'Geen plaats voor islamitische staat in Libië'

BENGHAZI - Gretige handen reikten onlangs naar A4'tjes die werden uitgedeeld in de conferentiezaal van het Ouzo-hotel in Benghazi, verzamelplaats van de internationale pers. Er waren te weinig vellen, dus verslaggevers namen van elkaar over wat erop stond: een organigram.


Bovenaan een rechthoek met 'TNC', daaronder rechthoeken met Arabische namen, verbonden door stippellijnen. Het A4'tje kwam van pas. Opnieuw brokjes informatie die de vraag moeten beantwoorden: wie zijn de Libische opstandelingen? Wat doen ze? Wat willen ze?


TNC staat voor Transitional National Council. Deze Nationale Overgangsraad telt 30 leden, van wie 13 uit het bevrijde oosten van Libië. Alleen hún namen zijn bekend, de anderen blijven geheim, omdat zij uit delen van het land komen die nog in handen zijn van de regering-Kadhafi.


De raad noemt zichzelf niet 'regering'. De leden hebben beloofd bij de eerste verkiezingen in het vrije Libië niet kandidaat te zullen staan. De TNC lijkt eerder een soort mini-parlement, met vertegenwoordigers van steden en regio's. Er is iemand namens de jongeren; en een lid namens de vrouwen, de juriste Salwa al-Doughaily. Voorzitter is Mustafa Mohammed Abdal Jalil, oud-minister van Justitie onder Moammar Kadhafi.


Voor de urgente, praktische zaken die het besturen van bevrijd gebied met zich meebrengt, werd vorige week een 'Crisisteam' ingesteld, een soort zakenkabinet. Daarover ging dat A4'tje, met daarop de departementen, onder leiding van vakmensen: financiën, olie, strijdkrachten, infrastructuur, justitie enzovoort.


De aandacht van crisisteam en overgangsraad is nog sterk extern gericht, want alles waar de opstandelingen behoefte aan hebben, moet van buiten komen: geld, wapens, oliedeals, bevroren banktegoeden, diplomatieke steun, expertise, advies over een kieswet en een grondwet, media-aandacht.


Overgangsbestuur

In de gebouwen rond het Tahrirplein en elders in Benghazi worden buitenlandse gezanten ontvangen. Leden van het overgangsbestuur reizen de wereld over. Tweemaal is nu gesproken met Hillary Clinton, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Een succes boekte de raad afgelopen week toen in Benghazi de tanker Equator arriveerde om de eerste lading olie van het vrije Libië te gaan verschepen naar Qatar.


Sommigen in het Westen zijn bevreesd dat het Libië van na Kadhafi in handen valt van moslimextremisten. Vooralsnog wijst in Benghazi niets daarop. De opstand maakt een sterk civiele indruk, het woord 'verkiezingen' staat overal in de graffiti.


Abdelhafidh Ghoga, vicevoorzitter en eerste woordvoerder van de TNC, laat niet na te benadrukken dat de Libiërs extremisme afwijzen. 'Wij zullen geen radicalisme, terrorisme of dictatuur accepteren', zegt hij dan. 'Er is geen plaats voor een islamitische staat in Libië. Wij willen een democratische staat, met meer partijen en scheiding der machten.'


Ghoga geeft vrijwel dagelijks een persconferentie in het Ouzo-hotel. Hij is het gezicht van het overgangsbestuur. Journalisten proberen wanhopig interviews te regelen met andere leden van TNC en Crisisteam, maar die hebben het razend druk en de meesten blijven onzichtbaar.


Voor de woordvoering hebben de opstandelingen een team van perfect Engels sprekenden ingezet, van wie de meesten jaren in het buitenland hebben gewoond. In het chaotische perscentrum aan het Tahrirplein staat de 23-jarige lerares Isha Aftaita vanonder haar hoofddoek zelfs de onbeschoftste verslaggevers met engelengeduld te woord. Voor inhoudelijke zaken moet je zijn bij de 36-jarige orthodontiste Iman Bugaighis - geen hoofddoek - en bij Mustafa Gheriani (54), een zakenman uit het Amerikaanse Michigan.


Gheriani zegt dat het nieuwe Libië 'vanaf nul' moet worden opgebouwd. Kadhafi laat zijn land in een barre staat achter. 'Gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur - niets werkt behoorlijk.'


Niet voor niets telt de stad Benghazi driehonderd privéscholen, zegt Gheriani. 'Niemand met geld voor zo'n school stuurt zijn kind naar het openbaar onderwijs.' Van de 1,6 miljoen kilo afval die Libiërs per dag produceren, werd maar 70 duizend kilo verwerkt. De rest werd gedumpt. Nu de buitenlandse arbeiders weg zijn, is het alleen maar erger geworden.


Het zijn zomaar wat voorbeelden van ernstig achterstallig onderhoud, de woordvoerder van de TNC heeft er meer. Was Libië een woning in de verkoop, dan zou de makelaar in zijn advertentie wel zoiets zetten als 'ideaal voor klussers'. Maar, zegt Gheriani: 'Wij zijn níet Somalië. We hebben de rijkdom van olie en een heleboel goede mensen. We kunnen expertise inkopen. Als ons geld niet langer wordt verspild, kunnen we heel snel heel veel bereiken.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden