Geheimtip: Zwitserland

Het stadje Naters is hofleverancier van de Zwitserse Garde, de pauselijke lijfwacht. In het museum trakteert een oud-gardist je op wonderlijke verhalen.

Natuurlijk zoomden de televisiecamera's op het Sint-Pietersplein de afgelopen dagen in op de kersverse paus Franciscus I. Maar wie goed in de jubelende menigte rond de nieuwe kerkvorst keek, zag ook mannen met prachtige metalen helmen, blauw-geel-rode uniformen en vervaarlijke hellebaarden: de Zwitserse Garde.

Al ruim 500 jaar - sinds paus Julius II in 1506 hiertoe opdracht gaf - dienen Zwitserse vrijwilligers van 19 tot 30 jaar als pauselijke lijfwacht. 110 officieren en soldaten leiden een opmerkelijk bestaan vol strenge religieuze en militaire regels. En altijd volgens het motto Acriter et fideliter (Dapper en trouw).

Opvallend veel gardisten komen uit het stadje Naters, in het kanton Wallis. Waarom? Zelfs in het enige Zwitserse stadje met een vierduizender (Aletschhorn) én wijnteelt hebben ze er niet echt een verklaring voor. Misschien is het de nabijheid van de Simplonpas. Of het feit dat in Naters jarenlang weinig meer was dan de oude stadskern en een lindeboom met twee stammen uit 1357.

Zo bezien zou je als toerist niets te zoeken hebben in Naters. Maar daarmee zou je een dubbele attractie mislopen bij het bijna duizend jaar oude stadje. Allereerst La Caverna, de voormalige militaire vestiging die in de Tweede Wereldoorlog uit de rotsen werd gehakt om met kanonnen de grens met Italië te beschermen. Een netwerk van kamers en tunnels waarin soldaten munitie en een deel van de Zwitserse goudvoorraad bewaakten.

Het goud en de munitie zijn er weg. Zo niet de kanonnen. Bovendien vind je in twee van de tunnels het Zwitserse Gardemuseum. Plechtstatig is de portrettengalerij met alle commandanten van de afgelopen 500 jaar. Echt indruk maakt de curieuze verzameling spullen die door oud-gardisten zijn gedoneerd.

Neem de solideo, een klein zijden hoofddeksel in de vorm van een bolkap, die paus Pius XII ooit bij een windvlaag verloor. Het uniform van kindergardist Alejandro. De knalrode Porsche met Vaticaanse nummerplaten waarin jonge gardisten in hun vrije tijd door Rome toerden. Bij elk object heeft oud-gardist Tony Jossen een wonderlijk of aangrijpend verhaal, dat hij soms beëindigt met de guitige opmerking 'si non e vero, e ben trovato' ('als het niet waar is, is het goed gevonden').

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden