Geen muziek voor de 'f***ing baroness bastard'

Dertig jaar na de sluiting van de mijnen door Thatcher is South Yorkshire nog altijd woedend over de ellende waarin ze de regio duwde. 'Alles waar onze grootvaders en vaders voor vochten en stierven, heeft zij vernield.'

'Weet je wat wij gaan doen op de dag van haar begrafenis? Dan houden wij een straatfeest. Mét barbecue en muziek. We're celebrating her f***ing death!' Wanneer voormalig mijnwerker Tommy Guest (54) de laatste zin uitschreeuwt op de drempel van de Working Men's Club in Barnsley, vallen zijn vroegere collega's hem instemmend bij. 'That f***ing baroness bastard!', klinkt het in koor. 'She f***ed us all up.'

De verwensingen weergalmen tussen de grijsgrauwe arbeidershuisjes van Haddon Road, gebouwd voor kompels zoals Guest. Als jongeman werkte hij enkele jaren in de North Gawber Colliery, waar hij een van zijn vingers verloor tijdens het ploeteren honderden meters onder de grond. Samen met duizenden collega's staakte hij van maart 1984 tot maart 1985, onder leiding van de beruchte vakbondsleider Arthur Scargill, een jaar lang tegen toenmalig premier Margaret Thatchers voornemen om de staatsmijnen van de National Coal Board te sluiten of te privatiseren.

'De staking was keihard. We kregen 1 pond per dag en een emmer kolen om ons huisje met mi lass an' mi ben (mijn vrouw en kind) te verwarmen. We hadden geen keus. De mijnen waren ons leven. Toch criminaliseerde ze ons protest. Ze ontnam ons alles. Ze vermoordde onze gemeenschappen. Tot op vandaag zijn er hier geen serieuze jobs.'

Kleine Hitlers

Vóór het Thatcher-tijdperk waren working men's clubs (WMC) het kloppende hart van de arbeiderswijken. Na de shift in de schacht kwamen de mijnwerkers er bij elkaar om verhalen uit te wisselen, een glas te drinken of te biljarten. Nu zijn het poelen voor vergetelheid. Heroïsche verhalen over een rijk industrieel verleden, vliegwiel voor de vroegere macht van het British Empire, worden er weggedronken tot stemmen verstommen en aanwezigen stilletjes wegkwijnen.

De holle ogen van James Duffy (70) spreken boekdelen. In de New Lodge WMC, in Royston, staart hij wezenloos voor zich uit. Pas wanneer hij hoort praten over de dood van de Iron Lady flakkert zijn blik op. 'Lang geleden dat ik nog zo blij was. Kon ik nog, feestte ik de hele nacht', zegt hij. 'Thatcher vernielde mijn leven. Van jongsaf aan was ik mijnwerker. Spaarde als jonge veertiger met mijn vrouw voor een huis toen ze de mijnen saneerde. Toen onze mijn in Bullcliffe Wood dichtging, was er alleen nog freelancewerk in enkele geprivatiseerde mijnen. De werkomstandigheden waren veel slechter. Regelmatig was ik werkloos. Ik verdiende minder en we konden geen huis meer kopen. We eindigden in een schamele sociale woning. Ik was 48. Mijn vrouw verliet me met de kinderen.'

Een tafel verder leest Ken Basford (74), ex-werknemer van de nabijgelegen cokesfabriek, hardop het gedicht voor dat hij wil insturen naar een Londense krant. 'Isn't it nice to be rich? And pass away in the Ritz? Oh, we poor ol' miners. Lots of us died in the pits.' Daarmee vertolkt hij de bittere woede bij het nieuws van de dag. 'Thatcher stierf in een suite van het Ritzhotel', zegt hij. 'Volgens de Daily Mirror zal haar begrafenis 8 tot 10 miljoen pond kosten, terwijl er vanuit Londen bespaard wordt op onze pensioenen, de gezondheidszorg en onze uitkeringen.'

In de Alexandra's Workman's Club, enkele sociale woonwijken van de mijngemeente verder, gaat het er strijdlustig aan toe. Ondanks de zichtbare armoede - de enige onderneminkjes zijn derdehandswinkels of 'fish & chips'-tentjes uit de jaren zeventig - zijn veel gewezen kompels er goedgeluimd om Thatchers dood. 'Jammer dat het IRA haar in 1984 miste bij zijn aanslag in Brighton', schatert Barry Cooper (62), een boom van een kerel met tatoeages op zijn gespierde onderarmen.

Voor de deur parkeren zijn vrienden hun scootmobiels - veel ex-mijnwerkers kropen in hun ondergrondse jaren de knieën stuk. Ex-kompel James Bright (84) wijst naar een tafelpoot. Zo hoog was de gang waarin hij zich in 1944 als 14-jarige voor het eerst doorwurmde met schop, houweel en mijnlamp. Later gebruikte hij drilboren. Ze sneden de bloedcirculatie af in zijn handen. Sindsdien heeft hij een ziekte genoemd naar de symptomen: witte vingers, maar zijn hart blijft bloedrood, zijn gedachten zwart.

Scabs, scabs, scabs!

Thatchers dood brengt hier alle sombere herinneringen naar boven aan de grote mijnstaking van 1984-1985. Cooper prikt meteen het imago door dat het een solidair feestje was. 'De werkwilligen van Nottingham doorbraken het nationale vakbondsfront. Telkens als Barnsley FC tegen Nottingham Forest speelt, zingen we daarom nog steeds Scabs, scabs, scabs! Dat is de bijnaam die we gaven aan die verraders. Thatcher heeft ons uitgespeeld. De sluiting van de mijnen was volgens ons ondergeschikt aan haar politieke doel: de macht breken van de vakbonden. Op alle mogelijke manieren probeerden ze ons te saboteren. Ze, dat was zij en haar politie. Het was een politieke politie in die tijd, die ons in elkaar sloeg en wegblokkades opwierp om onze bewegingsvrijheid te beperken. Evil bastards, they were.'

Zo gehaat Thatcher en de politie waren, zo weinig liefde blijft er ook over voor hun eigen vakbondsleider, Arthur Scargill. Volgens Cooper gaf hij tijdens de hoogtijdagen van de Koude Oorlog de premier het gedroomde excuus om de vakbeweging te bestrijden. 'Scargill probeerde tijdens de staking geld te krijgen van de Sovjet Unie (wat door diplomatieke druk van Thatcher bij Gorbatsjov mislukte, MR).' Scargill viel enkele jaren geleden bij zijn eigen vakbond uit de gratie, omdat hij met vakbondsgeld een peperduur appartement in het Londense Barbican had gehuurd.

Door Scargills ontsporing telt de National Union of Mineworkers (NUM) nog maar een duizendtal leden op de tweeduizend mijnwerkers die er nog zijn. Op zijn hoogtepunt had de vakbond er over het hele land 220.000.

Patriotten

'Wat ik misschien nog het hatelijkst vond aan Thatcher, was dat ze ons tijdens de staking the enemy within noemde, terwijl er geen patriottischer Engelsen zijn dan onze kompels', zegt NUM Yorkshire-afgevaardigde Chris Skidmore. 'De kompels van Durham bracht in 1941 geld bij elkaar om twee Spitfires te kopen voor de RAF. Duizenden vochten in de Britse oorlogen, zelfs in Thatchers Falklandoorlog.'

Skidmore is zelf ex-mijnwerker en troont ons mee naar het vervallen mijnliftgebouw van Barnsley, de plek waar hij in 1976 voor het eerst 900 meter naar beneden ging, om er geconfronteerd te worden met een spinneweb van tunnels, waarin transportbanden de steenkool kilometers ver transporteerden.

'De mijnschachten zijn hier met elkaar verbonden', zegt hij. 'Eind jaren zeventig werden hier nog miljoenen ponden geïnvesteerd voor modernisering. Hier lag een gloednieuwe fabriek waarin de steenkool werd ontdaan van zwavel en andere schadelijke stoffen voor het milieu. We lagen met onze technieken aan de basis van de huidige schonekolentechnologie en de CO2-opslag waarmee de Australische steenkoolindustrie nu een wereldwijde speler is. We hebben Thatcher op dat potentieel gewezen, maar ze was er niet in geïnteresseerd. Haar enige motivatie was het terugschroeven van onze verworvenheden. Alle sociale rechten waar onze grootvaders en vaders voor vochten, en ook stierven, heeft ze vernield.'

Behalve wat ramenmakers, autohandelaars en een kleine dienstensector kwam er sinds de sluiting van de mijnen in Barnsley geen vervangende industrie. Integendeel. De ooit bloeiende glasindustrie verdween ook. De oude mijngebieden zijn natuurreservaten geworden of verkommeren als maanlandschappen met onkruid overwoekerd beton.

De Market Street in het hart van Barnsley is in verval. De enige winkels waar waren vlot over de toonbank gaan, zijn de One Pound-shop en 99Pence-shop, waar je voor die bedragen één product kunt kopen. Een ambachtelijke kruidenierszaak vol verse groenten en specerijen, de omgeving waarin middenstandsdochter Thatcher opgroeide, is hier in geen velden of wegen te bekennen.

'Jongeren zoeken hun geluk elders als ze kunnen, in steden zoals Manchester, Leeds en Sheffield', zegt de voorbijwandelende universiteitsstudent en mijnwerkerszoon Joe Slater (18), die milieuwetenschappen studeert in Portsmouth. 'Mijn vrienden zoeken sinds hun middelbare school al drie jaar werk. Er is gewoon niets.'

Brass band

Als dieprood district hoopte South Yorkshire onder de Labourpremiers Blair (1997-2007) en Brown (2007-2010) uit het dal te klimmen. Er kwamen enkele prestigeprojecten van lokale parlementsleden, maar daar bleef het bij. 'Er werd geïnvesteerd in lokaal onderwijs, gezondheidszorg, transport en vastgoedprojecten voor pendelaars. Daar hield het bij op. Banen kwamen er niet.'

Volgens Inky Thomson (72) werden de EU-fondsen voor de regio onder de Tories weggesluisd naar Zuid-Engeland. 'Daar bouwden ze er parkeergarages van voor hun chique wagens', zegt de oud-mijnwerker uit Barnsley. Zelf is hij pro-Europees, maar hij vreest bij de komende verkiezingen een grote overwinning van het nationalistische UKIP, dat alle frustraties kanaliseert. 'Hier leeft het gevoel dat het parlement niet meer representatief is voor de bevolking van dit land', zegt Thomson. 'Dat is gevaarlijk, want de frustratie zit echt zo diep dat ik op een dag buitenparlementaire oppositie en gewelddadige protesten niet uitsluit.'

Dertig kilometer verder, in de mijngemeenschap van Maltby bij Sheffield, denkt een deel van de jongere generatie er net zo over. 'Als Schotland volgend jaar onafhankelijk zou worden, dan hoop ik dat South Yorkshire zijn eigen autonomie eist', zegt onderwijzeres Sarah-Jane Galtry (43). 'We horen het 'Verenigd' Koninkrijk te zijn, maar er is geen rechtvaardige verdeling. Elke dag zie ik de gezichten van de kinderen in mijn klas die ongelukkig zijn door de armoede thuis of die zelfs honger hebben. Ik denk dat de dood en luxe begrafenis van Thatcher de verhoudingen tussen zuid en noord weer scherp zullen stellen.'

Galtry speelt tuba in de Maltby Miners Welfare Band, een van de vele brassbands in deze regio. Hij werd een eeuw geleden opgericht voor en door mijnwerkers. Ze namen deel aan parades en wedstrijden. Eind jaren negentig vormden de koperblazers nog de inspiratie voor de bekroonde film Brassed Off, met Pete Postlethwaithe. In hun balzaal in Maltby is de tijd stil blijven staan in de jaren vijftig. Aan de muur hangen posters van Elvis en John Wayne. De band speelt een treurig Mona Lisa van Nat King Cole.

De sfeer is bedrukt. De mijn van Maltby, een van de laatste in het land, werd vorige maand gesloten. Meer dan vijfhonderd mensen staan op straat. 'Vorige zaterdag hebben we op het kerkhof van Maltby het laatste stuk steenkool van onze mijn begraven', zegt penningmeester Margaret Brown. 'We speelden ons requiem bij het graf van de onbekende mijnwerker.' De symboliek ontgaat de band niet. Twee dagen later gaf Thatcher ook de geest. 'Op de dag van haar begrafenis spelen we niet', zegt Brown beslist. 'Zij verdient geen muziek.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden