, maar als plotseling de tot dan toe naamloze hoofdpersoon aangesproken wordt met Kristien ('Kristien, get an ambulance, quick', roept de Britse echtgenoot van de 'ik' als hij hun baby dood in zijn wiegje gevonden heeft), schrikt de argeloze lezer zich rot.

Vanaf dat moment is het moeilijk zo'n verhaal alleen nog op zijn literaire merites te beoordelen, want wat kun je nog zeggen tegen iemand die een kind verliest, en dan nóg een kind.

Schrijvers moeten schrijven, en dat is wat ze doen, dat is wat ze juist doen, als het gaat om zoiets onbeschrijfelijks als het verlies van een kind.

Esther Jansma dichtte een kleine bundel, Bloem, steen, niet 'voor Floortje', maar 'om Floortje', haar dochtertje dat tijdens de geboorte stierf. In haar nawoord bij de herdruk van Bloem, steen schrijft Jansma dat de 'ik' in de bundel 'een moedige, zelfs enigszins optimistische poging doet om iets waar het verstand bij stilstaat - de dood van een kind - met behulp van het verstand (woorden, redenaties, ritmes) in kaart te brengen.'

'Ik hul haar in weefsels van woorden,/ ik wil dat ze ademt van taal, (. . .)// Ik wil haar overal horen, ik wil/ dat ze spelregels breekt en steeds/ opnieuw en anders wordt geboren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden