ReportageEen jaar zonder kaatshoogmis

Geen volgepakte tribunes, maar schermen rond It Sjûkelân

Uniek in Franeker: geen PC op de traditionele dag, maar een kaatstoernooi van de junioren. In 1853 werd de PC mede ingesteld om de sport levend te houden.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Corona slaat ook in de Friese sportzomer een krater. Toch hield de organisatie van de PC in Franeker tot het laatste moment hoop dat de belangrijkste kaatswedstrijd van het jaar – het oudste sportevenement van Nederland – door kon gaan. 

Dat Sake Saakstra (65) nog eens een zomer zonder PC zou meemaken, hield hij niet voor mogelijk. ‘Onwerkelijk is het’, zegt hij, gezeten op een bankje naast de telegraaf (het scorebord) aan de rand van het veld. Tientallen keren stond hij hier op It Sjûkelân in Franeker, het mekka van de kaatssport. Eerst als jongetje met zijn ouders, later bijna twintig keer als deelnemer. Zes keer stapte hij met zijn partuur (voor de niet-Friezen: zie kader) als winnaar van het veld, tweemaal gekroond tot PC-koning (beste speler). ‘De vijfde woensdag zit in mijn systeem.’

Traditiegetrouw had hier vandaag – de vijfde woensdag na 30 juni – de 167ste editie moeten plaatsvinden van de PC, de belangrijkste kaatswedstrijd van Friesland – en dus ter wereld. De eerste editie was in 1854, wat de PC het oudste sportevenement van Nederland maakt. Maar zelfs voor zo’n rijke traditie heeft het virus geen ontzag.

De juniorenpartij die nu gespeeld wordt is ‘een troostprogramma’, zegt Siemen Volberda, secretaris van de Permanente Commissie der Franeker Kaatspartij. Zijn kostuum heeft hij thuisgelaten zoals ook het rituele vertoon van vlaggen en schilden achterwege blijft. ‘Dit is een kaatspartij, geen PC.’

Het is amper voor te stellen dat normaal gesproken op deze dag rond dit grasveldje een menigte van zo’n tienduizend mensen samendromt. Nu staan er in plaats van hoge tribunes camouflageschermen om It Sjûkelân, om het volk waar het ooit om begon op afstand te houden.

Ontwenningsverschijnselen

Binnen de hekken is enkel plaats voor zo’n tweehonderd genodigden. Hendrik Porte (72), vrijwilliger van het Kaatsmuseum en nog actief kaatser in de 50+-categorie, is veroordeeld tot gluren. Een ontwenningsverschijnsel. ‘Elke week zie je dezelfde kaatsers’, zegt hij. ‘Maar er is maar één PC. Die wordt gemaakt door de menigte.’

Tot het laatste moment hield de organisatie hoop dat de hoogmis van het kaatsen door kon gaan, levend ‘van persconferentie tot persconferentie’. Corona had al zo’n krater geslagen in de Friese sportzomer, zonder skûtsjesilen en fierljeppen. De PC is Champions League-finale van het kaatsen, de sport die in dit deel van Nederland groot is, maar waarvan buiten de provinciegrenzen amper iemand de regels kent.

Afgelasten gebeurt niet lichtvaardig. Tijdens de editie van 2010 regende het zo hard dat de bal onvindbaar werd in de modder. Vorig jaar drong de Veiligheidsregio nog aan op annuleren, omdat hevig onweer voorspeld werd. De Commissie – bijgestaan door weerman Piet Paulusma – hield voet bij stuk: gekaatst werd er. Al moesten halverwege de middag wel de tribunes worden geëvacueerd.

Cholera

Enkel in de oorlogsjaren 1943 en 1944 werd gepast. De laatste keer daarvoor dat de wedstrijd niet doorging? In 1866 – vanwege een cholera-epidemie.

Toen de hedendaagse pandemie oprukte, werd in april zelfs een alternatieve datum vastgelegd, tegen alle traditie in september. ‘We hoopten lange tijd dat er mogelijk meer versoepelingen zouden komen en meer publiek haalbaar zou zijn’, zegt Volberda. ‘Met de toename van het aantal besmettingen zat dat er niet in.’

Het alternatief van een partij zonder toeschouwers werd meteen verworpen, zegt PC-voorzitter Ids Hellinga. ‘Een PC zonder publiek is geen PC.’ Het evenement werd in de 19de eeuw niet voor niets door de kastelein bedacht om wat reuring in Franeker teweeg te brengen. ‘Hier raakt de bal het hart’, staat er op de torens die de entree van It Sjûkelân markeren.

Bedevaart

Dat gevoel, zegt Hellinga, kun je bijna niet omschrijven. Het is de dag waar je schoolvrienden van twintig jaar terug weer treft, waar mensen die ooit in Franeker woonden voor terugkeren – niet zelden vanuit het buitenland. Voor Friezen is het een jaarlijkse bedevaart. Elke editie is uitverkocht.

Anderhalve meter afstand houden is rond het It Sjûkelân dan ondoenlijk, concludeerde de Commissie snel. De PC is bovendien een volksfeest – en social distancing in volgepakte Franeker cafés een illusie.

In overmacht wordt veel teleurstelling gesmoord. Begrip overheerst. Wie zich als een van de weinigen wél een PC zonder publiek kon voorstellen, is Taeke Triemstra. De 37-jarige veteraan behoort al sinds de eeuwwisseling tot de beste parturen en bezet op de ranglijst van beste kaatsers aller tijden de derde plek. Een nieuw succes zou hem dichter bij eeuwige roem brengen. ‘Als ik kan kaatsen, ga ik kaatsen.’ Enig voordeel: Triemstra kan voor het eerst in twintig jaar met zijn gezin in juli op vakantie, laat hij vanuit Limburg weten.

Treetjes bier

Dus is het vandaag aan de junioren, de categorie van 17- tot 22-jarigen waarin veel kaatsers afhaken. Zie de symboliek: in 1853 werd de PC mede ingesteld om de sport levend te houden. 

Talent Gabe-Jan van Popta, een helblonde knaap van 19 uit Lollum, mocht al twee keer snuffelen aan het echte werk. ‘Voor andere jongens is kaatsen op deze plek een mooie ervaring’, zegt hij na een verloren partij. ‘Maar met de PC is dit totaal niet te vergelijken. Daar leef je weken naartoe.’

Na het middaguur gaan de eerste treetjes bier rond. Dat hun zangmicrofoons het laten het afweten, deert het duo van drums en accordeon niet. Na een controle door de gemeente moet de speaker toch ingrijpen: ‘Mensen, denk om die anderhalve meter.’ Ach, grapt kaatsmuseumvrijwilliger Hendrik Porte. ‘De kaatswereld is toch één grote familie.’

Kaatsen voor beginners

Voor kaatsen is een veld van 60 bij 32 meter nodig. In een partij (wedstrijd) spelen twee parturen (teams) bestaande uit drie spelers tegen elkaar. De puntentelling wordt bijgehouden op een telegraaf (telraam). Die puntentelling laat zich nog het best vergelijken met tennis. De eerste met drie keer een spel  wint. Een spel bestaat weer uit twee eersten, vergelijkbaar met games. De telling gaat per twee: 2-4-6-eerst. De punten zijn op verschillende manieren te verdienen. Net als in het tennis is er een opslager (serveerder), het doel van tegenpartij is om het balletje zo ver mogelijk te retourneren. Tijdens de PC is er één zekerheid: aan het eind van de dag winnen altijd de Friezen (behalve die ene editie in de Eerste Wereldoorlog, toen de Belgen zegevierden).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden