Geen stijve concertzaaltjes, festival Wonderfeel brengt klassieke muziek in de natuur

En dat is sympathiek maar soms nog wat onwennig

Wonderfeel is écht sympathiek, maar klassiek in de natuur gaat toch niet helemaal vanzelf. Een festival voor de 'beleving', niet voor muzikale wereldprestaties.

Foto Juri Hiensch

Wonderfeel, een festival dat klassieke muziek brengt in de natuur, trekt pakweg vijf soorten bezoekers. Babyboomers met een passie voor natuur en een beginnende interesse in klassieke muziek, jonge ouders die eindelijk eens hun kinderen (dat is de derde groep) mee kunnen nemen naar een festival, fans die de goedlachse Podium Witteman-presentator/hunk/ideale schoonzoon Floris Kortie eens in het echt willen zien en, tot slot, medewerkers van Radio 4.

De zender zond live uit vanaf het festivalterrein. Want Wonderfeel ligt niet alleen op fietsafstand van het Hilversumse Mediapark (landgoed Schaep en Burgh in 's-Graveland), velen in de klassiekemuziekscene hebben hun hoop gevestigd op de Wonderfeelformule.

Het festival rekent af met de stijve tradities van de concertzaal. Klappen tussen de delen van een stuk? Geen probleem. Eten of drinken tijdens een concert of zachtjes erdoorheen praten? Het mag op Wonderfeel, waar de wereld van rokkostuums (ja, waarom zou je je orkest anno 2017 nog kleden als een kolonie pinguïns?) mijlenver weg is.

Van vrijdag tot en met zondag vond de derde editie plaats, die met 2.600 bezoekers per dag was uitverkocht en (zeker op de slotdag) door regenval werd geplaagd. Op vier intieme podia tussen de bomen en een groter podium omgeven door foodtrucks, werden concertjes gegeven van meestal drie kwartier tot een uur. Verder kregen dichters (onder anderen Rodaan Al Galidi en Judith Herzberg) dit jaar een prominente plek.

Het mooie aan Wonderfeel is dat de afstand tussen publiek en musici wordt weggenomen. Het festival is zo ontzettend lief en positief dat je je echt een klootzak voelt om er enige kanttekeningen bij te plaatsen. Maar het moet toch.

Foto Foppe Schut

Op muzikaal gebied heeft het festival voor ieder wat wils. Naast de vele hits (Beethovens Zevende symfonie door een gelegenheidsorkest onder leiding van Johannes Leertouwer; de Nederlandse Bachvereniging speelde Vivaldi's Vier jaargetijden) en de kalme pianoklanken van de populaire Joep Beving, bood het podium Ongehoord ook wat schurende eigentijdse muziek. Toch voelde de programmering wat willekeurig aan en vroeg je je af of er een idee zat achter de opbouw.

Jong talent en artiesten met een grotere staat van dienst (daaronder veel usual suspects voor dit soort evenementen, zoals zangeres Nora Fischer en blokfluitist Erik Bosgraaf) wisselden elkaar af. Het hoofdpodium bleef vaak met tussenpozen van ruim een uur onbenut. Dat Wonderfeel de bezoeker zelf onderscheid laat maken tussen hoofd- en bijzaken is óók sympathiek. Maar het gevaar is dat je de indruk krijgt dat het festival vooral op randprogrammering draait - alsof je enkel de garnering geserveerd krijgt, niet het hoofdgerecht.

Foto Foppe Schut

En gedenkwaardige optredens, uitvoeringen die je je leven lang niet vergeet? Hmm. Afgezien van de uiteenlopende kwaliteit van de artiesten, worden ook niet de voorwaarden geschapen voor muzikale wereldprestaties. In de halfopen tenten en door de uitversterking hebben musici nauwelijks akoestische houvast. Door het gefluister en heen en weer lopen van het publiek, wordt een groter beroep gedaan op de concentratie van de musici. En ook voor de luisteraars wordt het er niet eenvoudiger op.

Dat wreekte zich vooral op het podium Ongehoord, voor de 'moeilijkere' muziek. Zo speelde het ensemble ASKO|Schönberg het stuk The Sonic Great Wall van de Chinees-Amerikaanse componist Huang Ruo, waarin het publiek een denkbeeldige muur vormde en musici zich als wachters voortbewogen. Terwijl luid op slagwerk werd gehamerd, lazen musici wenskaartjes voor die door bezoekers waren volgeschreven. Het had veel weg van een gimmick en dat kan niet de bedoeling zijn geweest. Je blijft achter met het gevoel dat je slechts een glimp van het stuk hebt opgevangen.

Foto Foppe Schut

Oranjewoud

Wonderfeel is niet het enige zomerfestival dat klassieke muziek in de natuur biedt. In juni beleefde het Oranjewoud Festival zijn zesde editie. Ook dat werd drukbezocht, maar kon op minder media-aandacht rekenen, want ja, he-le-maal in de gemeente Heerenveen.

De vraag is in hoeverre dat uitmaakt voor het Wonderfeel-publiek, dat net zo aandachtig luistert naar en applaudisseert voor een beginneling als een grote naam (óók al zo sympathiek). Wonderfeel draait niet om muzikale kwaliteit, maar - zoals de naam al zegt - beleving en de kunst is hier slechts haar dienaar. De exquise hotdogs met Aziatische specerijen zijn voor die beleving van even groot belang. En daardoor ben je als recensent die het uitsluitend om die kunst is te doen op het festival eigenlijk net zo op je plaats als, zeg, bij een concert van André Rieu.

Natuurlijk waren er wel een paar uitschieters. De jonge sopraan Laetitia Gerards liet horen dat ze grote stappen maakt. Bijzonder was het liedrecital van Adèle Charvet (mezzo) en Florian Caroubi (piano), die vorig jaar tal van prijzen wegkaapten op het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch. Meeslepend was de uitvoering van het pianotrio van Tsjaikovski (sprankelende piano door Hannes Minnaar, Russische diepte in het spel van violist Maria Milstein). Zij kregen het publiek écht muisstil - knap.

Wonderfeel, 21 t/m 23/7, 's-Graveland. Diverse optredens zijn terug te luisteren op radio4.nl