Gefundenes Fretzen

Uit ergernis over de bezuinigingen op de kunsten, schreef Johan Fretz een speech die hij voordroeg op het Malieveld. Die speech bleek de kiem voor een roman. En een carrière.

Op 8 oktober 2010 stond Johan Fretz (26) op het Malieveld. Hij las, op een veredelde zeepkist en vanaf het scherm van zijn iPhone, een toespraak voor, een pleidooi tegen de culturele kaalslag. Fretz: 'De dag daarvoor zat ik op het terras, voor de Amsterdamse Toneelschool, waar ik toen net was afgestudeerd. Iemand vroeg of ik ook naar de demonstratie tegen de kunstbezuinigingen zou gaan. Ik zei: nee, de helft van jullie weet niet eens wie de minister van Buitenlandse Zaken is, maar als er wordt bezuinigd op kunst beginnen jullie allemaal te schreeuwen. Toen ben ik gevraagd namens de school te spreken. Die nacht schreef ik de toespraak.'


De avond na de speech had Fretz vierhonderd vriendschapsverzoeken op Facebook. Hij sprak op talloze debatavonden en politieke bijeenkomsten en werd benaderd door Uitgeverij Lebowski, of hij zijn toespraak wilde uitwerken tot een manifest. Hij was ineens geen pas afgestudeerd cabaretier meer, maar een politieke belofte.'Het filmpje van die speech werd een soort viraal bommetje. Daar was ik blij mee, want mijn verhaal was geen hol protestgeluid. Het was meer dan: bezuinigingen zijn kut en het kabinet bestaat uit nazi's. Ik had gezegd dat ik begreep dat er bezuinigd werd, dat het tijd was voor zelfreflectie, maar ook dat ik de bezuinigingen onevenredig vond, en visieloos.'


Dat manifest, Hart voor kunst, was de opmaat voor Fretz 2025, een autobiografische roman die zich deels afspeelt in het verleden en deels in de toekomst, om precies te zijn op verkiezingsdag 2025, de dag waarop Johan Fretz te weten komt of hij is verkozen tot minister-president van het Koninkrijk der Nederlanden. 'Het idee dat dit een literaire roman moest worden, heb ik losgelaten. De hoofdpersoon heet ook gewoon Johan. Eerst dacht ik dat het ijdel zou zijn om hem Johan te noemen, maar later dacht ik: het is juist heel ijdel om hem Jonas te noemen, want het is duidelijk dat het over mij gaat.'


Het is een autobiografische roman die zich afspeelt in 2025, het jaar waarin de hoofdpersoon, Johan Fretz, minister-president wordt. Is dat dan niet ook heel ijdel?

'Het gegeven is megalomaan, natuurlijk. Het is nogal wat om te zeggen: ik stel mezelf over twaalf jaar verkiesbaar voor het premierschap, als leider van volk en vaderland. Dus ja, het gegeven is megalomaan, maar ik ben ook nietsontziend naar mezelf. Ik laat ook mijn eigen tekortkomingen zien, mijn eigen tragiek en kwetsbaarheid. Want ik weet het eigenlijk óók niet. Ik weet alleen dat ik zuiver ben, dat ik meen wat ik zeg. Na die speech vroegen veel mensen of ik niet de politiek in wilde. Ik wil dat niet, maar ik vond het wel een spannend uitgangspunt voor een boek.'


Dat wil je niet?

'Nou, niet nu, in ieder geval.'


Niet nu is iets anders dan: niet.

'Ja, ik zou het op een gegeven moment wel willen, denk ik. Ondanks de keuze voor de kunst die ik heb gemaakt, kan ik me voorstellen dat het leven een andere wending neemt. Authenticiteit en een retorische gave, die twee dingen heb ik, en dat zijn twee dingen waar mijn generatiegenoten erg naar verlangen. Ik weet misschien niks van cijfers, maar ik zou wel een goede minister voor Financiën kunnen aanstellen.'


Jonge mensen staan niet te springen om de politiek in te gaan. Jij bent bevlogen en getalenteerd. Waarom doe je het niet gewoon?

'Ik denk dat er voor alles een tijd is. Ik ben 26. Ik wil op mijn 26ste niet bezig zijn met het begrotingstekort, ik wil bezig zijn met het leven, met de schoonheid daarvan. Ik wil rocken. Als je niet geleefd hebt, kun je nooit een goed politicus zijn. Ik zie mezelf al op mijn 30ste in de Tweede Kamer zitten en dingen zeggen als: we moeten op zoek naar maatschappelijk draagvlak enerzijds en aan de andere kant is het ook heel belangrijk om de begrotingsdiscipline op orde te krijgen - dat lijkt me een nachtmerriescenario.'


Het boek schetst geen rooskleurig beeld van de politiek en politici. De Socialen - zeg maar de PvdA - zijn inspiratieloze carrièrejagers die vanuit een groot Amsterdams grachtenpand politiek bedrijven zonder enig idee van wat er in de echte wereld gebeurt.

'Dat zeg je goed, denk ik. Is het cynisch? Ik ben niet cynisch over de mogelijkheden van deze tijd. Wel over de politiek. Ik vind er zo weinig liefde uit spreken, zo weinig vermogen tot eerlijkheid en kwetsbaarheid. Dat mis ik echt, dat een politicus af en toe zegt: ik weet het niet. Een politicus die de grilligheid van ons mens-zijn openlijk erkent, zie je nooit. In mijn boek verwijt ik De Socialen dat ze alleen zéggen dat ze het 'samen' willen doen. Het is een lege spreuk, het komt niet uit het hart.'


In het boek wordt de hoofdpersoon gevraagd als speechschrijver van De Socialen. Hij zegt ja. Zou jij ook ja zeggen tegen Diederik Samsom?

'Absoluut niet. Omdat ik me dan verbind aan een partij met een heel duidelijke partijideologie. Ik vind de partijideologie van de PvdA niet open. Ik geloof niet in die dogmatiek.'


Zijn er politieke partijen die jou inspireren?

'Eigenlijk niet. Er zijn politici die ik bewonder, waarvan ik geloof dat ze om de goede redenen in de politiek zitten. Maar ik word niet echt geïnspireerd. Ik zie niemand die echt verbindingen legt.'


Denk je dat jij die persoon zou kunnen zijn?

Stilte. 'Dat is een goeie vraag. Best eng om daar antwoord op te geven. Zeker in Nederland. Want het is niet zo bescheiden om te zeggen, misschien.'


Maar?

'Ik weet het eerlijk gezegd niet. Weet je, ik zou het hopen. Misschien is dat het. Ik hoop dat dit genoeg is, dat de zuiverheid en het vermogen om mensen te raken genoeg zijn om mij tot een goed leider te maken. In mijn romantische ideaal is dat zo.'


Is Obama nog steeds je grote voorbeeld?

'Ja. Wat ik in hem bewonder, is dat hij bevlogen in woord is en genuanceerd in daad. Ik herken dingen in hem, misschien omdat hij, net als ik, van gemengde afkomst is. Zijn toespraken hebben mij geraakt. Zijn uitverkiezing heeft mij het geloof gegeven dat mensen, als je ze aanspreekt op het goede, echt bereid zijn deel uit te maken van iets dat groter is dan hun persoonlijk geluk. Als ik ooit de politiek in zou gaan, is het dáárom. Je moet in Nederland niet aankomen met vijf vlaggen en trompetgeschal. Maar oprechtheid kent geen culturele grenzen. Als iets echt is, komt het aan.


Van Nederlanders wordt gezegd dat ze nuchter zijn, maar onder de oppervlakte borrelt van alles. Dat vind ik ook mooi aan Nederlandse vrouwen. Ik zal waarschijnlijk met een blonde Nederlandse vrouw eindigen.'


Fretz, enig kind van een Surinaamse moeder en Nederlandse vader, woonde tot zijn 10de in 'een shitbuurt' in Dordrecht. 'Daarna verhuisden we naar Almere. In Dordrecht stonden de drugsdealers op iedere hoek, Almere was no man's land. Er woonden toen 50 duizend mensen, er was niks. Saai en braaf. Maar ook geweldig. Je kon er op avontuur. En ik kon uitkijken naar het moment dat ik naar de grote stad zou verhuizen.'


Waarom gingen je ouders naar Almere?

'Dat is leuk voor Johan, moeten ze gedacht hebben. Toen ze elkaar leerden kennen, had mijn vader allerlei baantjes. Mijn moeder werkte in de psychiatrische zorg. Samen gingen ze reizen, ze woonden in communes, en toen kwam ik. Ze hebben zich toen, zeker mijn vader, bijna volledig op mijn opvoeding gestort. Een tijd hadden ze allebei een uitkering. Ze hadden niet veel geld, maar mijn ouders hebben zichzelf nooit zielig gevonden.'


Zijn je ouders politiek bevlogen?

'Vroeger meer dan nu, denk ik. Mijn eerste herinnering aan politiek is de verkiezingsdag van 1994. Ik keek samen met mijn ouders naar de uitslag. Toen had je de CD, met Janmaat, en ik weet nog dat mijn moeder zei..' (praat met Surinaams accent:) 'O mijn gunst, in Dordrecht zijn er twéé zetels voor de CD, twéé! Ik vond politiek toen al heel interessant.'


Na een jaar Filmacademie stapte Fretz over naar de Toneelschool. In Fretz 2025 beschrijft hij hoe hij op beide opleidingen met zijn idealisme nauwelijks terecht kon. 'Het is absoluut niet zo dat er alleen maar autistische non-talenten op de Filmacademie zaten, integendeel. Maar ik was recalcitrant, zette me af tegen hoe de dingen gingen. Waarom werden er films gemaakt over kleinburgerlijk leed terwijl een maand eerder Theo van Gogh twee straten verderop was neergestoken? Dat snapte ik niet. Op de Toneelschool hetzelfde: laten we nóg maar een keer Tsjechov gaan doen, over die drie zussen die naar Moskou gaan maar nooit gaan, terwijl er op dat moment in Nederland ontzettend veel gebeurt. Ik vind niet dat het altijd over politiek moet gaan, maar ik vind het wel raar dat het er bijna nóóit over gaat.'


Waardoor komt dat? Desinteresse?

'Dat heb ik lang gedacht, maar daar ben ik op teruggekomen. Ik heb vaak gehoord dat mijn generatie te stil was, vergeleken met die van onze ouders, maar als ik speech op bijeenkomsten merk ik dat er idealisme is.'


De hoofdstedelijke debatclubjes komen er in je boek niet al te best vanaf.

'Ik kom met mijn cabaretduo de Gebroeders Fretz ook in Gouda en Spijkenisse, en daar ontmoet je mensen die normaal nooit naar een thema-avond over democratie in de Melkweg zouden gaan. In het boek heeft de hoofdpersoon zijn grootste dromen laten verwateren. Hij leeft in een veilig wereldje vol kunstenaars en mediapersoonlijkheden, hij woont in Amsterdam en komt de stad zelden uit. Dat wil ik niet. Ik wil mezelf altijd blijven dwingen om naar buiten te kijken. Je kunt wel een romantisch verhaal houden over hoop of iets dergelijks, maar als je in Ondiep woont en is er al voor de vijfde keer een steen door je ruit gegooid, is het best moeilijk hoopvol te zijn. De scheidslijn tussen optimisme en naïveteit is dun.'


Het jaar na de speech was een 'heftig, deprimerend jaar', zegt Fretz. Het was - net als in het boek - net uit met zijn vriendin, zijn eerste grote liefde. 'Dat was twee dagen voor de speech. Mijn verdriet daarover werd verdoofd, door adrenaline en euforie. Ik stond elke avond bij een debatclubje of een lezing, voor een fles rode wijn en een boekenbon. Ik dacht, na mijn afstuderen: nu begint het kunstenaarsleven. Dat was niet zo. Ik had geen rooie rotcent. Ik dacht: ik wil gewoon theatermaken, waarom sta ik hier dan op een of ander debatavondje te praten over maatschappelijk draagvlak? Ik ben 25! What the fuck happened?'


Ineens was het zes maanden later. 'En daar zat ik dan, met tien flessen wijn en vijftien boekenbonnen. Ik was vijftien kilo zwaarder en had een grauwe kop van het drinken. Het bleek dus niet zo te zijn dat door die speech onze zalen vanzelf ineens vol zouden zitten. Of dat dit boek er door die speech vanzelf zou komen. Of dat dat liefdesverdriet vanzelf zou verdwijnen. Integendeel. Ik zat ineens op een nulpunt.'


Fretz werkte bij een hotel, in de ontbijtservice. 'Om zes uur stond ik op en fietste erheen. Behoorlijk deprimerend Ik denk dat ik in die periode - het klinkt heel stom - misschien wel volwassen ben geworden. Ik bedacht dat de grootsheid waarnaar je verlangt, bijvoorbeeld in Carré staan, nooit tot geluk leidt als je zelf niet in balans bent. Vorige zomer heb ik tegen mijn kompaan Marcel gezegd: laten we weer mooie voorstellingen gaan maken. Ik voelde me vrijer dan ooit daarvoor, beter in mijn lijf, ik dacht minder over alles na, was minder aan het analyseren. Ik was minder ouwelijk.'


Vond je jezelf ouwelijk?

'Ja, altijd al. Toen ik 19 was, had ik van die grote romantische liefdes waar ik liefdesbrieven aan schreef, terwijl mijn vrienden gewoon lekker aan het feesten waren. Niet dat dat zaligmakend is, maar het is goed om af en toe de lichtheid op te zoeken en gewoon te genieten. Niet alles hoeft een reden te hebben. Ik heb het afgelopen jaar meer gefeest dan enig ander jaar.'


Met dat meisje is het niet goed gekomen?

'Nee. Maar we spreken elkaar wel weer. Ze is mijn eerste grote liefde. Ik zal altijd veel van haar blijven houden. Het is goed zoals het is. We zochten elkaar op en klapten weer uit elkaar. Het werd nooit een zekerheid. Op een gegeven moment is zoiets destructief, en dan stop je ermee. Het werd nooit iets - dat is de kern. En dus ook de schoonheid, omdat het voor altijd iets zal blijven wat alleen pieken en dalen heeft gekend.'


Fretz lacht. 'Wat een hopeloze romanticus ben ik eigenlijk.'


Johan Fretz, Fretz 2025, paperback, 224 blz., € 17,50


Schrijver etc


Johan Fretz vormt samen met Marcel Harteveld cabaretduo De Gebroeders Fretz. Volgend seizoen staan ze met hun voorstelling Revolte in de theaters. Fretz 2025 is het romandebuut van Fretz. Elke woensdag schrijft Fretz een column voor vk.nl/opinie.


De speech die Johan Fretz in 2010 hield op het Malieveld, staat nog altijd online. Hij las, op een veredelde zeepkist en vanaf het scherm van zijn iPhone, een toespraak voor, een pleidooi tegen de culturele kaalslag. 'Het filmpje van die speech werd een soort viraal bommetje.'


bit.ly/aLsSGS


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden