Geert Wilders fungeert als buikspreekpop

Non-fictie Meindert Fennema kruipt in de huid van Wilders en vergeet daarbij het verschil tussen empathie en projectie...

‘Hoewel ik hem nooit ontmoet heb of gesproken, heb ik vaak het gevoel gehad dat ik zijn gedachten kon raden’, schrijft Meindert Fennema in het voorwoord van Geert Wilders – de tovenaarsleerling.

Wilders is het interessantste politieke fenomeen sinds Pim Fortuyn én het grootste raadsel van het Binnenhof, dus was het hoog tijd voor een serieus boek. Tegelijk is dat lastig: Wilders leidt een geïsoleerd bestaan en werkt nergens aan mee. Fennema, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, heeft geprobeerd de lacunes te vullen door zichzelf zoveel mogelijk in Wilders te verplaatsen.

Dat is maar ten dele gelukt. De grens tussen empathie en projectie is een dunne en Fennema steekt hem nogal eens over. Dan klinkt wel erg sterk zíjn stem door en fungeert Wilders als buikspreekpop. In de beschrijvingen van Frits Bolkestein en Ayaan Hirsi Ali, zogenaamd door de ogen van Wilders, klinkt diepe bewondering van Fennema zelf door. Omgekeerd moet ‘oud-links’, in de gedaanten van vooral PvdA-coryfee Jacques Wallage en Trouw-commentator Willem Breedveld, het stevig ontgelden.

Hier en daar wordt Fennema ronduit vals. Halverwege betoogt hij dat antisemitisme tegenwoordig een linkse hobby is. Daarbij voert hij Gretta Duisenberg op als ondersteunend bewijs. Die passage gaat dan zo: ‘‘Ik vind antisemiet bijna een eretitel worden’, zei Gretta Duisenberg in maart 2010 in een interview op de site van NieuwWij. Het antisemitisme was links geworden, het antifascisme rechts.’

Dat is nou precies het kwaadaardig selectieve citeren en moedwillig verkeerd begrijpen waar Fennema zich zo aan ergert als het om Wilders gaat. Wat je ook van Duisenberg mag vinden, ze gaf hier níet toe antisemiet te zijn.

Het boek is op zijn best wanneer Fennema Wilders gebruikt als kapstok voor een reconstructie van de discussie over de integratie sinds begin jaren negentig. De allersterkste passage zijn die over Wilders’ tijd bij de VVD. Fennema hoefde daar ook niet zoveel zelf in te vullen. Wilders’ collega’s uit die tijd waren kennelijk bereid honderduit te praten.

Dat leidt tot een interessante correctie op het beeld tot dusver. Ook in de versie van Wilders zelf was hij in die fractie altijd een buitenbeentje die er door toenmalig fractieleider Van Aartsen uit werd gewerkt zodra hij te lastig werd. Niets van waar. Fennema toont overtuigend aan dat Wilders, op Van Aartsen na, de belangrijkste man van de fractie was en dat de VVD-top alles deed om hem binnen te houden. Maar Wilders wilde zélf weg.

De tovenaarsleerling leest als de reconstructie van een succesverhaal, maar blijft te vaak hangen in beschrijving, hoe degelijk en gedetailleerd soms ook. Eind 2005 bijvoorbeeld stond Wilders toch op nul zetels in de peilingen. Een analyse van hoe dat nou kon, had niet misstaan.

Daarvoor hadden andere passages best mogen worden opgeofferd. Zoals wanneer Fennema in het hoofd van Krisztina Wilders mijmert over haar relatie met Geert. Of die rare passage over ‘affairettes’ van Wilders met ‘niet alleen stagiaires, maar ook journalistes en zelfs vrouwelijke kamerleden van andere fracties’.

Ron Meerhof

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden