Geen kunst

Als reactie op gestileerde en overgecomponeerde fotografie is de belangstelling voor het kiekje enorm groot. Vermeende echtheid heeft het te bieden, en schijnbare imititeit....

Door Merel Bem

IsraDavid Kiek (1811-1899), fotograaf te Leiden, was een vaste slaper. Studenten die na een feestje op de foto wilden, stonden 's nachts eindeloos op zijn deur te bonken voordat Kiek met zijn camera en, zo gaat het verhaal, op bloemetjespantoffels het huis uit kwam sloffen. Zijn foto's waren nooit bijster goed en dat lag niet alleen aan de staat waarin zijn modellen verkeerden.

Kiek deed gewoon niet al te moeilijk. Hij zorgde ervoor dat de zatlappen enigszins op hun plek bleven staan, maar schonk verder geen aandacht aan de compositie. Hij berekende aan de hand van de duisternis hoeveel seconden de opname zou gaan duren en telde af. Het resultaat was vaak hilarisch: rommelige, onscherpe en bewogen foto's waarop soms tweekoppige studenten te zien waren omdat die op de helft van het aftellen hun hoofd op de andere schouder hadden gelegd.

Toch hadden die 'kiekjes', zoals ze in de volksmond werden genoemd, een status aparte; hoe meer van die mislukkelingetjes de student op zijn kamer had hangen, hoe populairder hij was. En nadat Kiek was overleden leefde zijn 'onacademische' fotografie voort. In 1899, zijn sterfjaar, viel in een Nederlands woordenboek voor het eerst te lezen: 'kiekie, schertsende benaming, eerst voor een slechte, daarna voor elke photographie; naar Kiek, een kermis-photograaf.'

Die liefde voor het kiekje of het snapshot, zoals de Engelse benaming luidt (losse flodder), is nooit verdwenen. Sterker nog het kiekje is overal: van een LOMO-tentoonstelling (fotografie met een goedkope Russische camera) tot aan foto's van Wolfgang Tillmans en themanummers van het Nederlandse tijdschrift Usefull Photography.

Het snapshot is de onvermijdelijke reactie op de kunstfotografie die de afgelopen jaren steeds bedachter en gestileerder is geworden. Groter, glimmender, en vooral ook duurder moesten de foto's, om het te kunnen opnemen tegen prestigieuze museumstukken. Het fascinerende aan het kiekje is nu juist het ongecomponeerde, het niet-overdachte. Het snapshot straalt bovendien een zekere intimiteit en zelfs heimelijkheid uit. Het nodigt je met zijn onbeholpenheid en onschuld uit om naar iets te kijken wat op het eerste gezicht althans eigenlijk niet bedoeld is om gezien te worden.

De amateurpolaroids van naakte mensen van Paul Kooiker; de vakantiefoto's van een anoniemSpaans echtpaar of een Nederlandse taxichauffeur, gevonden door reclameman en fotoverzamelaar Erik Kessels; foto's van auto's van Hans Aarsman ze balanceren op het randje van openbaar en privAlledaagse taferelen zijn het, iedereen maakt ze mee, en toch bekruipt de buitenstaander die ze bekijkt een lichte g. Niettemin stonden al die stiekeme privllecties aan de basis van exposities en publicaties, die gretig werden bezocht en gekocht.

Ook de snapshots van de fotografen zelf, in eerste instantie niet tentoonstellingswaardig geacht, kwamen uit de kast. In tentoonstellingen als I am euro camera (vorig jaar in MU/De Witte Dame in Eindhoven) werden die persoonlijke 'non-foto's' zonder al te veel uitleg gepresenteerd. En Foam Magazine besteedt in het nog te verschijnen nieuwste nummer aandacht aan de intieme familiekiekjes die fotograaf Ellen Mandemaker schoot tijdens haar vakantie in Zweden.Het kiekje heeft overduidelijk geen status als kunstwerk, maar dat hoeft ook niet. Het is cult geworden, en een verzamelobjectje op zich. Hoe lelijker de kleuren, hoe vervormder het beeld, hoe fletser het licht, hoe beter.

Wat een verschil met de fotografie die zich wil meten met de (schilder)kunst in het museum. De gigantische en gedetailleerde overzichten (van beursvloeren, schoenenwinkels, landschappen) van Andreas Gursky, de glamourfoto's van Mario Testino, de museuminterieurs plus bezoekers (eigenlijk tot enorme proporties opgeblazen snapshots) van Thomas Struth het zijn de 'perfecte' foto's. Behalve groot zijn ze vaak ook ingelijst, afgedrukt op het mooist glanzende papier en technisch onberispelijk uitgevoerd, al dan niet op de computer bijgewerkt en strakgetrokken.

Plaats daartegenover de aandoenlijke imperfectie van het kiekje en het verschil is duidelijk. Wat het kiekje te bieden heeft is 'echtheid'. Goed, zijn kleine formaat en amateuristisch aandoende techniek zijn misschien een regelrechte belediging voor de kunst van de fotografie, de kiek is daardoor wel heerlijk pretentieloos, soms verrassend anders en ten allen tijde oprecht. 'Ik ben een gepassioneerde liefhebber van de snapshot omdat van alle fotografische beelden de snapshot het dichtst bij de werkelijkheid komt', schreef de Amerikaanse fotograaf Lisette Model in 1974 in het tijdschrift Aperture. En fotograaf Theo Niekus vraagt in zijn boek Pasatiempo /Passing Time (1998) de mensen die hij op momenten dat zij zich onbespied voelden op straat ongevraagd fotografeerde om vergeving. 'Het is niet mijn bedoeling mensen zo onflatteus mogelijk in beeld te brengen', schrijft hij. Nee, Niekus heeft daarvoor een goede reden: 'Het gaat mij erom momenten vast te leggen die sprekend en voor iedereen duidelijk herkenbaar zijn. Ik houd van zulke momenten omdat ze pure emoties laten zien'.

Die vermeende echtheid en het spontane karakter van het kiekje voeren het door de geschiedenis via ruige straatfotografen als Weegee (1899-1968) en Garry Winogrand (1928-1984), die het straatleven van New York 'zoals het was' vastlegden, naar hedendaagse fotografen als Nan Goldin en Wolfgang Tillmans. Hun directe en vaak rauwe manier van fotograferen, die tussen documentaire en snapshot inzit, en hun persoonlijke, alledaagse onderwerpen hebben veel navolging gehad.

Toch is met name Tillmans niet altijd even blij met de kwalificatie van zijn foto's als kiekjes. In een interview met NRC Handelsblad zei hij ooit: 'Veel mensen vragen zich af waarom ik een kunstenaar ben, want wat ze zien zijn volgens hen snapshots. Ze begrijpen niet dat ik juist veel moeite moet doen om die zogenaamde snapshot-kwaliteit zelf vind ik het helemaal geen snapshots te bereiken. (. . .) Soms heb ik er behoefte aan om duidelijk te maken dat het bij mij toch iets anders is dan aanwezig zijn en afdrukken'.

Aanwezig zijn en afdrukken: die uitspraak raakt aan de kern van het kiekje. Wat maakt een kiekje een kiekje? Is het dat magische 'juiste moment' dat zich zomaar aandient of is het juist het talent van de fotograaf die dat moment cret? Want wanneer zorgvuldig voorbereide en geceneerde foto's worden aangezien voor snapshots, dan zegt dat ook iets over die zogenaamd onvoorbereide hapsnap fotografie. Betekent het dat het schieten van de perfecte imperfecte foto slechts voor een enkeling is weggelegd of dat iedereen, ook het spreekwoordelijke neefje van drie, in staat is tot het maken van een kiekje?

Een goed snapshot komt voort uit onschuld, vond Lisette Model in 1974. Pure, amateuristische onschuld die een professionele (lees: verpeste) fotograaf nooit (meer) zal kunnen bereiken. Ja, hij kan de snapshot imitn. Hij kan wachten op dat ene gekke moment. Op dat ene gekke moment zal de professionele fotograaf echter geen snapshot maken, maar een meesterwerk. Dat is zijn lot. Je zou na het lezen van Models pleidooi wel gek zijn om aupt nog professioneel fotograaf te willen worden.

Het is precies om die redenen dat Hans Aarsman, succesvol landschapsfotograaf, zo'n tien jaar geleden zijn camera in de wilgen hing. Sindsdien is hij de Nederlandse goeroe van het kiekje. Weg met dat eindeloze gezanik over belichting, sluitertijd en compositie, terug naar het amateurisme, luidt zijn leus zo ongeveer. Want 'waar kun je foto's vinden die de wereld zonder franje afbeelden?', vroeg hij zich onlangs nog af in de Volkskrant. 'De grootste kans maak je bij mensen die geen verstand hebben van fotografie'. Bij mensen dus die kijken, kiezen en klikken. Maar is het wel zo simpel?

Want kijken, echt ken dat kan niet iedereen. Niet iedereen weet dat ene juiste moment op waarde te schatten, sommigen drukken net te vroeg of net te laat op het knopje, omdat ze ongeduldig of onzeker waren. Iemand die niet kan kijken en een goed snapshot maakt, heeft gewoon geluk gehad.

Dat kiezen slaat trouwens niet alleen op het juiste moment. Het slaat ook op de keuze voor het kader, voor wat wel en niet op de foto mag, iets wat de maker van de foto beslist vlak voordat hij het knopje indrukt. De reden dat sommige kiekjes doorgaan voor goede kiekjes heeft alles te maken met wat er nt de hoofdvoorstelling op te zien is: allerhande onbenullige details lampen, servies, haardracht, kleding waarvan de waarde doorgaans pas achteraf wordt bepaald. Pas na een aantal jaren springt de fotograaf een gat in de lucht dat hij toen dat ene snelle kiekje nam; het blijkt de enige foto te zijn waarop nog net de oude auto van zijn vader is te zien.

Met die gedachte begon Aarsman in 2002 (samen met Claudie de Cleen, Julian Germain, Erik Kessels en Hans van der Meer) het tijdschrift Useful Photography. Het eerste nummer stond vol met onbeduidende en anonieme foto's uit reclamefolders, postordercatalogi en gebruiksaanwijzingen. Niet elke foto kon doorgaan voor kiekje in de strikte betekenis van het woord. Vaak werd er van tevoren druk geceneerd. Maar al die anonieme en vaak hilarisch 'slechte' foto's maken wel duidelijk waar het de makers van het blad om gaat.

Om schoonheid is het ze niet te doen; eerder zien zij in die zogenaamde 'nuttige' of 'gebruiksfotografie' een belangrijke visuele neerslag van de huidige maatschappij. En zo bekeken maakt het dus niet uit of iemand kan fotograferen of niet. Zo bekeken kan iedereen fotograferen. Zo bekeken is die ene, ietwat bewogen of net niet helemaal scherpe foto dus ineens een bewaker van de geschiedenis. Zoals in de onlangs verschenen Gids door de Kanaalzone in Tilburg, waarin fotograaf/kunstenaar Paul Bogaers de lezer met behulp van de fotografie (zijn eigen kiekjes, krantenfoto's, kunstzinnige foto's) toont 'hoe iets er op een bepaald moment uitziet'. In artistiek opzicht stellen die foto's misschien niet zoveel voor en wanneer je ze opblaast gaat hun intimiteit compleet verloren als bruggenbouwers tussen het verleden en het heden blijken ze ineens van onschatbare waarde te zijn.

Het kiekje als tijdmachine. Nuttiger dan dat kan de fotografie toch niet worden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden