Geharde en eigengereide generaal en Republikein

De Amerikaanse generaal en minister Alexander Haig overleefde het strijdgewoel in Vietnam, het Watergate-schandaal dat zijn vriend Richard Nixon tot aftreden dwong, en een bomaanslag in Brussel....

Diederik van Hoogstraten

De geharde Republikein leidde een omstreden politiek bestaan. Dat weerhield de Democratische president Barack Obama er niet van om Haig eer te bewijzen: ‘Vandaag betreuren wij het verlies van een grootse Amerikaan die ons land eervol diende. Generaal Haig belichaamde onze beste militair-diplomatieke traditie.’

Dertig, veertig jaar geleden zou een dergelijk compliment onwaarschijnlijk zijn geweest. Toen behoorde Haig samen met minister Henry Kissinger tot de intimi van de rechtse Nixon. Later trad Haig toe tot de kring van vertrouwelingen van Ronald Reagan, die hij diende als minister van Buitenlandse Zaken.

Tussendoor leidde hij onder de presidenten Ford en Carter de NAVO-troepen als opperbevelhebber. De Duitse Rote Armee Fraktion blies in 1979 in Brussel een brug op waarover de Mercedes van Haig reed; het doelwit wist de aanslag op wonderbaarlijke wijze te overleven.

Na zijn dienst in Vietnam, waar hij ernstig gewond raakte, stootte Haig eind jaren zestig door naar de politieke top. Als militair adviseur van Nixon gaf hij het ontspanningsbeleid tegenover China mede vorm. Ook liet hij tal van journalisten en politieke vijanden afluisteren, wat tijdens het Watergate-schandaal naar buiten kwam.

In de maanden voor Nixons aftreden in 1973 kwam Haig, inmiddels chef-staf van het Witte Huis, bekend te staan als ‘de 37,5e president’: tussen Nixon (nummer 37) en diens opvolger Gerald Ford. Nixon was afgeleid door ‘Watergate’ en Kissinger gaf Haig de opdracht ‘het land bij elkaar te houden’, terwijl hij, Kissinger, de wereld bij elkaar zou houden.

Na zijn periode bij de NAVO keerde Haig terug als minister van Buitenlandse Zaken onder Ronald Reagan. Die kreeg al snel genoeg van Haigs eigengereidheid. Toen Haig zich bij Reagan beklaagde over ‘de kakofonie van stemmen’ die zich uitlieten over het buitenlandbeleid, accepteerde Reagan prompt zijn vertrek. ‘De president aanvaardde een verzoek tot aftreden dat ik niet had ingediend’, schreef Haig in zijn boek Caveat over de Reagantijd.

Haig gaf toe dat er op z’n minst onoorbaar was gehandeld in de Watergate-periode, maar weigerde zijn oude baas Nixon te ‘verraden’. In een woordenwisseling met een Democratische senator observeerde hij dat niemand in de Washingtonse politiek ‘een monopolie op de deugd’ kon opeisen.

Later zei hij: ‘Ik kan me er niet toe zetten om een oordeel te vellen over Richard Nixon of Henry Kissinger. Ik laat dat aan de geschiedenis, aan anderen en aan God over.’

Diederik van Hoogstraten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden