Géén sympathie a.u.b.

Op de keuzes van Ivo van Hove voor het Holland Festival is veel kritiek. Maar wat je hem ook kunt verwijten: hij is consequent in zijn voorkeuren....

'Wezenloos' vond NRC Handelsblad. 'Geneuzel van hippies', stelde Het Parool. 'Losse flodders', oordeelde de Volkskrant. 'Hoe moeten we in hemelsnaam meeleven met deze langharige Fred en Freddy?'

Over Now that communism is dead my life feels empty!, een performance van de Amerikaan Richard Foreman, waren de theatercritici weinig te spreken. Foreman wekte afschuw en onbegrip op.

Meeleven, meevoelen - het is een criterium dat botst met de intenties van Foreman. De Amerikaan wil helemaal niet dat het publiek zich tegen zijn personages aanschuurt. In de bundel Unbalancing Acts formuleert Foreman de opdrachten die hij zijn acteurs meegeeft. Regel één: Be hostile toward the audience. Don't make them love you.

Kritiek op Foremans aanwezigheid in het Holland Festival is kritiek op de toneelsmaak van festivalleider Ivo van Hove. Now that communism is dead my life feels empty! zou het zoveelste voorbeeld zijn van Van Hoves gemankeerde voorkeuren. Hij zou van het Holland Festival een nostalgische kijkdoos hebben gemaakt in plaats van een plek voor vernieuwende kunst. 'Een willekeurige optelsom van initiatieven', wist de Raad voor Cultuur al in 1999.

Dergelijke snel getrokken conclusies lokt Van Hove uit. Het zintuiglijke theater van El Periférico de Objetos, het pessimisme van Charles Mee en de sound van Sonic Youth hebben slechts een overeenkomst: Van Hove vindt ze interessant. Dat is het thema dat ertoe doet.

Ivo van Hove is aangetrokken om het festival te moderniseren en dat heeft hij gedaan met kunst die hij zelf het liefste ziet of maakt. De Belgische theatermaker vaart een duidelijke koers: het gros van de door hem geselecteerde theatervoorstellingen zijn voorbeelden van 'laboratoriumtheater', waarin een kruisbestuiving wordt gemaakt tussen woorden, klanken, video, dans en beeldende kunst.

De keuze voor Richard Foreman past net zo goed in Van Hoves visie als de selectie van de Duitser Stefan Pucher, die vorig jaar een woeste versie van Tsjechovs De Kersentuin bracht. Of die voor Romeo Castelucci, artiest met keelkankerpatiënten en paardenlullen.

Van Hove is geen man voor dienend, vriendelijk theater. Zijn smaak is geënt op nieuwsgierigheid; van daaruit volgt het afpellen naar kaalslag en kilte. In zijn eigen voorstellingen neemt Van Hove altijd afstand van de toneelillusie. De ene keer werkt een geluidsdecor als stoorzender. Een andere keer, zoals in True Love (zijn bijdrage aan het festival dit jaar), zijn de lichamen van de acteurs de ontregelende factoren: als Janni Goslinga op schamele afstand van het publiek een masturbatie-scène speelt, weet geen toeschouwer hoe daarop te reageren. Seks wordt dan buiten de voorstelling net zo'n probleem als in de wereld van Mee's personages. Theater dat zich vastbijt als een teek.

Wie Van Hove een voorkeur voor 'ouderwetse avant-garde' verwijt, ontkent wie hij is en waar hij voor staat. De man die zijn regieloopbaan begon met performances in oude loodsen hecht meer waarde aan Le paradox sur le comédien van Denis Diderot (de beste toneelspeler houdt er op toneel geen enkel gevoel op na) dan aan Konstantin Stanislavski's opvatting dat toneelspelen met ware emoties te maken heeft. De perfecte leugen is niet het doel waarnaar hij streeft.

In Shakespeare's Richard II, dat hij in 1989 bij Theater van het Oosten regisseerde, richtte de onttroonde koning zich in zijn dodencel rechtstreeks tot de zaal. In Splendid's liepen acteurs en toeschouwers dwars door elkaar heen. De dame met de camelia's van Alexandre Dumas, een melodrama, werd onder zijn handen een hedendaags portret, dat ontroerende momenten afwisselde met vervormde dialogen op een geluidsband. De tv-film Thuisfront verleidde (met lange takes), om daarna de kijker (met documentair ogende beelden) in het gezicht te slaan. Zelfs de musical Rent, een genre dat per definitie wil behagen, was in de regie van Van Hove - ruggen naar het publiek - een productie die aanstuurde op een dialoog.

Die behoefte aan contact, aan het veroorzaken van een reactie bij de toeschouwers, wordt niet altijd begrepen. Wie durft zich te identificeren met een wanhopig masturberende vrouw? Met een Romeo en Julia die, in 1998 bij Het Zuidelijk Toneel, kale seks hebben? Of met de door Van Hove uitgenodigde mannen van Foreman, die maar blijven hameren op de idealen van de jaren zestig? En wat te denken van Cyrus Frisch, die op verzoek van Van Hove voor Toneelgroep Amsterdam een film draaide waarin verslaafde Afrikanen doen alsof ze doodziek zijn? Identificatie? Nee! Dwingend tot opinies? Ja!

Van Hoves keuzes zouden 'opportunistisch' zijn. Hardnekkig misverstand. Sinds zijn aanstelling in 1998 is de theaterprogrammering van het Holland Festival een voorbeeld van consciëntieus beleid. De bekoring en de illusie zijn ingeruild voor theater dat naar de werkelijkheid tast. Voor theater dat niet zonodig vrienden hoeft te maken, en er niet voor terugschrikt het publiek in gijzeling te nemen.

Zoals in Boris Godoenov van Declan Donnellan, dat eindigde met een scène waarin de spelers het volk oproepen om voor de nieuwe tsaar te juichen, waarna het licht op de zaal werd gericht. Het gebeurde in In on it van Da da kamera, met acteurs die constant commentaar leverden op hun eigen werk. En het gebeurde in True Love, toen de acteurs de banken van de toeschouwers opeisten om een dorpsdisco te kunnen bouwen.

Daar sta je dan, als theaterbezoeker. Opnieuw in een positie gemanoeuvreerd die tot nadenken verplicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden