Geheime wedstrijd

Deze week verscheen The secret race van Daniel Coyle, waarin voormalig profwielrenner en Olympisch kampioen Tyler Hamilton openhartig vertelt over doping. Hamilton reed voor de US Postal-ploeg van Lance Armstrong, tijdens diens eerste drie Tourzeges.


Hoewel je dat vanwege het thema niet meteen zou denken, is The secret race een geweldig sportboek - een sportboek, geen dopingboek. Misschien niet zo geweldig voor mensen die vinden dat alleen schone en eerlijke sport is te pruimen. Maar een must voor wie is geïnteresseerd in het diepste wezen van topsport en de beoefenaars daarvan.


In topsport is alles toegestaan, zolang de illusie maar in stand blijft. En voor de topsporter geldt: eerst de zege, dan de moraal. Eigenlijk niet heel anders dan bankiers op de beurs of politici in een debat - zij het dat factcheckers het iets gemakkelijker hebben dan dopingjagers.


The secret race is ook een staaltje fraaie oral history over de jaren van de epo, het wondermiddel dat aan het eind van de vorige eeuw de sport veranderde, wielrennen, maar ook voetbal, atletiek en schaatsen; overal waar wat meer rode bloedlichaampjes de overwinning dichterbij brachten.


Coyle bood ons jaren geleden al eens een fraaie inkijk in de geest van een bezeten topsporter in Lance Armstrongs oorlog. The secret race is daarop feitelijk het vervolg, maar nu mét alle details over de geraffineerde wijze waarop Armstrong alle andere dopinggebruikers voorbleef en vijfhonderd keer werd gecontroleerd zonder te worden gepakt.


Het is buitengewoon afkeurenswaardig, al dat geslik en gelieg, en je zou oprecht wensen dat de mens niet zo'n nare inborst bezat. Maar The secret race is desondanks ook erg humoristisch. Terwijl Armstrong in 1999 bezig is de Tour te winnen, rijdt zijn Franse tuinman Philippe ('Motoman') op zijn motor en voorzien van dope van hotel naar geheime ontmoetingsplaats. Dat put hem zo uit, dat hij een paar dagen voor het einde van de Tour instort. Gelukkig staat Lance, fris als een hoentje, inmiddels genoeg voor op Jan Ullrich.


De kern van het verhaal dat Hamilton vertelt over Armstrong wordt door Coyle al meteen in het begin geformuleerd: 'Het ging niet over doping, het ging over macht. Het ging over een gewone jongen die zich omhoog werkte in een bijzondere wereld, die leerde hoe hij een schimmige schaakpartij moest spelen, strategisch en met informatie, aan de uiterste rand van het menselijk presteren.'


Je kunt Hamilton een hypocriete verrader vinden, iemand die zijn oude maten aan de schandpaal nagelt terwijl hij zelf jarenlang deel uitmaakte van het systeem - en zo miljonair werd. Je kunt hem rancuneus gedrag verwijten: Hamilton vertelt hoe Armstrong hem in 2004 probeert te verlinken bij de internationale wielerunie, nadat hij in de Dauphiné Libéré heeft gewonnen op de Mont Ventoux en een bedreiging begint te vormen voor Armstrongs zesde Tourzege. Het werd tijd voor de ultieme wraak.


Toch moeten we Hamilton prijzen voor zijn openhartigheid. We danken er een leerzaam boek aan, dat ons inzicht verschaft in de werking van de amusementsindustrie die topsport wordt genoemd, en die de topsporter die wil winnen soms weinig keus laat.


Topsport drijft op perverse beloningen en verleidelijke roem die met de zege komen. Overal in de sport, en niet alleen in het wielrennen, worden daarom voortdurend geheime races gereden.


Dat kun je heel erg vinden - of juist fascinerend.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden