Geen verhaal om in te leven

Wie zijn levensverhaal vertelt, zegt wíe hij is en wil zijn. Maar veel daklozen en verslaafden hebben helemaal geen coherent zelfbeeld....

Vraag een gemiddelde burger naar diens levensverhaal, en de kans is groot dat hij of zij antwoordt met een min of meer coherente, chronologische vertelling over onderwerpen als jeugd, carrière, relaties en toekomstplannen. Toen drs. Geeske Hoogenboezem, tijdens haar onderzoek naar de levensverhalen van dak- en thuislozen, de vraag voorlegde aan verslaafde prostituees in een time out-project, wist ze echter niet wat ze hoorde.

'Ze waren meestal binnen drie minuten klaar. En ze vertelden alleen losstaande anekdotes, over een vriendje, dat ze uit huis waren gezet, over hun verslaving, er zat helemaal geen lijn of chronologie in. Ze zagen geen verbanden en ze hadden geen idee dat ze plannen voor de toekomst konden maken. Het was echt bizar.'

Eén gesprek eindigde veelzeggend voor de promovenda. 'De vrouw zei opeens: ''Hoe weet ik nou wat de uitspraak is? Ik heb twee truitjes en een fles wijn gejat en de rechter zei dat de boete zou worden kwijtgescholden als ik naar de zitting kwam. Ik zat in de tram en dacht: hé, dat was gisteren.'''

Zo iemand, concludeert Hoogenboezem, wordt dus uiteindelijk door de hulpverlening afgewezen. Omdat ze niet komt opdagen, wordt ze beschouwd als een onverantwoordelijk persoon die niet wil meewerken aan verbetering van haar situatie. 'Terwijl ze geen idee heeft; ze is niet in staat van afstand over zichzelf en haar leven na te denken. Hulpverleners zouden zich juist veel intensiever met haar moeten bemoeien.'

Het pleidooi voor veel meer 'bemoeizorg', en soms zelfs drang van hulpverleners bij de reïntegratie van dak- en thuislozen, vormt het sluitstuk van Hoogenboezems proefschrift Wonen in een verhaal. Dak- en thuisloosheid als een sociaal proces, waarop ze vrijdag promoveert aan de Universiteit Utrecht. Haar boek vormt een poging nieuw licht te werpen op het hardnekkige probleem van dakloosheid, door de verhalen die zo'n veertig mensen zonder huis over zichzelf vertellen, te confronteren met de verwachtingen die hulpverleners van deze mensen hebben.

De vraag is: wat kan inzicht in levensverhalen toevoegen? Volgens Hoogenboezem, inmiddels wetenschappelijk medewerker aan het Trimbos-instituut, het Nederlands onderzoeksinstituut voor Geestelijke Gezondheid en Verslaving in Utrecht, heeft dat te maken met de wijze waarop dak- en thuisloosheid tot nu toe worden verklaard. 'Dat gebeurt op twee vrijwel gescheiden manieren: een sociaal-psychologische en een sociologische.'

De sociaal-psychologische verklaring, in Nederland sinds de jaren zestig dominant, legt volgens haar sterk de nadruk op het psychische onvermogen van daklozen om in de maatschappij te passen. Zij kunnen bijvoorbeeld geen relaties onderhouden en ze zijn gevoelig voor verslavingen.

De sociologen daarentegen stellen dat de maatschappij voor veel mensen te ingewikkeld is geworden. Door een veelheid aan regelingen en instanties, rechten en plichten, weten daklozen de weg naar een regulier leven niet meer terug te vinden.

Tussen die twee verklaringen gaapt een kloof, zegt Hoogenboezem. 'Terwijl ze veel met elkaar te maken hebben, want waarom kan iemand niet met de regels omgaan? In de levensverhalen komen het individuele en het sociale samen: mensen vertellen over zowel hun problemen met hulpverlening, huisvesting en het zoeken naar werk, als over hun relatieproblemen, hun verslaving, hun onvermogens.'

Levensverhalen kunnen dus tot een genuanceerder inzicht in de problematiek leiden. Maar ze zijn ook op een ander, abstracter vlak belangrijk, zegt Hoogenboezem. 'In hun levensverhalen construeren mensen hun identiteit: ze vertellen wíe ze zijn. Maar wat gebeurt er als ze dat niet kunnen?'

Een stabiele identiteit kenmerkt zich door een voornamelijk coherent levensverhaal, waarin een duidelijke lijn loopt van verleden naar heden en toekomst. Dat is volgens de befaamde Britse socioloog Anthony Giddens broodnodig om je staande te houden in de 'laat-moderne' maatschappij.

'De wereld is volgens hem zo complex geworden, dat je voortdurend op de toekomst moet anticiperen, plannen moet maken.' Dat vereist een duidelijke identiteit, want die stelt je in staat keuzes te maken en verantwoordelijkheid te nemen.

Het is precies op dit punt dat hulpverleners en dak- en thuislozen met elkaar botsen, betoogt Hoogenboezem. Uit analyses van hulpverleningsdossiers trekt ze de conclusie dat veel hulpverleners er zonder meer vanuit gaan dat elke 'cliënt' zo'n autonoom individu is dat in staat is beslissingen over de toekomst te nemen. 'Dat is dus vaak helemaal niet het geval.'

Hoogenboezem interviewde voor haar proefschrift zo'n veertig dak- en thuislozen. Ongeveer de helft waren dakloze drugsverslaafden die in een methadonprogramma liepen. Zeven vrouwen namen deel aan een time-out programma voor verslaafde prostituees. De overigen waren opgenomen in de crisisopvang van een vrouwenopvanghuis. 'Ik zeg niet dat ze representatief zijn voor de hele groep daklozen, maar ik denk wel breed genoeg voor een theoretische analyse en theoretische generalisaties.'

Hun levensverhalen bleken zeer divers. Hoogenboezem onderscheidt vijf verschillende typen. 'Het meest genuanceerd is het ups en downs-verhaal.' Mensen die dit vertellen, kunnen goede en slechte periodes in hun leven onderscheiden. 'Een man vertelde dat hij eerst een vriendin had en afkickte, maar dat er toen iets raars gebeurde. Hij raakte zijn huis weer kwijt en viel terug in zijn verslaving.' Deze mensen willen en kunnen wel reïntegreren, maar het gaat snel weer mis.

Anderen kwamen met wat Hoogenboezem een 'constant verhaal' noemt. Zij hangen hun levensverhaal op aan één enkel persoonlijkheidskenmerk. Hoogenboezem noemt het voorbeeld van een verslaafde asielzoeker uit het Midden-Oosten die al veel had meegemaakt, van vervolging en vlucht tot dakloosheid.

'De hele tijd zei hij: maar ik ben vrij geboren, ik wil me niet binden. Dat werkt ook tegen hem, want daarom wil hij niet in een programma met een eigen kamer en een baan.' Andere daklozen spraken veel over hun slachtofferschap of hun zelfredzaamheid.

Een derde verhaal is de 'tragedie', zegt de promovenda. Dit verhaal werd verteld door een intelligente man, die echter gaandeweg het gesprek een steeds negatiever zelfbeeld tentoonspreidde. 'Zijn levensverhaal vertoonde een duidelijke neergaande lijn', het was tragisch, bijna onvermijdelijk misgegaan.

'Zeer problematisch' noemt Hoogenboezem het 'breuk-verhaal'. Mensen die dit vertellen, kennen een groot belang toe aan één bepaalde episode in hun leven. Het verleden is daardoor afgesloten, maar ze zijn (nog) niet in staat zich op een andere toekomst te richten. 'Zoals de gescheiden Turkse vrouw die door haar ouders werd mishandeld. Ze liep er uiteindelijk weg, maar dan is de vraag: wat nu? Wie ben ik? Als het niet lukt een nieuwe identiteit te vinden, wordt reïntegratie heel moeilijk.'

Het grootste probleem vormen volgens Hoogenboezem de mensen met een 'anekdotisch verhaal', zoals de verslaafde prostituee. Het leven van deze mensen is vaak een opeenstapeling van traumatische gebeurtenissen. Ze hebben in feite geen identiteit meer; ze kunnen slechts fragmenten vertellen. 'Ze hebben ook geen idee dat je plannen voor de toekomst kunt maken.'

Hoogenboezem analyseerde al deze verhalen ook op de wijze waarop naar de toekomst wordt gekeken, en op elementen (bijvoorbeeld werk, moederschap, dakloosheid of verslaving) waaraan de daklozen een positieve of negatieve waarde toekennen. Uiteindelijk resulteerde dat in conclusies over de verschillende houdingen van dak- en thuislozen tegenover de hulpverlening.

Ze werd er bijna cynisch van. Want wat bleek: 'De mensen die het meest coherente levensverhaal kunnen vertellen, met de meest realistische toekomstplannen, worden het beste geholpen. Terwijl degenen die het meeste hulp nodig hebben, zij die niet de vaardigheden bezitten van een autonoom individu, vaak worden uitgesloten.'

Dit noemt Hoogenboezem 'zorgwekkende zorgzoekers en zorgwekkende zorgmijders'. Het zijn mensen die constant in de hulpverlening zitten, maar nooit verder komen. Of mensen die nauwelijks weten dat de hulpverlening iets voor hen kan betekenen en niet bij de maatschappelijk werkers terechtkomen.

Deze groepen houden zich vaak niet aan de regels en de afspraken en gaan op een gegeven moment de hulpverleners irriteren. Dan worden ze uitbehandeld verklaard of doorverwezen - ze eindigen op straat.

Hoogenboezem pleit ervoor dat de hulpverlening daarom meer aandacht krijgt voor het levensverhaal van deze mensen. 'Het reïntegratieplan moet deel gaan uitmaken van het levensverhaal, het moet niet in het luchtledige blijven hangen.' Te vaak is die aandacht er niet: 'Daklozen komen in pasklare trajecten terecht. Daarbinnen wordt vervolgens gezegd: jullie moeten zélf iets willen. Maar als je in de dossiers kijkt, zie je dat er niet verder naar wordt gevraagd. Heel krom.'

Wellicht komt er dan ook meer ruimte voor het idee dat sommigen meer zelfstandigheid nodig hebben, terwijl anderen juist niet meteen in staat zijn zelf beslissingen te nemen, hoopt de promovenda. En dat sommigen daarom intensieve 'bemoeizorg' nodig hebben, ook als het lijkt alsof ze zorg afwijzen, om te voorkomen dat ze pas als het veel te laat is gedwongen worden opgenomen.

Voor sommige mensen zou er zelfs een soort 'langdurig asiel' moeten komen, zegt ze, dat niet meteen eindigt in een doorzonwoning die je zelf moet schoonmaken. 'Het is niet slecht om te accepteren dat niet iedereen autonoom is. Velen vinden ondanks alles dakloos zijn vreselijk. Ze willen liever in een eigen kamertje wonen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden