GEHEIMST VAN BRONNIJLLOOSHEID

Elk boek is vertaalbaar, zelfs het onvertaalbaar geachte 'Finnegans Wake' van James Joyce, dat deze maand in het Nederlands verschijnt....

Onleesbaar - het woord valt al in de eerste zin van wat een aanbeveling aan de lezer zou moeten zijn. 'Het eerste dat over Finnegans Wake te zeggen valt', schrijft de inleider tot de Penquin-editie van James Joyces megalomane werk, 'is dat het, voor een groot gedeelte, onleesbaar is.'

Dit soort zinnen schrijft Joyce: 'O foenix culprit! Ex nickylow malo comes micklemassed bonum. Hill, rill, ones in company, billeted, less be proud of. Breast high and bestride! Only for that these will not breathe upon Norronesen of Irenean the secrest of their soorcelossness.' En toch ligt het daar, dat onleesbare boek, in een zoveelste heruitgave, wel degelijk grondig gelezen door Seamus Deane, hoogleraar in het Iers, die zich in zijn voorwoord richt tot hen die het boek nog willen gaan lezen.

Zo mogelijk nog paradoxaler is de uitgave, deze maand, van de eerste Nederlandse vertaling van Joyces onleesbare boek over de dromen van een Dublinse kroegbaas, waarin allerlei mythen opduiken en een eigentijdse vorm aannemen. Want behalve onleesbaar wordt Finnegans Wake, dat uiterst persoonlijke amalgaam van talen, dat zijn aard ontleent aan Joyces spel met taal en taalverschillen, vaak en met overtuiging onvertaalbaar genoemd.

Quod non.

'Juist wat onvertaalbaar is, moet je vertalen', zegt Ton Naaijkens, hoogleraar Duitse letterkunde en vertaalwetenschap aan de Universiteit van Utrecht, bijzonder hoogleraar Literair Vertalen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, vertaler uit het Duits en auteur van de onlangs verschenen essaybundel over vertalen De slag om Shelley (uitgeverij Vantilt). 'Je moet je er niet bij neerleggen. Het is een goede houding om ervan uit te gaan dat een boek onvertaalbaar is, want hoe moeilijker het wordt, hoe meer je je erin verdiept, en hoe meer nuances je ziet.

'Natuurlijk, Finnegans Wake wordt onvertaalbaar genoemd. Maar er wáren al vertalingen, in het Engels, in het Duits. En eigenlijk is het boek zelf een vertaling, omdat het geschreven is in een taal die niet de moedertaal van Joyce is.' Het Finneganswakes noemt hij het later: de vertalers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes 'moeten het boek tientallen keren gelezen hebben om zich het Finneganswakes eigen te maken'. Bij hen wordt Joyces citaat: 'O fenix kalpa! Ex nikilaags malo komt mikkelmassig bonum. Heul, geul, onze compagnie, inkwartierd, om terrots op te sijpelen. Borst vooruit en te paard! Slechts opdat dezen het geheimst van hun bronnijlloosheid niet asemen op Norronees of Ireen.'

Het 'tijdschrift voor wereldliteratuur' Armada vroeg zes jaar geleden zestien vooraanstaande Nederlandse literaire vertalers naar teksten die zij 'uit onmacht of uit nederigheid zo goed als onvertaalbaar' achtten. Waren die teksten er? Is er een lijst samen te stellen van onvertaalbare boeken? De vertalers zijn opvallend eensgezind: ze mogen worstelen met typische problemen als het vertalen van poëzie, van woordspelingen, van dialect, van cultuurgebonden begrippen - vertalers proberen voortdurend het onmogelijke -, maar teksten die niet te vertalen zijn, noemen ze niet. 'Alleen een ongeschreven boek is onvertaalbaar', schrijft Richard van Leeuwen, de vertaler van de Vertellingen van Duizend-en-één-nacht.

Alles is vertaalbaar, maar niets, en ook dat komt in de bijdragen in Armada terug, kan zo worden vertaald dat de vertaling samenvalt met het origineel. Neem het voorbeeld dat Arthur Langeveld aanhaalt: het Russische zinnetje ja prisjla wordt in het Nederlands meestal vertaald met ik ben gekomen (of ik kwam). Maar daarbij, schrijft Langeveld, gaan onder meer de volgende, voor het Russisch wezenlijke, betekeniselementen, verloren: 1. de 'ik' is een vrouw, 2. de 'ik' is te voet, of met het openbaar vervoer over een relatief kleine afstand (binnen de stad) gekomen, 3. de 'ik' is op het moment dat zij deze zin uitspreekt nog steeds op dezelfde plaats van bestemming. Een vertaling geeft altijd maar een deel van de informatie uit het origineel en voegt er vaak op eigen houtje informatie aan toe.

Traduttore, traditore, zegt het Italiaans, een uitspraak die doorgaans onvertaald blijft, omdat hij in het Nederlands ('vertaler, verrader') al een stuk minder vanzelfsprekend klinkt. Poëzie, sprak een dichter, is datgene dat in vertaling verloren gaat. En de dichter Jan Gresshof verweet vertalers dat zij zich gedragen 'als tuinlieden voor wie geen moeite te veel is om peren te oogsten van een kersenboom'.

Bestaan er dan toch onvertaalbare boeken?

Dat is maar hoe je het bekijkt, zegt Arthur Langeveld, docent Russisch aan de Universiteit van Utrecht, en vertaler uit het Russisch. 'Als het om de betekenis, de inhoud gaat, is niets onvertaalbaar. Maar als je er allerlei elementen aan wilt toevoegen, bijvoorbeeld rijm, metrum, klank, dan wordt het moeilijk en soms zelfs onmogelijk.

'Het is in principe onmogelijk alle aspecten weer te geven, en dat geldt zelfs voor de betekenis - associaties en dubbelzinnigheid, eigen aan een bepaalde taal en cultuur, laten zich niet zomaar vertalen.' Ook eenvoudige teksten kunnen problemen opleveren. 'Neem een Amerikaanse detective waarin de schrijver voortdurend verwijst naar de honkbalwereld. Dat zegt in Nederland niets. Maar je kunt het ook niet omzetten naar voetbaltermen, want voetbal spelen ze in Amerika niet.'

Vladimir Nabokov, de literaire meester die vloeiend Russisch, Frans en Engels sprak, hield er zo'n strenge vertaalopvatting op na dat zijn Engelse vertaling van Poesjkins Jevgeni Onegin bijna onleesbaar werd. Hij wilde Poesjkin zo getrouw, zo letterlijk mogelijk vertalen en deed dat woord voor woord, waaraan hij een van de belangrijkste kenmerken opofferde van Poesjkins werk - dat het een roman in verzen is.

'Kan een rijmend gedicht zoals Jevgeni Onegin getrouw worden vertaald met behoud van het rijm? Het antwoord is, uiteraard, nee', schrijft Nabokov in zijn inleiding. Zijn commentaar bij het werk is vele malen langer dan de oorspronkelijke tekst, want als Poesjkin het over een bepaalde accacia heeft, legt Nabokov minutieus uit welke accacia exact wordt bedoeld - zelfs al is dat niet nodig voor het begrip van de tekst (fictie immers, geen biologische verhandeling).

Woord voor woord is indertijd ook de bijbel vertaald. In de Statenvertaling klinken de Griekse en Hebreeuwse grondteksten mee, in woordkeuze en zinsopbouw. De nieuwe vertaling, een reusachtig project van de protestantse en katholieke bijbelgenootschappen in Nederland en Vlaanderen, moet in 2004 af zijn. Elke vertaling is een interpretatie, er is altijd een nieuwe versie mogelijk. Hoe gevoelig dat kan liggen, bleek bij de presentatie van de eerste proefvertalingen, toen het 'ijdelheid der ijdelheden' van Prediker ineens 'lucht en leegte' bleek, en 'God de Almachtige' 'God de Ontzagwekkende' werd.

Het ideaal van letterlijk vertalen liet Nabokov los voor de vertalingen die hij maakte van zijn eigen werk. Waar hij in zijn Russische romans verwijst naar de Russische literatuurgeschiedenis, verwijst hij in de Engelse bewerkingen voor een nieuwe groep lezers, van wie hij wel wist dat ze hun Russische klassieken niet kenden, naar grootheden uit de Angelsaksische cultuur, naar Shakespeare bijvoorbeeld. 'Zijn eigen werk vertaalt hij als een gewone vertaler - de tekst moest verkocht worden', zegt Langeveld.

Zo'n vergaande keuze - de tekst aanpassen aan de taal waarin hij wordt vertaald - kon Nabokov, als auteur, zich makkelijker veroorloven dan een gewone vertaler. Toch is het een keuze waarvoor vertalers regelmatig komen te staan.

Marley was as dead as a doornail, schrijft Charles Dickens in het begin van A Christmas Carol - zo dood als een pier. Maar na die eenvoudige constatering komt de vertaler in de problemen, want Dickens vervolgt met een verhandeling over de dood en over deurnagels en over wat nu juist die twee met elkaar te maken hebben.

De vertaler die kiest voor dood als een pier, verplicht zichzelf tot een radicale ingreep: zijn betoog zal moeten gaan over de gelijkenis tussen de dood en pieren, iets waar Dickens zich nooit druk over heeft gemaakt. De vertaler die Dickens in zijn geestige betoog over deurnagels wil volgen, ziet zich genoodzaakt te kiezen voor een uitdrukking die in het Nederlands bepaald vreemd overkomt.

'Je moet beoordelen of het een incidenteel of een structureel probleem is', meent vertaalwetenschapper Naaijkens. 'Is Dickens verhandeling een soort terzijde, dan is het wat mij betreft heel plausibel voort te borduren op de uitdrukking zo dood als een pier. Komen de doornails terug, heb je ze nodig, dan moet je daarvoor kiezen.'

De Franse schrijver Georges Perec schreef met La disparition een boek waarin de letter e niet voorkomt, een roman die in verschillende talen is vertaald, in bijvoorbeeld het Angelsaksisch: Engels zonder e. Maar is de meest voor de hand liggende keuze, de e vermijden, ook de juiste? In het Frans is de e de meest voorkomende letter, er zullen talen zijn waarin dat niet geldt. 'In dat geval', zegt Langeveld, 'zou ik kiezen om de meest frequente letter weg te laten. Dat lijkt me het meest getrouw.'

Kiezen - dat is het sleutelwoord. Degenen die zeggen dat alles vertaalbaar is, hanteren een definitie van vertalen waarin het maken van keuzes ingebakken zit. Degenen die vertalers verwijten dat ze peren willen plukken van een kersenboom, wensen een vertaling die inwisselbaar is met het origineel.

Merkwaardig, dat die wens, die eis van een één op één vertaling, steeds opnieuw wordt geuit, oordeelden al in 1958 de hoogleraar Franse letterkunde S. Dresden en zijn collega, de taalkundige E.M. Uhlenbeck, in een voor de Nederlandse vertaalwetenschap baanbrekend artikel over de noodzaak van het vertalen. 'Ook hierom is het zinloos om van onvertaalbaarheid te spreken. Al onze kennis van Homerus, Plato, Herodotus enz. is via (steeds verbeterd en verscherpt) vertalen verworven en men komt dus in een moeilijk houdbare positie, wanneer men die kennis nu juist benut om de onvertaalbaarheid van het door deze auteurs geschreven Grieks te poneren.'

'Vertalen is verdacht', constateert Barber van de Pol in Armada. 'Het geschiedt door mentale dieven voor mentaal gemankeerden die de meesters niet zonder hulp kunnen begrijpen.'

Het is dat sentiment dat maakt dat Nederlanders, zelfbenoemde polyglotten, graag in het origineel lezen - Nederlandse vertalers uit het Engels werken regelmatig met drukproeven of zelfs met ongecorrigeerde typoscripten, omdat de vertaling er ongeveer tegelijk met het origineel moet zijn, anders wordt die niet meer verkocht. Dat in een vertaling een en ander verloren gaat, is een gegeven. Wat minder als een probleem wordt ervaren, is dat ook iemand die het Engels goed beheerst een tekst niet tot in de finesses zal begrijpen en dat iemand die het Engels redelijk leest, misschien zelfs méér opsteekt van een vertaling dan van het origineel.

Wie een vertaling leest, heeft vaak het gevoel het beter te weten dan de vertaler - een vertaler uit het Engels kan maar beter spaarzaam omgaan met een woord als 'welnu', dat door lezers wordt geïnterpreteerd als een al te letterlijke vertaling van het stopwoordje 'well'. Een prettig leesbare vertaling krijgt lof, kritiek valt de vertaler ten deel als de stijl houterig is - zelfs als dat in het origineel ook het geval was.

'Het best kun je een boek vertalen dat heel goed geschreven is', zegt Langeveld. 'Is de stijl hortend en stotend, dan strijkt een vertaler dat vaak een beetje glad, omdat hij dat hortende en stotende niet aandurft.'

'Een vertaler kan het wat meer leesbaar maken', beaamt Naaijkens. 'Maar er zijn genoeg vertalers die erin mee gaan en bewust het risico lopen op het verwijt dat het boek slecht is vertaald. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat in de taal en in de cultuur van het origineel dat hortende er bij hoort. Opvattingen over taal, cultuur, literatuur in de taal waaruit vertaald wordt, hoeven niet identiek te zijn aan die in de taal waarin wordt vertaald. En dan is het weer heel goed te verdedigen een Nederlandse vertaling minder houterig te maken.'

Recensenten beoordelen zelden de prestaties van vertalers - als ze het doen, is het vaak in negatieve zin. 'In besprekingen overheerst de illusie dat het om het origineel gaat', zegt Naaijkens. 'Terwijl het heel bepalend is wie een vertaling heeft gemaakt, en met welk idee. Een vertaling is een versie. Ik zeg: niet een versie die minder is dan het origineel, maar een die op eigen benen kan staan.

'Het blijft een kwestie van kiezen. Je kúnt niet vertalen wat er staat.'

Of je past de definitie aan. Vertalen wat er staat heet het proefschrift dat Langeveld schreef, en waarvan de handelseditie als een handleiding voor beginnende vertalers kan worden gelezen. Langeveld geeft een voorbeeld uit het Russisch, uit de vertaling van Boenins Het laatste rendez-vous. 'Overigens houdt hij ook niet van kruidmoes, en ook niet van meelpijpjes, en hot vindt hij afschuwelijk, en wrongel kan hij niet uitstaan.'

Nogal wiedes, zal de gemiddelde Nederlandse lezer denken, schrijft Langeveld. Kruidmoes, meelpijpjes, hot en wrongel zou ik ook niet moeten. Maar de pijnlijk nauwkeurige vertaling van 'wat er staat', heeft in het origineel een heel andere betekenis: deze Russische etenswaren zijn volksvoedsel, en degene die de passage uitspreekt is een plattelandsmeisje dat een jongen uit de stad met zijn verwende manieren plaagt.

Een minder letterlijke vertaling geeft beter weer 'wat er staat': 'Overigens houdt hij ook niet van erwtensoep, en ook niet van macaroni, en karnemelk vindt hij afschuwelijk, en yoghurt kan hij niet uitstaan.'

'Vertalen heeft niet alleen te maken met begripsproblemen', zegt Naaijkens. 'Je kunt een woord heel goed begrijpen, misschien hoef je het niet eens op te zoeken, maar dan nog moet je een aparte stap in je hoofd zetten om van een vreemde taal een andere te maken.'

Een goede vertaling, vindt Langeveld, 'geeft de belangrijkste elementen van het origineel op een evenwaardige wijze weer. Wat overgebracht moet worden, is het effect dat het origineel op de lezers had. Een vertaler uit het Frans moet in de huid kruipen van de gemiddelde Franse lezer, en die ervaring overbrengen in het Nederlands.'

'Een goede vertaling', zegt Naaijkens, 'moet verantwoord zijn, voor de lezer vertrouwenwekkend, en consistent in zijn visie op hoe de tekst in het Nederlands werkt. Als je een bepaalde woordspeling tegenkomt die in het Nederlands niet werkt, moet je kiezen. De keuze kan ook zijn: het gaat niet, ik laat het weg. Dat kun je eventueel op een andere plaats in de tekst compenseren.'

Wat is het moeilijkst om te vertalen?

'Poëzie is moeilijk, niet onmogelijk, maar moeilijk', zegt Langeveld, 'omdat het zo gecomprimeerd is. En dialect. Je kunt er geen Gronings van maken, maar weglaten is een verarming. Ik vermijd het zoveel mogelijk, maar als het niet anders kan, als het om een, anderhalve pagina gaat, maak ik er een eigen soort dialect van, een soort Achterhoeks, omdat ik dat ken.'

'Ik vind eigenlijk alles moeilijk om te vertalen', zegt Naaijkens. 'Ook makkelijke teksten zijn soms heel moeilijk - gewoon, omdat vertalen moeilijk ís. Het moeilijkst zijn teksten die in jouw cultuur niet aanwezig zijn. Dialecten, poëzie, beeldspraak - daarvoor moet je iets bedenken. Een boek zoals Trainspotting, waarin je aan de manier van praten hoort dat iemand een randfiguur is, of een drugsverslaafde, dat is heel moeilijk te vertalen. Hoe eigener een tekst is, hoe eigener de stijl of de kenmerken, zoals dialect, hoe moeilijker een vertaling is.'

Maar onvertaalbaar?

'Waarom', schreven Dresden en Uhlenbeck 44 jaar geleden al, 'zou je je afvragen of vertalen mogelijk is, aangezien het toch altijd moet gebeuren.'

Naaijkens: 'Een origineel is niets, totdat het gelezen wordt, en in dit geval totdat het wordt vertaald.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden