Geerts populisme te makkelijk

Hoger en lager opgeleiden hebben nauwelijks contact, vandaar populisme

Nee, Geert, de islam is geen tsunami. Nee, Geert, het volk heeft niet altijd gelijk, want het volk heeft niet één stem en is niet altijd redelijk. Politiek gaat niet over de directe uitdrukking van individuele belangen maar over afwegingen tussen strijdige belangen.

Emotioneel
Op deze manier moeten we redelijk en kalm de verhitte taal van populisten weerspreken, aldus Anton Zijderveld (in Populisme als politiek drijfzand). Het populisme is emotioneel en onredelijk, humorloos, nationalistisch, simplistisch, media-gericht en anti-institutioneel. Het heeft een negatief programma, wijst een zondebok aan en een autoritair, charismatisch leider. En het geeft het volk altijd gelijk.

Voor populisten is Zijdervelds pleidooi echter geen serieuze aanval maar slechts het zoveelste arrogante, wereldvreemde gebazel van de maatschappelijk en bestuurlijke elite, zou de Vlaamse socioloog Mark Elchardus zeggen (De dramademocratie). Populisten wantrouwen alle vertegenwoordigers, met hun macht, privileges en rijkdom. Ook dus journalisten, politici en experts.

Hekel
Iedereen die niet gewoon direct zegt wat hij vindt maar zichzelf groter maakt door te schermen met de achterban, de wetenschap of zijn organisatie. Vanwege de hekel aan vertegenwoordigers zijn populisten voor directe democratie.

De massamedia zijn hen behulpzaam: via TV of internet kan iedereen onbemiddeld tot de burger spreken. Het populisme gedeit volgens Elchardus in een sfeer van schandalen en wakkert deze ook aan. Schandalen gelden als tekenen van misdragingen van de verfoeide bestuurlijke elite. Denk aan het gedoe over de declaraties van Wolfsen.

Onderbuik
Tegenover representatie zet het populisme het gezond verstand en de onderbuik van de ‘gewone man’. Het gewone ‘wij’ tegenover het neerbuigende ‘zij’. Populisten haten het democratisch debat, want ‘wij’ zijn het toch eens en met ‘hen’ valt niet te praten. Populisten erkennen geen verschillen in visie of belangen en geen onoplosbare problemen.

In het verlangen als volk één te zijn, omarmen ze het nationalisme, en miskennen de realiteit van andere verschillen, zoals sekse en etniciteit.

Porno
Het populisme past volgens Elchardus in onze symbolische samenleving. Wij hebben slechts toegang tot de wereld via symbolen. We hebben geen idee wat lichamelijke schoonheid is buiten reclame en porno, geen idee wat milieubehoud is buiten beelden van de bootjes van Greenpeace.

In de symbolische samenleving ‘wordt de voorstelling de werkelijkheid, met het gevolg dat de vertegenwoordigers buitenspel worden gezet, wat onvermijdelijk leidt tot een diepe crisis van de vertegenwoordiging’. (p.191) Daar sluit het populisme op aan. De populist werpt zichzelf op als directe uitdrukking van het volk. Vooral van het deel dat zich ‘nog wel voorgesteld maar niet meer mondig’ voelt.

Kritisch
We moeten de democratie aanpassen aan de symbolische samenleving, vindt Elchardus. Enerzijds moet representatie hersteld. Door de kritische rol van de media te verstevigen, en politiek minder afhankelijk te maken van media en beter controleerbaar, bijvoorbeeld door afrekenbare doelstellingen. Anderzijds moeten we beperkte plaats inruimen voor de directe democratie. Door een grondwettelijk referendum en door burgers reële macht te geven over hun leefomgeving.

Afgaand op deze voorstellen zou je denken dat alle burgers even bevattelijk zijn voor populisme. Maar het ging toch om het deel dat zich ‘nog wel voorgesteld maar niet meer mondig’ voelt? Om populisme te bestrijden moeten we beter begrijpen waarom veel mensen dat gevoel hebben.

Er is volgens mij een andere oorzaak van het populisme, waarover zelden gesproken wordt, namelijk de teloorgang van verticale bindingen tussen de hoger en de lager klassen. Tussen hoger en lager opgeleiden, machtigen en machtelozen, rijken en armen. Vroeger ontmoetten die elkaar nog in de zuilen: in de kerk, politieke partijen, vrijwilligersorganisaties, en op het werk.

Lagere klasse
In kleine bedrijven waar de baas nog op de werkvloer kwam. In het huis van de hogere klasse waar de lagere klasse in dienst was. Daar was zeker veel op tegen, maar er was wel persoonlijke interactie tussen de klassen. Nu komen ze elkaar nog zelden tegen.

De meeste mensen hebben alleen nog contact met mensen uit hun eigen klasse. En dus voelen veel lager opgeleiden zich misschien niet mondig, maar vooral niet vertegenwoordigd. Terecht, want in het parlement zitten intussen minder lager opgeleiden dan ooit.

Wat moeten we met de constatering dat er nauwelijks meer verticale bindingen zijn? Daarover volgende week in de derde en voorlopig laatste column over populisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden