Geen slavernij meer, maar nog altijd achterstelling zwarte inwoners Curaçao

De slavernij op Curaçao is officieel afgeschaft op 1 juli 1863. Maar van feestelijk herdenken is nog steeds geen sprake. De achterstelling van zwarte inwoners is gebleven, zegt dichter en slavernijdeskundige Gibi Bacilio.

Een beeld van een slavenhand met heen gebroken handboei aan de kust van Willemstad.Beeld Sinaya R. Wolfert

Eerst maar eens een rondje geschiedenis. In de buurt van de Prinses Amaliabrug in Punda, een kleine houten loopbrug over het Waaigat, die in 2016 is geopend. Bij de plek die is vernoemd naar de jonge Nederlandse vrouw die ooit koningin en dus ook het staatshoofd van Curaçao zal zijn, is de simpele vraag of '1 juli', of 'de herdenking van 1 juli 1863' de bewoners van het Caribisch eiland iets zegt.

Man of vrouw, oud of jong: het antwoord is in alle vijftien gevallen ontkennend. Sommigen denken diep na, anderen kijken alsof met het goede antwoord een hele prijzenkast te verdienen is. 'Heeft het iets met een brug te maken?', is de reactie van een vrouw. Alle anderen schudden het hoofd. 'Het zegt mij niks.'

Terwijl het hierom gaat: een voorvader van prinses Amalia, koning Willem III, decreteerde dat op 1 juli 1863 een einde zou komen aan de slavernij zoals die ook op Curaçao bestond. Het eiland was een belangrijke doorvoerplaats voor slaafgemaakten geweest. Maar met name in de landbouw op het eiland werkten duizenden vroegere Afrikanen die tot die datum geen 'mens' maar enkel 'bezit' waren. Eindelijk kwamen zij vrij.

Lees meer

OPINIE. Morgen is het Keti Koti: de jaarlijkse slavernijherdenking. Er is steeds wel wat onenigheid, maar de grootste onvrede is het gebrek aan aandacht in de rest van het jaar. Waarom is er nog altijd geen apart museum?

Maar van feestelijk herdenken is op Curaçao nog steeds geen sprake. 1 juli staat er bekend als 'de dag van de emancipatie'. De dag erná, ja, dat is een belangrijke dag, zo zeggen de mensen op het eiland zelf. Want op 2 juli viert Curaçao de 'dia di bandera', de dag van de vlag. Dichter bij de viering van onafhankelijkheid kan een autonoom eiland binnen het Nederlands koninkrijk niet komen. Het is een dag van festiviteiten en een officiële vrije dag. 1 juli is dat niet.

'Voor ons op Curaçao geldt de afschaffing van de slavernij in 1863 als een decreet dat van bovenaf is opgelegd', vertelt de 67-jarige dichter en slavernijdeskundige Gibi Bacilio. 'Vergeet ook niet: wij zijn dan wel autonoom als eiland, maar nog altijd niet onafhankelijk zoals Suriname. Voor ons is de herdenking van de opstand van de slaaf Tula, die begon op 17 augustus 1795, veel belangrijker. Die kun je zien als een eigen strijd, een strijd van onderaf.'

Marlon Reina, een Curaçaose onderzoeker, is het hiermee eens. 'Het verzet van het volk, aangevoerd door Tula (die na zo'n twee weken werd gevangen en vermoord, red.), spreekt veel meer aan dan het bedanken van een koning voor de vrijheid. En veel mensen hier zien Curaçao, anders dan Suriname, nog altijd als een kolonie, waar in laatste instantie Nederland het voor het zeggen heeft.'

In Suriname, dat in 1975 volledig onafhankelijk werd van Nederland, geldt 1 juli als een belangrijke datum voor met name de creoolse bevolking. Bij de herdenking in Nederland van de afschaffing van de slavernij, ook zaterdag weer in het Oosterpark in Amsterdam, nemen doorgaans Surinaamse Nederlanders het voortouw. Curaçaoënaars en andere mensen van de vroegere Antillen doen wel mee, maar in veel geringere mate.

Dichter en slavernijdeskundige Gibi Bacilio.

In Suriname kregen in 1863 ruim dertigduizend slaafgemaakten de vrijheid; een ruime meerderheid van de toenmalige bevolking. Op Curaçao waren er dat zo'n elfduizend, ongeveer eenderde van alle toenmalige inwoners. In plaats van emancipatie van de zwarte bevolking kwam op het Caribisch eiland, dat diverse etniciteiten en vele tientallen nationaliteiten kent, uiteindelijk de nadruk te liggen op het concept 'yu di Korsou', wat letterlijk 'kind van Curaçao' betekent. Alsof alle inwoners inderdaad gelijkwaardig zijn.

Maar, zo stelt Angela Roe in haar proefschrift over nationale identiteit op Curaçao: 'Rassenongelijkheid bestaat nog steeds en zit diep in het weefsel van de samenleving.' Wat dat betreft is er weinig veranderd sinds de brief die Monseigneur Johannes Kistemaker aan de vooravond van 1 juli 1863 aan zijn zwarte 'vrienden' schreef.

'God zij lof, het is nu de laatste keer dat wij jullie slaven moeten noemen.' Hij riep de slaafgemaakten op om God hiervoor te bedanken. En de koning natuurlijk, 'die deze gunst verleent'. Maar mensen mochten dan de vrijheid krijgen, de 'shons' (landheren) en clerus zouden blijven vertellen wat goed voor hen was.

Die ongelijkwaardigheid, niet volgens de wet maar wel volgens de beleving van zwarten zelf, bestaat nog steeds. 'Pasobra mi ta pretu' (omdat ik zwart ben) geldt als een oprecht verwijt van een achtergestelde zwarte Curacaoënaar. Maar de uitdrukking wordt, op een veelzeggende ironische manier, ook gebruikt door diegene, van welke huidskleur ook, die bijvoorbeeld het laatste snoepje wil pakken uit een zak die juist dan nét leeg blijkt te zijn: 'Pasobra mi ta pretu!'

'We strijden nog steeds voor emancipatie', zegt Gibi Bacilio. 'Er is nog steeds discriminatie, zwarten hebben minder kansen en door dat alles bestaat bij sommige zwarten een gevoel van minderwaardigheid. Het fysiek afschaffen van de slavernij was niet genoeg. De slavernij zit nog in onze hoofden. Dat zou ook Nederland zich moeten aantrekken. Om te beginnen door niet alleen spijt te betuigen voor de slavernij, maar door echte excuses aan te bieden.'

Bacilio laat het programma zien van de activiteiten die zaterdag in Willemstad wél staan gepland. Veel 'reflek-shon' en 'diskhushon di pènel'. Het is maar de vraag of de nieuwe premier, Eugene Rhuggenaath, van de partij zal zijn. Vrijdag is hij in Wassenaar. Om de Nederlandse koning een hand te geven.

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeldengroep geïnspireerd door de opstand in augustus 1795 van de slaaf Tula.Beeld Sinaya R. Wolfert

De opstand van Tula in 1795

Het bekendste monument voor de slavernij op Curaçao is de beeldengroep die is geïnspireerd door de opstand in 1795 van Tula, de beroemdste slaafgemaakte van het eiland. Het staat aan de kust van Willemstad, bij de J.F. Kennedyboulevard. Het Tula Museum ligt zo'n 40 kilometer buiten de hoofdstad, aan de westkant van het eiland, bij landhuis Kenepa. In de wijk Otrobanda van Willemstad-centrum, bij de Breedestraat, ligt het boeiende museum van Kura Hulanda. Het is een van de gebouwen die zijn opgeknapt met geld van de vermogende Nederlandse zakenman Jacob Gelt Dekker. Het ging open in 1999, tegelijk met een hotel en een casino.

Kura Holanda is een antropologisch museum, waarvan Gelt Dekkers persoonlijke, niet onomstreden visie op Afrika als geboorteplaats van menselijke beschaving en cultuur de spil vormt. Daarnaast heeft het de grootste Afrikaanse collectie kunst en kunstnijverheid in de Cariben en is er veel aandacht voor de slavernijgeschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden