Gehuld in een waas van mysterie

Wie inspireert de kunstenaar als hij schrijft, componeert, schildert, filmt? (Bijna) iedere kunstenaar heeft een muze, en voor de Pre-Rafaëliet Dante Gabriël Rossetti heette zij Jane Morris....

Eerst werd ze uitgelachen, nagekeken op straat. Met haar benige gezicht, zwarte haardos, te grote lichaam en lange dunne nek. Maar vanaf het moment dat ze werd geschilderd werd ze mooi gevonden, ja zelfs aanbeden.

Jane Morris (1839-1914) staat in een lange rij van modellen die door smachtende kunstenaars tot muze werden verheven. Dat feit op zichzelf maakt haar dus niet bijzonder. Interessanter is dat zij in Engeland tot icoon van schoonheid uitgroeide, en in welke tijd dat gebeurde: rond 1870, een tijd van, aldus de cultuurhistorici, mannelijke verwarring. Midden in de Victoriaanse preutsheid, maar met de vrouwenemancipatie in opkomst.

Het waren de hoogtijdagen van de dubbelzinnige vrouwenportretten, het begin van de lange stroom femmes fatales uit het fin-de-siècle. En in dat geobsedeerde tijdperk werd Morris ook nog eens geschilderd door dé vrouwenschilder van dat moment, Dante Gabriël Rossetti, oprichter van de Pre-Rafaëlitische beweging.

De Pre-Rafaëlieten worden nu vaak als kitsch afgedaan, als makers van foute, verhalende kunst volgepropt met religieuze symboliek, verborgen erotiek en hooggestemde idealen. In 1850 vormden zij echter een avant-garde beweging, shockerend en zeer invloedrijk.

De 'Brotherhood' van Rossetti streefde naar middeleeuwse eenvoud en zuiverheid, eigenschappen die volgens hen verloren waren gegaan sinds Rafaël. Ze zetten zich af tegen de academiekunst, maar ook tegen de oprukkende industrialisering.

Vrouwen, het liefst met weelderige haardos, bloedrode lipjes en in lange gewaden, moesten hun hoge idealen in de kunst uitdragen. 'Stunners' werden ze genoemd, opvallend mooie 'working class girls' die de kunstenaars op straat zagen lopen. Ze nodigden hen uit te poseren als Lilith, Pandora, Guinevère of andere beladen personages.

Drie van die vrouwen domineerden Rossetti's kunst. Hij trouwde met Elizabeth Siddal, zijn eerste muze: beroemd om haar rode haar en bleke teint. Ze zag eruit alsof ze elk moment kon bezwijken en pleegde uiteindelijk zelfmoord met een overdosis laudanum. Na deze neurotica inspireerde prostituee Fanny Cornforth in de jaren 1860 Rossetti tot zijn meest ongecompliceerde, vleselijke schilderijen.

En toen kwam Jane Morris. Haar rol was anders dan die van haar voorgangsters. Rossetti gebruikte meestal een paar eigenschappen van een vrouw en vormde er een ideaaltype mee. Jane Morris viel daarentegen volledig samen met het Pre-Rafaëlitische ideaal.

Tot verbazing van Rossetti, die wanhopig probeerde haar gezicht te schilderen zoals het echt was. En tot verbazing van de buitenwereld. Dichter Henry James schreef: 'Het is moeilijk te zeggen of Jane Morris de grote synthese is van alle Pre-Rafaelitische schilderijen of dat die juist een analyse van haar zijn - is ze een origineel of een kopie? Wat ze ook is, 'she is a wonder'.'

Jane Morris was het eindstadium in Rossetti's loopbaan als vrouwenschilder. Ze was niet de frêle nimf of wulpse deerne, maar de stille, sterke vrouw, gehuld in een waas van mysterie. Alle aandacht in de schilderijen gaat naar haar gezicht, dat vreemde gezicht waar iedereen zijn meest verheven gedachten op kon projecteren, en waar toch nog genoeg sensualiteit aan kleefde om het spannend te houden.

Rossetti schilderde haar met opvallende bewondering en afstand. Misschien kwam dat omdat hun relatie platonisch bleef ('waarschijnlijk', aldus de geleerden). Ze was getrouwd met de dichter William Morris en womanizer Rossetti kon slechts smachten. Frustratie werd omgezet in kunst. Zij poseerde tot 1880 bijna vijftien jaar, onder andere als legendarische vrouw die door haar wrede echtgenoot gevangen werden gehouden.

Door haar ging Rossetti ook weer gedichten schrijven. Toen Siddal was gestorven, had hij al zijn gedichten in haar haardos mee begraven. Zeven jaar later groef hij ze op, en dichtte er weer lustig op los. Over Jane: 'Beauty like hers is genius, this sovereign face, whose love-spell breathes / even from its shadowed contour on the wall.'

Jane Morris besefte goed dat haar uiterlijk tot kunst was verheven. Een bestaan als muze was in die tijd misschien ook de enige mogelijkheid om méér te worden dan 'working class stunner'. Op latere leeftijd zat ze in gezelschap van bewonderaars vaak in stilte, om voor hen een droom te blijven. Ook in de kunstgeschiedenis liet haar gezicht sporen na. George Bernard Shaw baseerde een personage uit Pygmalion op haar. En wie weet hoe zonder haar de vrouwen van Edward Burne-Jones en de Franse symbolisten, met hun donkere haren en lange gezichten, eruit zouden hebben gezien?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden