Geheimen van de haven

Hoe weten stedenbouwers en architecten of hun plannen zijn geslaagd en of bewoners zich op hun gemak voelen in een nieuwe woonwijk?...

Het Oostelijk Havengebied in Amsterdam, een serie kunstmatige schiereilanden ten oosten van het Centraal Station, gebouwd als ankerplaats voor zeeschepen en havenactiviteiten, heeft geen privétuinen. Wel stoepen, balkons, kades, patio’s, terrassen en andere inhammen en rommelzones. Daar staat, vooral rond de laagbouw van Borneo/Sporenburg, niet één pot of plant. Daar staat een woud aan planten, potten, tafels, banken, kinderspeelgoed en andere prullaria.

De metamorfose van het Oostelijk Havengebied tot moderne woonenclave is een succesverhaal. Bewoners voelen zich thuis. Huizen, gekocht in het gulden-tijdperk, zijn inmiddels hetzelfde bedrag in euro’s waard. Architectuurtoeristen stromen toe.

Wat is het geheim? Waarom is het Oostelijk Havengebied – een aaneenschakeling van Oostelijke Handelskade en de eilanden Java, KNSM, Borneo en Sporenburg – uitgegroeid tot het hipste en populairste woongebied van Amsterdam, en misschien wel van Nederland?

Eén levensgroot schrikbeeld stond eind vorige eeuw op het netvlies van elke stedenbouwer: de Bijlmer. Zo grootschalig, zo anoniem, zo hemelbestormend theoretisch moest het nooit meer. Dat klinkt inmiddels even afgezaagd als vanzelfsprekend. Maar dat is het niet. Tot begin jaren negentig van de vorige eeuw droomde Amsterdam van een even grootschalige utopie. Langs de hele zuidelijke IJ-oever zou een nieuwe stad verrijzen, Manhattan aan het IJ, met kantoren, congresgebouwen, hotels en chique woontorens. Waar nu de eengezinswoningen van Borneo staan, was, met de Londense Docklands als voorbeeld, een luchthaven voor zakenverkeer gepland.

Van de lange, smalle schiereilanden bleef in die utopie weinig over. Die waren als bouwgrond inefficiënt. Een grote, nieuwe zandvlakte zag men voor ogen, een tabula rasa (‘onbeschreven blad’), het nutteloze water tussen de eilanden gedempt. Gebrek aan financiën gooide roet in het eten.

Achteraf gezien ligt het natuurlijk nooit aan een enkele gebeurtenis of een enkele persoon. Maar de noodgedwongen verwerping van de utopie, de noodzaak opnieuw te beginnen en de ervaring van Ton Schaap, stedenbouwkundige bij de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam, spreken boekdelen.

Schaap toog in het voetspoor van krakers en vrijbuiters naar de destijds door de haven afgedankte en haveloze eilanden. Hij was onder de indruk van de onmetelijke ruimte, van het door het water opgeroepen vrijheidsgevoel en dacht: ‘Als we de schiereilanden nou eens in hun waarde laten en behandelen als objet trouvé.’

De busladingen toeristen die sinds de metamorfose eind vorige eeuw over het Oostelijk Havengebied uitzwermen, komen natuurlijk ook voor de architectuur. Voor het KNSM-eiland, dat als eerste werd ontwikkeld en door architect Jo Coenen werd opgezet met 19de-eeuwse grandeur en met superwoonblokken rond een statige boulevard. Voor het Java-eiland, waar supervisor Sjoerd Soeters met de 17de-eeuwse grachtengordel in het achterhoofd, een nieuwe grachtenstad heeft laten verrijzen, compleet met grachten, hedendaagse grachtenpanden en besloten binnentuinen.

Voor Borneo en Sporenburg, door Adriaan Geuze met de Jordaan als inspiratiebron voorzien van rug-aan-rug uitgevoerde eengezinswoningen, met sobere bakstenen gevels, smalle straten en patio’s in plaats van tuinen.

Dit jaar nadert ook de Oostelijke Handelskade zijn voltooiing, met een serie nieuwe woonpakhuizen die van alle gemakken zijn voorzien. En met een supervisor van de gemeente, Hans van der Made van de Dienst Ruimtelijke Ordening.

In tegenstelling tot de Bijlmer heeft elk gebied zijn eigen sfeer, zijn eigen karakter en zijn eigen woongenot gekregen. Om voor variatie te zorgen, is een legertje architecten ingezet.

Maar de toeristen komen niet alleen voor de staalkaart van architectuur en voor een stedenbouw die terugblikt zonder nostalgie. Zoals de aantrekkingskracht van de Amsterdamse grachten maar voor een deel bestaat uit de grachtenpanden – voor het andere deel uit grachten, bomen, kades, bruggen en doorkijkjes –, zo bestaat ook de aantrekkingskracht van het Oostelijk Havengebied slechts voor een deel uit huizen. Het andere, minstens zo belangrijke deel, bestaat uit kades, water, pleinen, straten, doorkijkjes, kortom openbare ruimte.

Juist in die openbare ruimte, ontworpen door Ton Schaap cum suis waart de geest van de geschiedenis. De schepen naar Engeland en Java, naar Afrika en Amerika zijn weliswaar verdwenen, maar de herinnering aan hun activiteit, aan het landschap van weleer is gebleven. Die openbaart zich in de stoere baksteen op de stoepen en de straten, in de open kades en het vrije zicht op het water, in het plein op de kop van Borneo met het ruisende riet en de geslachtloze figuren van kunstenaar Mark Manders, een icoon van wachtende vissersvrouwen.

Ook letterlijk is de openbare ruimte door Schaap als objet trouvé, als gevonden voorwerp, behandeld. Vooral de kades vertonen sporen van eerder gebruik. Die zijn geboetseerd rond fragmenten van de rails waarover de havenkranen bewogen. Ze bestaan uit oude, roestige steltonplaten, gescheurde kaderanden, kinderkoppen, dukdalven en aanmeerpalen – stille getuigen van vroeger gebruik.

Zoals ook historische namen voortleven. KNSM naar de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. De Rietlanden, nu het hart van het Oostelijk Havengebied, is de naam van het Bulkgoederenoverslagbedrijf dat hier heeft gelegen. En tot voor kort heette het restaurant in een voormalig kantoor en kantinegebouw naar de vorige bewoner, de Nederlandsche Stoomvaartmaatschappij De Oceaan (De nieuwe eigenaar heeft de naam inmiddels veranderd in Oceano).

Ver voordat de ministeries van Cultuur, Natuurbeheer/Recreatie, Ruimtelijke Ordening en Verkeer & Waterstaat in 1999 met hun Nota Belvédère pleiten voor behoud van de historie van het landschap, van de karakteristieke sporen en cultuurhistorische eigenaardigheden van de leefomgeving, is deze vorm van hergebruik toegepast in het Oostelijk Havengebied.

Cultuurhistorische kwaliteiten kunnen een uniek karakter geven aan ruimtelijke ontwikkelingen en zo een tegenwicht bieden aan de toenemende eenvormigheid van onze leefomgeving, schrijft de opstellers van de Nota Belvédère. Ze dragen bij aan de identiteit die mensen ontlenen aan een gebied of plek.

Het Oostelijk Havengebied bewijst het gelijk. Want uiteindelijk bepaalt de herinnering aan de haven, onnadrukkelijk maar tastbaar aanwezig in de openbare ruimte, het unieke karakter van het gebied.

Behalve hergebruik van materialen, namen en sferen (en een enkel gebouw), heeft het Oostelijk Havengebied nog een andere, belangrijke succesfactor. Terwijl grote stadsuitbreidingen als Nieuw Sloten, ten westen van Amsterdam en ongeveer gelijktijdig ontwikkeld, nog vooral voortborduren op de klassieke eengezinswoning, met een tuintje, woonkamer en keuken beneden en een serie slaapkamers boven, biedt het Oostelijk Havengebied een nieuwe vorm van stedelijk wonen, waarmee zowel gezinnen als niet-gezinnen uit de voeten kunnen.

Is op het Java-eiland nog getracht de woongebouwen af te stemmen op groepen met eigen lifestyles – een gebouw met gezinswoningen, een gebouw met seniorenwoningen, met lofts, werk- of hobbywoningen. Alles overeenkomstig de toen net verschenen Woonatlas van de Amsterdamse Woningdienst – aan Borneo en Sporenburg liggen nauwelijks theorieën ten grondslag. Juist daar is een vorm van wonen ontstaan die past bij elke moderne stadsbewoner, jong of oud, thuiswerkend en/of alleenstaand, maar die vooral populair is bij stadminnende gezinnen.

De laagbouwhuizen van Borneo/Sporenburg vormen een mix tussen wonen in een dorp en wonen in een stad en lijken nauwelijks op traditionele eengezinswoningen. Met hun entree aan de straat, auto op eigen terrein en zone voor de deur voor potten en planten, ontstaat zowel een levendige, persoonlijke straat als ruimte voor toevallige ontmoetingen. Wie geen behoefte heeft aan sociale contacten, trekt zich terug in de eigen woning, waar de werkkamer op de begane grond extra hoog is (3,5 meter) en de woonkamer op de verdieping privacy en anonimiteit biedt.

Vanwege de rug-aan-rugligging van de huizen is elk huis voorzien van een patio, voor licht en lucht. Maar de patio biedt meer. De patio biedt de mogelijkheid om van het ene naar het andere eigen woonvertrek te kijken. Dat brengt behalve privacy ook avontuur in de woning, een eigenschap die niet genoeg kan worden gewaardeerd.

Kritiekpunten zijn er natuurlijk ook: krankzinnig lange, smalle en onhandige woonvertrekken, plattegronden die ten ondergaan aan hun eigen complexiteit, ruimtes die best royaler hadden gekund.

Maar de voordelen zijn groter. In het Oostelijk Havengebied gaat het niet om spektakel, om verheven utopieën, om imponerende buitenkanten. In het Oostelijk Havengebied is het wonen zelf opnieuw uitgevonden, met privacy en avontuur van binnen en levendigheid op straat.

Dat is de kracht van de Nederlandse architectuur en stedenbouw, waarover Aaron Betsky, voormalig directeur van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam, zich zo vaak jubelend uitliet: ‘De nuchterheid van de Hollanders die niet leidt tot paleizen en kathedralen, maar tot een architectuur die een weerspiegeling is van het leven dat we leiden’.

Inmiddels nadert ook de Oostelijke Handelskade, ingeklemd tussen centrum en voormalige haveneilanden, zijn voltooiing. Anders dan het gemoedelijke wonen dat op de eilanden zegeviert, staan langs de Oostelijke Handelskade ferme woonpakhuizen strak in het gelid. Wie hier wil wonen, moet een aanhanger zijn van anonimiteit, van zich terugtrekken uit het stedelijk geroezemoes, van zich binnen in zijn van alle gemakken voorziene loft laven aan de skyline van stad en IJ.

Vooralsnog biedt de openbare ruimte rond de pakhuizen niet veel ruimte om te verpozen. Maar er wordt nog volop gebouwd. Hopelijk biedt de kade achter de pakhuizen straks ook de ruimte om te annexeren met potten en planten, om te markeren als thuis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden