GEEN VREDE VAN DE DAPPEREN

BOVEN mijn bed hangt een fotootje dat ik vier jaar geleden heb gemaakt. In Jericho, een kleine stad op de westelijke Jordaanoever, de eerste die in het kader van de Oslo-akkoorden aan het Palestijns gezag werd overgedragen....

ANET BLEICH

Ook de foto oogt allerminst spectaculair. Mijn dochter staat erop, toen negen jaar. Naast haar, met zijn arm om haar heen, een Palestijnse politie-agent, jong, een jaar of negentien. Allebei lachen ze, zoals dat hoort, naar de camera. Een alledaags beeld, zoals er miljoenen bestaan.

Misschien is dat wel de reden waarom die foto me zo dierbaar is. Alsof het doodgewoon zou zijn dat een Palestijnse agent en een joods meisje samen poseren voor een vakantiekiekje. Nauwelijks een reden om je middagslaapje voor te onderbreken.

De foto symboliseert een droom die ik al heel lang koester. Noem het, kortweg, vrede. Of, wat uitgebreider geformuleerd, de vurige wens dat de joden in Israël, met wie ik me verwant weet, en de Palestijnen zich ontworstelen aan een historische ballast die hen ertoe drijft om elkaar naar het leven te staan om een stuk land.

Dat is niet makkelijk. Ik ken de discussie, de argumenten van beide zijden, logisch, coherent, leidend tot steeds weer een nieuwe ronde in een eindeloze strijd.

'Geen volk heeft in zijn geschiedenis zo zwaar geleden als het onze. Maar nooit is de band verloren gegaan met het land van onze voorvaderen, van koning David en de Tempel. We hebben recht op Eretz Israël. Anderen mogen daar best onder ons wonen. Maar als ze ons naar het leven staan, zullen we ons dit keer tot het uiterste verweren.'

'Palestina is al eeuwen onze woonplaats. Wat hebben wij met de joden te maken, wat kunnen wij eraan doen als anderen hen slecht behandelden? Nu ze hier eenmaal zijn, mogen ze desnoods wel blijven. Maar in wezen zijn het indringers en is het land van ons. We staan met onze rug tegen de muur en laten ons niet verder afschepen.'

Tientallen jaren waren het aan beide kanten eenlingen die ervoor pleitten om buiten de cirkel van het eigen gelijk te treden en de mogelijkheid te overwegen van een modus vivendi. In de jaren tachtig van de vorige eeuw ontstonden eerste, spaarzame contacten tussen leden van de Israëlische vredesbeweging en Palestijnen uit de kring van de PLO die zich afvroegen of de eeuwige confrontatie niet selfdefeating was.

De geheime onderhandelingen in Oslo, in 1993, haalden het vredesstreven uit de politieke marge. Voor het eerst erkende Israël de PLO, en daarmee het bestaan van een Palestijns volk en de legitimiteit van zijn streven naar nationale onafhankelijkheid. De PLO erkende Israël en zegde toe zijn doelen zonder geweld te zullen nastreven. Dat was een grandioze doorbraak, een belofte van een nieuw begin. Degenen die de Oslose akkoorden sloten en in september '93 in Washington met een onwennige haddruk bezegelden, moeten toen al hebben beseft dat aan het eind van het vredesproces een levensvatbare Palestijnse staat zou staan en een Israël dat niet meer in zijn veiligheid bedreigd zou zijn.

Sindsdien hebben Israëlische en Palestijnse onderhandelaars elkaar geregeld de hand geschud. Maar de weg naar vrede zou kronkelig blijven. Met de verkiezingsoverwinning van Benjamin Netanyahu, die Israël 'echte vrede' beloofde, zonder het opgeven van land en zonder Palestijnse staat. Met bloedige aanslagen van de Hamas die heeft gezworen het 'bezette Palestijnse land' tot de laatste centimeter te zullen heroveren. Met de moord op Yitzhak Rabin door een joodse extremist. Een troost in die onthutsende dagen waren de afscheidswoorden van Bill Clinton: 'shalom chawer', dag, vriend. En de geraaktheid van Yasser Arafat die Rabin herdacht als zijn partner in het streven naar 'a peace of the brave'. Voor die vrede van de dapperen was nu het uur U aangebroken. De onderhandelaars in Camp David hadden die moed nodig om hun eigen volk te overtuigen. Want grote minderheden zijn helemaal nog niet bereid het eigen gelijk te relativeren. Daarom zou elk akkoord dat uit Camp David komt fel omstreden zijn geweest. Daarom hadden Barak en Arafat zo dapper moeten zijn om elkaar te vinden in een compromis en dat uit alle macht te verdedigen.

Er is alleen een kans als ze beseffen dat ze niet alleen nationale leiders zijn, maar ook de pioniers van de (v)rede. Als ze zich zouden opstellen als de hoeders van de belofte van Oslo om een punt te zetten achter de wederzijdse ontkenning en het geweld.

Het is heel menselijk om zover niet te gaan. Om vast te lopen in een woorden-oorlog. 'Jeruzalem is van ons', 'Nee, van ons'. Om straks met opgeheven hoofd naar huis terug te keren: 'Wij hebben ons uiterste best gedaan, maar zij willen de vrede niet echt'. Het lijkt dapper om te proberen zoveel mogelijk het onderste uit de kan te krijgen. Maar dat is niet zo. Want onder in die kan zit alleen bloed. Zal de agent uit Jericho straks op mijn neefje schieten? Of misschien omgekeerd?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden