Geheime zonden bij Jheronimus Bosch

Wie zou het speciaal opvallen dat de linkerkuit van de marskramer, een figuur die meer dan eens voorkomt op de schilderijen van Jheronimus Bosch, met een lapje is verbonden?...

De goede verstaander, en dat was de tijdgenoot van Bosch (1450-1516), wist wel beter. Het doekje duidde op een dwaling in het verleden van de marskramer. Die was ooit verleid, zeg maar gebeten, door de duivel, vermomd als zwerfhond. En de marskramer zelf? In hem herkende de tijdgenoot zichzelf als de zwakke mens, voortdurend blootgesteld aan verleidingen, maar altijd weer in staat tot berouw, waarop goddelijke vergiffenis en een gelukzalig hiernamaals volgden.

Elk schilderij van Bosch, van wie een grote tentoonstelling te zien is in museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam, bestaat uit talrijke scènes, waarin mensen, dieren en monsters zich overgeven aan allerlei handelingen die God verboden heeft. Maar de deugd, het wakend oog van een engel of van Christus zelf (vermomd als onschuldig schaap of als koe) is altijd in de buurt.

We kunnen de schilderijen van Bosch bekijken als een plaatjesboek, maar zo heeft de schilder ze zeker niet bedoeld en hij wilde al helemaal niet de kijker epateren met zijn virtuositeit. Hij had, net als al zijn tijdgenoten, een boodschap. Kunst was in zijn tijd bedoeld om de toeschouwer bij de les te houden, te helpen zijn zwakten en zijn lusten te beheersen, de angst voor de duivelse verleidingen in stand te houden. Om die boodschap te verpakken, had Bosch heel wat kennis van de Bijbel en van het christendom in huis, en zijn grote faam dankte hij aan zijn vermogen de toeschouwer met metaforen en allegorieën te vermaken.

De ontwikkelde tijdgenoot van Bosch hield van dat soort raadsels en spelletjes en was gewend gedichten, stichtelijke teksten en toneelstukken als puzzels te ontrafelen. De hedendaagse kijker mist de kennis om de schilderijen te ontleden. Ook specialisten hebben daar moeite mee. Een nuttig hulpmiddel om dichter bij de beeldtaal van de late Middeleeuwen te komen, blijkt literatuur uit die tijd te zijn. De taalhistoricus Eric de Bruyn promoveerde vorig jaar op een studie waarin hij het schilderij 'De marskramer' uit de collectie van Boymans-Van Beuningen en de triptiek 'De hooiwagen' uit het Prado in Madrid detail voor detail betekenis gaf. Hij benutte zijn kennis van de cultuur van de vijfiende en zestiende eeuw en van teksten uit die periode.

De verkorte editie van zijn proefschrift, De vergeten beeldentaal van Jheronimus Bosch (Adr. Heinen; fl 49,95), bevat een lijst met verklaringen van symbolen. Dat een worst staat voor het mannelijk geslachtsorgaan zal geen verrassing zijn, maar wie zou bedenken dat de zwaan een metafoor is voor de 'drankzuchtige en tot onkuisheid geneigde zondige mens'?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden