Geen zeemanskroegen en hoeren meer: vandaag doen machines het werk

Waar vroeger drommen arbeiders de Rotterdamse haven bevolkten, zijn ze er nu alleen nog met een vergrootglas te vinden.

Achter het hek van de containerterminal van ECT is niemand te zien. Schijnbaar volledig automatisch tillen kranen containers op zichzelf sturende karretjes, die de vracht elders op het terrein weer afleveren. Daar stapelt een andere kraan de gekleurde stalen kolossen als legoblokjes op elkaar.


Een oudere heer en een jongen van een jaar of 10 slaan het tafereel gefascineerd gade. De gure zeebries trotseren ze er graag voor. 'Kijk opa, alles gaat vanzelf.' De oudere man is zo mogelijk nog verbaasder dan zijn kleinzoon. Hij weet nog hoe het vroeger was, toen zijn opa hem meenam naar de haven van Rotterdam. Toen was het er nog een drukte van jewelste.


De man heeft nauwelijks aanmoediging nodig om los te barsten. Hij vertelt over de bonkige arbeiders en kruiers, 'dat was ruw volk', die het al een hele luxe vonden dat de lading 'op een soort hangmatten' vanuit de scheepsruimen naar de kade werd getakeld. Eenmaal aan land moest alles vervolgens handmatig worden versjouwd. Balen met bulkgoederen als graan of cacao gingen 'zo op de schouder' de pakhuizen in. Er was een leger aan werklieden nodig om een schip te lossen.


Tussen de arbeiders scharrelden de meest exotische zeelieden rond. Lang voordat de multiculturele samenleving was uitgevonden, werden op de Rotterdamse kaden alle talen van de wereld gesproken. Van het vrolijke geknauw van Hollandse matrozen, die na een lange reis uitgelaten vrouw en kinderen begroetten, tot passanten uit alle windstreken op zoek naar vertier in een van de talloze havencafés of bij een dame van lichte zeden.


Die romantiek is uit de haven verdwenen. De zeemanskroegen zijn gesloten en de hoeren hebben hun werkterrein verlegd. Van het machtige leger van havenarbeiders, ooit meer dan 100 duizend man sterk, is geen spoor te bekennen. Zo op het oog heeft de mens de inmiddels 45 kilometer lange haven verlaten.


Handjevol whizzkids

Intussen is het de haven nog nooit zo goed gegaan. Uit de jaarcijfers die het Rotterdamse havenbedrijf donderdag publiceerde, blijkt dat de haven in 2011 433 miljoen ton goederen heeft overgeslagen. Een groei van 0,8 procent ten opzichte van 2010, dat ook al een recordjaar was. Om een indruk te geven: in 2011 is er in de Rotterdamse haven gemiddeld iedere 2,6 seconden een container overgeslagen.


De cijfers bewijzen dat de Rotterdamse haven economisch nog steeds een bruisend vat van bedrijvigheid is. Bruisender dan ooit zelfs. Hoe kan het dan dat de haven toch zo'n desolate indruk maakt?


'De opkomst van de petrochemische industrie en de container hebben de aard van het havenwerk veranderd', zegt Minco van Heezen van het Havenbedrijf Rotterdam. Olietankers worden door grote pompen gelost. Iedere container scheelt honderden tot duizenden dozen die apart moeten worden versjouwd. De steeds strengere arboregels deden de rest.


'Werknemers mogen niet meer zwaarder tillen dan 25 kilo', zegt Van Heezen. 'Dus overal waar je een motortje op kunt zetten, is dat inmiddels gebeurd.' Sindsdien hebben reders aan een handjevol whizzkids genoeg om een schip met tienduizend of meer containers te lossen. De dommekrachten die de vracht met hun blote handen versleepten, zijn vervangen door geschoolde procesoperators.


De opmars van de machines heeft de menselijke maat in de haven totaal veranderd, zegt Cees Jan Asselbergs, directeur van de Rotterdamse havenwerkgeversorganisatie Deltalinqs. De haveninstallaties die schepen met vijftienduizend containers kunnen lossen zijn zo gigantisch, dat de kraandrijverscabines zelfs met de beste wil van de wereld nauwelijks meer zijn te ontwaren.


De grootvader en de kleinzoon bij het hek van de containerterminal proberen het toch. Na een tijdje begint het de oudere man te duizelen. Hij begint weer over vroeger. Hoe hij als kind de zweetlucht van ontelbare zwoegende havenwerkers nog in zijn longen zoog. Instinctief wist hij, hier worden bergen werk verzet.


Zijn kleinzoon ziet enkel machines. Ook hij slaagt er niet in de cabine van de procesoperator te ontwaren. Maar al zou het hem wel lukken: het beeld van een man in een stoel die, met een paar schermen voor zich, met een joystick containers verplaatst, zou waarschijnlijk niet de associatie van zwaar werk bij hem oproepen. Eerder die van een computerspelletje.


Nee, als de jongen nog eens met het blote oog wil kunnen zien hoeveel werk er in de haven wordt verzet, moet hij de lucht in. Bijvoorbeeld door op een heldere dag van Amsterdam naar Parijs te vliegen. Dan zal hij zien dat Asselbergs gelijk heeft. Het gekrioel dat zijn grootvader zich herinnert uit zijn jeugd is wel degelijk gebleven. Het is de schaal die is veranderd.


Doosjes schuiven

De drommen arbeiders die uit Rotterdamse volkswijken als Feijenoord naar de havens liepen, tuffen nu uit allerlei richtingen over de snelweg naar hun werk, ergens tussen de Maasvlakte en het centrum van Rotterdam. De kruiers die de lading op hun rug naar de magazijnen sleepten, zijn vervangen door ruim 25 duizend vrachtwagenchauffeurs die af en aan rijden met containers. Binnenvaartschippers en machinisten zoeken hun weg door fijnmazige webben van water en spoor.


De tijd dat havenwerk uitsluitend in de haven zelf plaatsvond is voltooid verleden tijd, zegt Hans Boot. De historicus promoveerde onlangs op de opkomst en ondergang van losse havenarbeid. 'Vroeger had een haven twee functies, opslag en overslag', legt Boot uit. 'De moderne haven is verworden tot een multimodaal logistiek centrum.'


In praktijk betekent het dat veel containers in de haven direct op vrachtwagens, treinen of binnenvaartschepen worden gezet om in gigantische achterlandterminals in de buurt van de Duitse grens te worden afgehandeld. Werk dat in vroeger tijden nog in de haven zelf gebeurde.


'Voor de komst van de container wisten havenarbeiders nog precies wat er in een schip had gezeten', aldus Boot. Zelfs het keurig indelen van de ruimen behoorde tot de taken van de havenwerkers. 'Natuurlijk moeten containers nog even zorgvuldig worden ingepakt als scheepsruimen vroeger, maar dat gebeurt niet meer in de haven. Het werk in een containerterminal in de haven bestaat letterlijk alleen nog uit het schuiven van doosjes.'


Het meeste havenwerk vindt dan ook niet meer plaats in de haven zelf. Inclusief vrachtwagenchauffeurs, onderhoudsmonteurs, cateraars en bouwvakkers, tellen de honderden bedrijven die actief zijn in de Rotterdamse haven nog 90 duizend banen. Buiten Rotterdam zijn er naar schatting nog eens 200 duizend werknemers van de haven afhankelijk. Bijvoorbeeld in Venlo, waar al meer containers worden overgeslagen dan in Amsterdam.


Het is geen probleem dat er steeds meer werk buiten Rotterdam wordt gedaan, zegt Van Heezen. Of zoals hij het zelf formuleert: 'Als je banen wil creëren, moet je ziekenhuizen bouwen.' Ook Asselbergs gelooft niet dat de verschuiving van de werkgelegenheid nu direct een probleem is voor de stad Rotterdam. Integendeel. Nu de vergrijzing toeslaat, merken de werkgevers in de haven al dat het dringen wordt op de arbeidsmarkt.


Hogere salarissen

In totaal staan er in de haven 2.400 vacatures open. Vooral gekwalificeerde procesoperators, de mannen en vrouwen die petrochemische fabrieken en containerterminals kunnen aansturen, zijn schaars.


Asselbergs: 'Hoewel Rotterdam nog twintigduizend werklozen telt, kunnen we ze daar niet vinden.' De reisafstand en de ploegendienst schrikken veel stadsjongeren af, denkt de werkgever. Op de Zuid-Hollandse eilanden voelen jongeren vaak nog wel voor een baan in de haven. De arbeidsvoorwaarden helpen daarbij.


'Een starter die in de haven komt werken, verdient nu makkelijk een paar honderd euro in de maand meer dan iemand met een vergelijkbare functie buiten de haven', zegt Asselbergs. De aanleg van de Tweede Maasvlakte zal de lonen waarschijnlijk alleen maar verder opdrijven. Van Heezen: 'We zien nu al dat veel bedrijven in de haven elkaars medewerkers proberen weg te halen. Als er straks meer bedrijven bij komen, wordt goed personeel alleen maar schaarser.'


Ondertussen leeft de moderne havenwerker als God in Frankrijk. Soms zelfs letterlijk, zegt Van Heezen. Hij noemt het voorbeeld van een paar bemanningsleden van de sleepbootvloot die naar het Zuid-Franse Nice zijn verhuisd.


'Sleepbootbemanningen hebben een rooster waarin ze een week non-stop aan boord zijn, om daarna weer een of twee weken rust te krijgen. Zodra ze aan het begin van het jaar hun rooster hebben, boeken ze snel een serie vluchten met EasyJet. Die hebben echt een fantastisch leven.'


Van Heezen haast zich te zeggen dat dit nog wel uitzonderingen zijn. Maar het valt hem op dat havenwerkers steeds verder weg gaan wonen. Vooral het rustieke Zeeuwse en Brabantse platteland zijn in trek. Het is een van de voordelen van de vaak onmogelijke werktijden: wie buiten de spitsuren naar zijn werk rijdt, kan verder weg wonen.


De oudere man weet niet wat hij hoort. 'In mijn tijd woonden zelfs de havenbaronnen gewoon onder de smerige rook van de stad.' Hij stoot zijn kleinzoon aan. 'Misschien moet jij later op een sleepboot gaan werken. Dan kan je ook in Nice gaan wonen.' De jongen kijkt hem onzeker aan. 'Frans is vet moeilijk'. Als hij even heeft nagedacht, begint hij toch te twijfelen. Want die sleepboot, dat lijkt hem wel wat.


Zeelieden komen nauwelijks meer op de kade in Rotterdam. Het gros van de matrozen komt tegenwoordig uit de Filipijnen, of andere Aziatische landen waar de lonen nog relatief laag zijn. Zeker in westerse havens gaan deze mannen hoogstens van boord om geld naar huis te sturen. De meesten zijn te arm om hun loon stuk te slaan in de zeemanskroegen of bordelen, vandaar dat deze volledig uit het straatbeeld zijn verdwenen.


Gewoon de stad bezoeken is er voor de meeste zeelui ook niet meer bij. De meeste kaden liggen nu zo ver buiten de stad, dat de mannen al snel een taxi zouden moeten nemen om in het centrum te komen.


Vanwege de vele rechtstreekse vliegverbindingen op Schiphol is Rotterdam bovendien een haven waar veel reders hun bemanningen verversen. Om de kosten te drukken, varen schepen continu de wereld rond. Bemanningen die worden afgelost, worden direct na aankomst met busjes afgevoerd naar Schiphol om terug naar huis te vliegen.


Zeelieden vliegen direct terug


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden