Geen stoel meer bezet in kantoorpaleis

De werknemer van de toekomst wordt in statistieken gegoten zoals de topsporters van nu. Sensoren volgen elke beweging. Zo ziet de werkvloer, of wat ervan overblijft, er straks uit.

In de film Moneyball (2011) tovert algemeen directeur Billy Beane (een rol van Brad Pitt) de honkbalclub Oakland Athletics om van een schlemielenploeg tot een onverslaanbare machine die een recordaantal van twintig wedstrijden achter elkaar wint. En dat met een begroting waar de poenerige New York Yankees of Boston Red Sox amper de handschoen voor zouden aantrekken. Beane's wondermiddel? Statistieken. Dankzij vernuftige cijferanalyses, die ingaan tegen de volkswijsheid binnen de honkbalwereld, weet Beane goedkope, maar ondergewaardeerde spelers bij elkaar te scharrelen en tot een reuzendoder te smeden.


De komende decennia zal de relatie tussen werkgever en werknemers lijken op die tussen Beane en zijn spelers - minus de miljoenensalarissen dan, en de eeuwige roem. Dankzij computers en sensoren kunnen bedrijven steeds nauwkeuriger meten hoe productief hun werknemers zijn. Met de opkomst van statistieken op de kantoorvloer zal de edele kunst van het epibreren - 'niet nader aan te geven werkzaamheden verrichten, waarvan men de indruk wil geven dat ze belangrijk zijn, ook al stellen ze helemaal niets voor', aldus Van Dale - langzaam onmogelijk raken.


Hoe ziet de gemiddelde werkplek er over een paar decennia uit? Hieronder enkele trends, ontleend aan rapporten en voorspellingen over de toekomst van werken.


1. De gekwantificeerde werknemer


Over een paar decennia zullen sensoren alomtegenwoordig zijn: in deuren, kleren, muren, vloeren, bureaus, kantoorcactussen, etc. Kantoren zullen sensoren bevatten die het licht, de temperatuur en de luchtvochtigheid regelen. Uw bureaustoel merkt wanneer u in een verkeerde houding zit of schakelt in massagestand als hij rugklachten bij u diagnosticeert. Een kleine twee jaar geleden keurde de FDA, de Amerikaanse voedsel- en medicijnenwaakhond, zelfs de eerste inslikbare sensor goed. Deze digitale pil monitort je gezondheid van binnenuit. De Financial Times berichtte in februari over het Amerikaanse bedrijf Sociometric Solutions, dat sensoren stopt in naamkaartjes of bureaustoelen van werknemers. Zo brengt het bedrijf onder meer in kaart hoe werknemers zich over de kantoorvloer bewegen, hoe ze zich gedragen, met wie ze praten en op welke toon.


Sociometric Solutions is een van de vele nieuwe bedrijven in de zogeheten 'Quantified Workplace'-beweging. We kwantificeren onszelf tegenwoordig al suf met allerlei gezondheids- of hardloopapps op onze mobiele telefoons.


De volgende frontier voor big data is de kantoorvloer: het gebruik van statistieken om de 'werknemersefficiëntie te optimaliseren', zoals dat heet in bedrijfskoeterwaals. Databedrijven verzamelen statistieken over werknemers en proberen daarin patronen te ontdekken: wie is het productiefst, hoe ontstaan de beste ideeën, waarmee gaat de meeste tijd verloren, etc.


Voor sommigen is deze toekomst een natte droom: eindelijk een neutrale, objectieve beoordeling van werknemers. Voor anderen is het eerder een dystopie, met de werkgever in de rol van Big Brother.


Hoe dan ook zal het een uitdaging zijn om chocola te maken van alle statistieken. Niet alles wat belangrijk is, is immers meetbaar, en niet alles wat meetbaar is, is belangrijk. De productiviteit van een gesprek bij de koffieautomaat of van een vergadering is bijvoorbeeld moeilijk op waarde te schatten. Op het eerste gezicht lijken het voorbeelden van een inefficiënte besteding van de schaarse grondstof 'tijd'.


Maar misschien krijgen werknemers dankzij het geleuter voor de koffieautomaat juist hun briljantste hersenfonkels, waar het bedrijf weer zijn voordeel mee doet. Bank of America ontdekte dankzij statistieken bijvoorbeeld dat werknemers die samen mochten lunchen en hun eetpauze gebruikten om stoom af te blazen en tips uit te wisselen van al het personeel het productiefst waren.


2. Thuiswerken


Thuiswerken is natuurlijk net zo min nieuw als de ganzenveer of het propellervliegtuig. Maar de komende decennia zal de scheiding tussen thuiswerken en op kantoor zijn allengs vervagen. Dat gebeurt nu al dankzij e-mail en smartphones, waardoor thuis - of de trein, of de koffietent - voor veel mensen al een soort continuüm vormt met het kantoor. Dankzij videotechnologie zal het vervloeien van huis en werk een hogere vlucht nemen. Onze werkplek gaat deel uitmaken van een virtual-reality-omgeving, waarin we onze collega's kunnen zien en horen zonder dat we in dezelfde ruimte verkeren.


Voor samenwerken zal nabijheid steeds minder een vereiste zijn - de illusie van nabijheid is voldoende. Nu al experimenteren bedrijfjes met robots - of liever gezegd: veredelde stofzuigers met een videoscherm erop - waarop werknemers à la Skype te zien zijn terwijl ze thuis achter hun computer zitten. Dankzij deze vorm van 'telepresentie' kunnen werknemers toch belangrijke vergaderingen meemaken, maar met de voordelen van thuiswerken.


Door videotechnologie en andere technologische foefjes zullen kantoorgebouwen, die nu al veel met leegstand kampen, in groten getale in onbruik raken. Wat de ontkerkelijking deed voor onze godshuizen, doet de ont-werk-elijking voor kantoorpaleizen.


3. Slimmere machines


In de film Her (2013) wordt protagonist Theodore Twombly (gespeeld door Joaquin Phoenix) verliefd op zijn besturingssysteem 'Samantha'. Behalve met de stem van Scarlett Johansson is Samantha begiftigd met een griezelige dosis kunstmatige intelligentie en empathie. De film speelt in het jaar 2025. Of amours fous met besturingssystemen al binnen nu en elf jaar schering en inslag zullen zijn valt te bezien, maar dat de griezelige slimheid van machines de komende jaren de spuigaten zal uitlopen is zeker.


Alsof machines al niet slim genoeg zijn (en alsof ze al niet genoeg werkloosheid op hun geweten hebben) zullen ze ons werk de komende decennia op zijn kop zetten. Draadloos internet zal bijna even alomtegenwoordig zijn als zuurstof. 'Digitaal behang' kan elk oppervlak tot een videoscherm maken. Onze lunches halen we niet in de kantine, maar maken we zelf met een 3D-printer - toegegeven, niet elke technologie is een ondubbelzinnige vooruitgang.


Stem-, gebaren- en handschriftherkenning zal onze verhouding tot onze smartphones en toekomstige hebbedingetjes veranderen. Sommige futurologen voorspellen dat de denkkracht van computers zo astronomisch zal blijven toenemen dat ook gedachtenherkenning tot de mogelijkheden behoort. Dan zullen we eindelijk weten wat er omgaat in het hoofd van de raamambtenaar, als deze in tijden van 'kwantitatieve werkplaatsen' tenminste nog niet is uitgestorven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden