Geen middel onbeproefd

Nederlanders worden net zo dik en ongezond als Amerikanen. We eten te veel en te vet, en bewegen te weinig....

Een vliegtuigstoel in economy-class is nog geen vijftig centimeter breed. Te krap voor de billen van een groeiend aantal passagiers. Daarom besloot de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Southwest Airlines afgelopen zomer 'grote klanten' voortaan twee tickets te verkopen.

Het duurt niet lang, leert een blik op CBS-statistieken, voordat ook Nederlandse stoelen gaan knellen. Kampte twintig jaar geleden nog eenderde van de Nederlanders met overgewicht, inmiddels is dat ruim 40 procent. Het aantal mensen dat lijdt aan obesitas, een ernstige vorm van overgewicht, is in dezelfde tijd verdubbelt tot 10 procent. Nederland volgt zo de Verenigde Staten met tien jaar achterstand, waarschuwde deze week de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg.

In het advies Gezondheid en Gedrag maakt de Raad zich vooral zorgen over de ongezonde levensstijl van kinderen. Die eten verkeerd en bewegen te weinig - zij kopiëren het zittende bestaan van hun ouders. Daardoor stijgt het percentage kinderen met overgewicht en obesitas fors, terwijl dat aantal voor 1980 min of meer gelijk bleef.

Zo steeg de afgelopen twintig jaar het aantal jongens tussen vijf en elf jaar met overgewicht van 4 naar 10 procent. Het aantal jongens uit deze groep met obesitas verachtvoudigde. Bij meisjes zijn vergelijkbare resultaten gevonden. Opvallend is dat overgewicht het sterkts stijgt bij jonge kinderen vanaf drie jaar.

Die lopen onder meer een verhoogde kans op diabetes mellitus type 2, een vorm van suikerziekte die voorheen aan ouderen was voorbehouden. Overgewicht kan ook leiden tot hart- en vaatziekten, sommige vormen van kanker (vooral dikke darmkanker), aandoeningen aan het bewegingsapparaat (arthrose) en psychische klachten. Voor dikke kinderen dreigt een vicieuze cirkel: ze worden gepest, raken in een isolement en doen nog minder mee aan sport en spel.

Overgewicht moet worden teruggedrongen, stelt de Raad, om de kwaliteit van het leven voor een groeiende groep Nederlanders te verbeteren. Dat kan alleen als zij bereid zijn hun leefstijl te veranderen. De Raad concludeert dat Nederlanders niet zozeer meer eten, maar vooral minder bewegen. Minder dan de helft van de bevolking haalt de zogeheten nationale norm gezond bewegen (vijf keer per week, een halfuur bewegen).

'Het wordt heel moeilijk deze trend te keren', zegt Inez de Beaufort, hoogleraar gezondheidsethiek aan de Erasmus Universiteit. Als raadslid heeft zij zich afgevraagd hoe ongezond gedrag kan worden beïnvloed, zonder de individueel keuzevrijheid van burgers aan te tasten. Antwoord: belonen en stimuleren in plaats van verbieden.

De Raad doet alvast suggesties: meer fietspaden, meer gymnastiek op school, naschoolse opvang georganiseerd door sportverenigingen, reclamebeperkingen voor ongezonde produkten en bijvoorbeeld appels die voor een zacht prijsje in de schoolkantine worden aangeboden. Dat is echter niet genoeg, waarschuwt de hoogleraar. 'Het moet ook cool zijn om een appel te eten. Dus heb je imago-campagnes nodig gericht op specifieke doelgroepen.'

De vraag is of dergelijke stappen voldoende zijn om een verandering in leefstijl te bewerkstellingen. Nederland volgt de trend in de Verenigde Staten met tien jaar vertraging en een blik op de ontwikkelingen daar stemt somber. Daar kampt 65 procent vcan de mannen en 48 procent van de vrouwen met overgewicht. Gemiddeld 20 procent heeft obesitas. Recente pogingen deze trend te keren, zelfs met fiscale aftrekmogelijkheden voor afslankcursussen en een verbod op frisdrankautomaten op scholen, hebben nog geen meetbaar effect gehad.

Het alternatief, stelt De Beaufort, is dat we lichaamsgewicht verklaren tot de individuele verantwoordelijkheid. 'Dat is te makkelijk.' Bovendien bestendigt dat volgens haar een sociale ongelijkheid. Hoe lager de opleiding en het inkomen, hoe groter de kans op overgewicht. Niet alleen omdat groente en fruit duur zijn, maar ook omdat deze groep minder sport en moeilijker te bereiken is met voorlichting.

'Iedereen die ooit heeft geprobeerd af te vallen, weet hoe moeilijk het is om ingesleten eetgedrag te veranderen', zegt De Beaufort. Voedsel heeft volgens haar ook een sociale functie, het biedt gezelligheid of troost, wat de beïnvloeding bemoeilijkt. 'Het is wat dat betreft te vergelijken met roken, maar daarbij zijn harde ingrepen beter te verdedigen omdat het ook anderen schaadt.'

De Raad verwacht veel van lokale initiatieven waarbij vele partijen samenwerken om gezonder gedrag te bevorderen. Als voorbeeld noemt zij het project Schoolslag Limburg waarbij vijf gemeentelijke diensten en stichtingen op schoolniveau proberen bijvoorbeeld gezonder voedsel in de kantine te krijgen. Op dezelfde manier kunnen Marokkaanse en Turkse kinderen en hun ouders benaderd worden over de lol van sport.

Maar de invloed van ouders wordt gaandeweg minder, zegt De Beaufort. 'Je geeft je kinderen boterhammen mee in plaats van Harry-Potter koekjes, je zet een schaal fruit neer voor als ze thuiskomen en je leert ze eerst water te drinken om hun dorst te lessen. Maar op een gegeven moment gooien ze je boterhammen gewoon weg.' Zelf staat de hoogleraar ook iedere ochtend voor niks te smeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.