Geen woorden voor Afghanistan

We hebben geen naam voor de operatie in Afghanistan, geen overeenstemming over het doel ervan en geen criteria voor ‘slagen’ of ‘winnen’, zegt Ko Colijn....

Wat zich in Afghanistan afspeelt, mag geen naam hebben. Dat is niet bagatelliserend bedoeld, maar letterlijk. Om te beginnen, is het geen oorlog, want die wordt tegenwoordig niet meer verklaard. Toen de strijd voorjaar 2007 oplaaide, probeerde ik in Nova het woord oorlogssituatie, maar minister Eimert van Middelkoop schoot overeind en maakte bezwaar. Formeel had hij gelijk, het ISAF-mandaat spreekt van stabilisatie- en veiligheidsoperaties. En over ‘helpen’ van het Afghaanse leger (ANA) bij de ontwapening van illegale milities. Je kunt weer wel spreken van ‘actieve en robuuste verdediging’, zei NAVO-woordvoerder Appathurai eind 2005, vlak voor de vaststelling van het ISAF-mandaat. Maar noem het geen peacekeeping, waarschuwde de Canadese commandant Bowles.

Kun je een ‘stabilisatiemissie’ of ‘verdediging’ winnen? Volgens ISAF-commandant David Richards wel en had de NAVO geen keus. In september 2006 zei hij: als de Taliban niet binnen zes maanden is verslagen, zal de NAVO-operatie mislukt zijn. De VS-ambassadeur bij de NAVO, Victoria Nuland, waarschuwde een maand later: ‘If we can’t do missions like that of Afghanistan, then we can’t do our overall mission.’ Intussen waren we beland in ‘combat like operations’, in de woorden van Condoleezza Rice. Toch een beetje oorlogssituatie? In elk geval wel van een full blown opstand. De Amerikaanse minister Robert Gates van Defensie veegde een half jaar geleden de ISAF-bondgenoten de mantel uit. Tegen het Congres klaagde hij dat er sprake was van een real insurgency in Afghanistan en dat de bondgenoten er niet in slaagden daar ‘real counterinsurgency’ tegenover te stellen.

Onze eigen minister van Buitenlandse Zaken leek alle schroom van zich af te gooien door te zeggen dat Nederland in de eerste plaats voor de eigen nationale veiligheid in Uruzgan zat. Eind maart zei Maxime Verhagen: ‘In plaats van ons op een conventionele oorlog op eigen bodem voor te bereiden en de Peellinie tegen binnenvallende buren te verdedigen, moeten onze strijdkrachten onze vrijheid en veiligheid verdedigen op die plaatsen waar die daadwerkelijk bedreigd worden. Dat betekent bijvoorbeeld ook in de Hindu Kush in Zuid-Afghanistan.’

Als niet duidelijk is wat ons doel is in Afghanistan, wordt het ook lastig vast te stellen wanneer dat doel is bereikt. Zelfs als je wél over oorlog spreekt, valt dat nog niet mee. Philip Stephens, commentator van de Financial Times, schreef voor de donorconferentie in Parijs (juni 2008) over ‘a war that badly needs a definition of victory’. Hij somt de ene na de andere doelstelling op: de Taliban verslaan, de regering van Karzai overeind houden, een democratisch land van Afghanistan maken, het van armoede verlossen, zorgen dat Afghanistan nooit meer een uitvalsbasis voor Al-Qaida kan worden, het land van de drugseconomie bevrijden, of simpelweg: zorgen dat de NAVO er niet tot de aftocht wordt gedwongen. Alles is irrelevant, aldus Stephens, als er geen overeenstemming bestaat over de betekenis van het begrip ‘winnen’.

Het kan nog erger. We lijken soms zelfs niet te weten wat er aan de hand is in Afghanistan. Op de NAVO-top in Boekarest liet het bondgenootschap het rapport Vooruitgang in Afghanistan het licht zien. Het gaat goed in alle sectoren van de Afghaanse samenleving, zegt het rapport. 70 procent van alle veiligheidsincidenten vindt plaats in slechts 10 procent van het land, het Afghaanse leger verwelkomt elke maand 2.000 versgetrainde soldaten. Er zijn 2.000 scholen opengegaan, vier van de vijf Afghanen weet de weg naar de dokter te vinden. Minder dan een week later meldt een rapport van het Rode Kruis dat de humanitaire situatie in Afghanistan verslechtert en dat gewapend conflict zich over het land verspreidt.

Dat staat weer haaks op het oordeel van generaal Carleton Smith, commandant van de Britse ISAF-strijdkrachten, die begin juni aankondigde dat de Afghaanse opstand op instorten staat. Meer dan 7.000 Talibanstrijders zijn de afgelopen twee jaar gedood, veel leiders zijn uitgeschakeld en de organisatie gaat kapot aan ruzie. Toch was juni voor buitenlandse troepen dodelijker in Afghanistan dan dezelfde maand in Irak, een unicum. De Afghanistan NGO Safety Office meldt dat het aantal aanslagen op ngo-medewerkers en projecten in 2008 scherp is gestegen ten opzichte van 2007. Het aantal burgerdoden als gevolg van aanslagen is in het eerste kwartaal van 2008 gestegen tot 463, tegen 264 in dezelfde periode in 2007. Dan zegt de NAVO weer dat de wederopbouw van het ANA juist zo goed gaat dat de Afghanen de militaire verantwoordelijkheid vanaf 2011 geheel kunnen overnemen.

Tegelijk – hoewel niet per se strijdig daarmee – uit president Karzai felle kritiek aan het adres van de internationale troepenmacht, die hij van ‘mismanagement van de strijd tegen de Taliban’ beschuldigt. Hij zegt dat het Westen de goodwill die het nog heeft, verliest omdat het te weinig tegen de Taliban en Al-Qaida doet. Ook verschijnen negatieve berichten over geheime hulp van Pakistan aan de Talibanopstand (RAND-rapport, 9 juni) en dringende oproepen tot het sturen van extra soldaten en helikopters. Zijn deze rapporten nog onder één noemer te brengen?

Wellicht ja, als we zouden concluderen dat de Taliban de confrontaties met de NAVO uit de weg gaat of verliest, en zijn toevlucht zoekt tot ‘laffe methoden’ en zachte doelen. Maar we weten het niet zeker, succes en falen wisselen elkaar in de voorlichting moeiteloos af. We hebben geen naam voor de operatie in Afghanistan, we hebben geen overeenstemming over het doel van de operatie, we hebben geen criteria voor ‘slagen’ of ‘winnen’, en we beschikken zelfs niet over de feiten waarmee we de werkelijkheid kunnen vatten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden