Geen opgetogen boycot, maar louter desinteresse

Wat zou er gebeuren als wij de Europese Verkiezingen dit jaar eens niet door zouden laten gaan? Zou er dan wat veranderen of juist niet?...

Michaël Zeeman

In een aanzienlijk aantal lidstaten van de Europese Unie spelen die verkiezingen slechts een ondergeschikte rol. Er gaan – vooral ook in Nederland – steeds minder mensen de deur voor uit, zodat de uitkomst op nationale schaal niet eens meer gehanteerd kan worden als een uitgebreide peiling naar de binnenlandse politieke verhoudingen. Niet gaan stemmen is bij deze verkiezingen doorgaans niet eens een gebaar van protest: ’t is geen opgetogen boycot, maar louter desinteresse.

Het Europees Parlement, ’t is voor Nederlanders net het waterschap: laat die lui alsjeblieft doen waar ze voor aangenomen zijn, maar er ons verder niet mee lastig vallen. In veel andere landen die lid zijn van de Europese Unie valt, als het om de lauwheid van de banden gaat, een soortgelijke vergelijking te maken.

De kern ervan is onverschilligheid, dus onwetendheid: je verdiept je niet in wat je koud laat. Slechts als er een microfoon in de buurt is, wil weleens van argwaan of opgekropte weerzin sprake zijn. Maar die afkeer van de Europese instituties maakt meestal de indruk voor de puike gelegenheid te zijn uitgesproken. Zelden hoor je een origineel of een zelfstandig doordacht argument (meestal is het iets over rare regels en ongepaste bemoeizucht).

Op het niveau van het electoraat heerst onverschilligheid, maar op dat van de deelnemende politieke partijen is de gedrevenheid ook niet meteen uitputtend. In de reeks gesprekjes die deze krant houdt met de lijsttrekkers voor Nederland bij de Europese verkiezingen, wordt de visie die de nieuwelingen onder hen hebben op hun naderende toekomst aandoenlijk overgebracht. GroenLinks, bijvoorbeeld, heeft voor dat lijsttrekkerschap een juffrouw aangetrokken, die er tot dusverre in de gemeenteraad van Amsterdam het zwijgen toe heeft gedaan. De carrièreplanning weerspiegelt de waardering: de stap van Amsterdam naar Straatsburg is kleiner dan die naar Den Haag.

Die nieuwe lijsttrekker prijst haar beide GroenLinkse voorgangers in het Europees Parlement allebei, omdat zij ‘bergen hebben verzet’. Die idiomatische zelfdiscipline is al wonderlijk, maar zodra zij die bergen benoemt, schiet je in de lach. Het gaat om terreinen waar het Europees Parlement nauwelijks bij kan en waar de bijeenkomsten van de regeringsleiders en de vakministers van alle deelnemende nationale staten veel meer over te vertellen hebben. Ook zijn er kwesties waar de leden van de Europese Commissie, allemaal uit een ander deelnemend land afkomstig, over beslissen of initiatieven voor nemen.

Het gaat, kortom, juist om de pijnlijke beperkingen van het Europees Parlement. Dat zie je ook aan de opgetogen praatjes van de al langer zetelende lijsttrekkers: ’t is met een piepstem tegen de wind in praten, zelfrechtvaardigingen ontlenen aan weinig overtuigende prestaties.

Dat is ook wel begrijpelijk. Anders dan nationale parlementen vormt het Europese geen regering. Het is weliswaar betrokken bij de aanwijzing van de voorzitter van de Europese Commissie, en in noodgevallen kan het die wegstemmen, maar de uitslag van de verkiezingen bepaalt niet wie er in die Commissie komen of welke kleuren daarin domineren. Ook kan het Europees Parlement onvergelijkbaar veel minder initiatieven nemen.

Juist het afgelopen halfjaar, dat van de financiële crisis, heeft laten zien hoe Europese politiek, als er echt iets aan de hand is, op gouvernementeel niveau wordt gemaakt. Daar staat het Europees Parlement buiten; het wordt niet eens om instemming achteraf gevraagd.

Het vreemde is, dat die lijsttrekkers dat blijkbaar allemaal best vinden. Je hoort hen er niet over.

Het opheffen van de grenzen tussen de landen van de EU heeft een nieuwe ruimte geschapen. Die is in de eerste plaats ingenomen door criminelen (de Italiaanse en de Oost-Europese maffia); zij hebben de verruiming van hun mogelijkheden moeiteloos en vermoedelijk dankbaar ter hand genomen. Zij werden prompt gevolgd door de randcriminelen (de bankiers); de crisis toonde aan hoe gretig die daarvan gebruikgemaakt hebben. Ook kunstenaars en studenten maken het goed, in het onbegrensde Europa.

De grootste terughoudendheid lijkt onder politici te bestaan: de supranationale ruimte die is ontstaan, kent eerder te weinig bestuurlijke inmenging dan te veel. Maar de politici die daar werk van zouden moeten maken, de europarlementariërs, laten zich in bedwang houden door hun partijleiders op nationaal niveau. In dat perspectief had Silvio Berlusconi gelijk, toen hij eerder deze week opperde op zijn Italiaanse lijst voor de Europese Verkiezingen fotomodellen en glanzende presentatrices te zetten. Zij zijn er toch slechts voor de sier.

En dat terwijl de agenda voor een serieus Europese politiek steeds dwingender wordt.

vk.nl/columnisten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden