Geen jongen die zijn mond hield Een eerbetoon aan Marinus van der Lubbe

Afdeling 8, groep 8, rij E, graf 30 - dat is de rustplaats in Leipzig van Marinus van der Lubbe, de aanstichter van de brand in de Rijksdag....

ER LAG een pak sneeuw, net als toen. Op 27 februari 1993, zestig jaar na dato, vervoegden ze zich in de Rijksdag met zestig tulpen. Ze wilden die in de oude Plenarsaal plaatsen - het centrum van de brand - maar de portier moest eerst bellen voor toestemming. 'Kommt nicht in Frage', klonk van de andere kant. Het hielp niet dat de portier nog tegenwierp: 'Es sind ja nur Blumen aus Holland' Ze moesten er om lachen. Het klonk alsof de herinnering aan de brand nog warm was, of het gisteren was gebeurd - 'ze komen deze keer alleen maar met tulpen uit Amsterdam en niet met brandbommen'.

In die plenaire zittingszaal was dat jaar een tentoonstelling ingericht over de verbouwingsplannen van de Rijksdag voor de verhuizing van het parlement uit Bonn, waaronder het voorstel van de Amsterdamse architect Pi de Bruijn. Ze hadden daar met hun bloemenhulde 'een mooie Hollands-Bulgaarse cirkel' door de geschiedenis willen trekken:

Marinus stak de Rijksdag in de fik.

Dimitrov werd ervan beschuldigd.

Christo pakte hem in.

Pi de Bruijn bouwt hem weer op.

Ze maakten toen maar een foto van hun bloemenhulde in de portiersloge, die ze later in een installatie verwerkten. De beeldend kunstenaars Ron Sluik (37) en Reinier Kurpershoek (39) werkten al sinds 1982 samen, met als achterliggend principe dat hun kunst altijd zal verwijzen 'naar een historische werkelijkheid waar schuld en onschuld elkaars wegen kruisen of juist parallel lopen'. Sinds die winterse dag in Berlijn is de persoon, geschiedenis en mythe van Marinus van der Lubbe in hun werk gedrongen. Ze riepen hem op in verschillende installaties, een fotoboek/reisverslag en een videoroman. In 1997 ontwikkelden ze het plan voor een grafsteen op zijn laatste rustplaats in Leipzig.

Marinus van der Lubbe kreeg daar op het Südfriedhof een anoniem graf op twee maal de gebruikelijke diepte. Niemand wist waar hij lag. Alleen in het archief van het kerkhof stond het genoteerd: afdeling 8, groep 8, rij E, graf 30. Het had allang geruimd moeten zijn. Om een of andere reden was er later een urnenveld bovenop aangelegd, waar nieuwe grafrechten op rusten, zodat zijn graf niet verwijderd kon worden. Hij ligt sindsdien nog steeds op afdeling 8, groep 8, nu onder de urnnummers 236-278.

Opeens heeft de fascinatie van het kunstenaarsduo - voor die ene man en die ene daad die de wereld schokte - gevolgen gekregen. De gemeenteraad van Leipzig besloot vorig jaar, op initiatief van de communistische PDS, dat Van der Lubbe een waardige rustplaats krijgt. Sinds een paar maanden wordt het initiatief van Sluik/Kurpershoek in Nederland ondersteund door de Stichting 'Een graf voor Marinus van der Lubbe'. Hun idee reikt inmiddels alweer verder. Zij willen zijn leven en levensdaad, maakten ze gisteren officieel bekend, op drie historische plaatsen markeren: in Leiden, Leipzig en Berlijn. In elke stad komt een eenvoudige steen, voorzien van drie data - geboorte-, sterfdag en die mythische dag van de brand - met, over de drie stenen verdeeld, de tekst van het gedicht dat hij in de gevangenis schreef in de maand voor zijn hoofd onder de valbijl viel. Wie het gedicht in zijn geheel wil lezen, moet letterlijk in zijn voetstappen treden. Voor thuisblijvers:

Schönheit, Schönheit, was je mals war.

Grösser

Dichten einmal.

Ich glaube ein Gedicht. Ich glaube

Über, Schönheit was jemals war

Und ich denke, dass so etwas sein wird

Arbeit.

Eine Einheit.

Durch Dich allein

Ist alles, was ist.

Schönheit, Schönheit, was je mals war.

Dann nirgends hin,

bleib davon, bleib davon.

'S ist alles Kristall und Pracht.

Auch Leben selber.

Wo jetzt doch hin.

Aber o, alles ist Arbeit,

Es darf, es darf.

Dann nicht mehr hoch

Dann nicht mehr niedrig.

Kein Schlechtes.

Kein Gutes.

Kein Übel.

Alles is schön, und kämpft da für.

In allem und mit allem.

Marinus van der Lubbe blikt op een foto levensgroot hun atelier in - een gedrongen jongen, met een paar flinke werkmanshanden. De foto maakte deel uit van een serie politiefoto's, die direct na arrestatie zijn genomen en terug werden gevonden in een DDR-archief. Het atelier zit in een oude silo aan een trekvaart even buiten Landsmeer, waar de boeren vroeger met boten hun veevoer haalden.

Steile ijzeren trappen verbinden de verdiepingen. Het eenvoudige gebouw, de vergeten vaart, de werkmansruimte beneden dateren uit de tijd waarin Van der Lubbe opgroeide en in Leiden pakhuisruimte huurde om voor zijn jeugdbond een Leninhuis in te richten. Het logo van de ondersteunende stichting is een houtsnede van Marinus uit diezelfde jaren, een kranige kop met woest golvend haar. Sluik/Kurpershoek hebben de tekenaar niet kunnen achterhalen, het portret was niet gesigneerd. Er stond wel iets anders op, even krachtig als die kop: 'Door de socialisten en communisten verraden, door de fascisten vermoord.'

In al die 65 jaar na zijn terechtstelling is hij de verbeelding blijven prikkelen, van de biografen Jef Last en Martin Schouten tot de cineasten Jan Vrijman en Joost Seelen, die in de herfst met een documentaire komt. Hij was een voorbeeld voor Robert Jasper Grootveld. De herdruk van Jef Lasts roman, in 1940 nog Kruisgang der Jeugd getiteld, werd in het happeningjaar 1967 veranderd in Rinus van der Lubbe, doodstraf voor een provo.

HIJ WAS een bevlogen arbeidersjongen in de crisistijd; metselaar tot hij bij een ongeluk met kalk ernstig bijziend werd. Hij werd wisselend tuindersknecht, aardappelhandelaar en baggeraar, maar was bovenal communist en later radencommunist - voorstander van directe actie, die de verloren jeugd van de crisisjaren een nieuwe weg wilde wijzen. Hij leidde stakingen in zijn woonplaats Leiden en fietste naar Twente om stempelende textielarbeiders bij te staan. Hij ging de confrontatie met de politie nooit uit de weg. En liftte twee keer naar Calais om te trainen voor een zwemtocht over het Kanaal in de hoop een paar duizend gulden, uitgeloofd door een tijdschrift, te winnen om er een arbeiderscoöperatie mee te stichten.

Hij trok, in die zwerfjaren van werk zoeken, een paar keer te voet de wereld in: naar Duitsland waar de revolutie in de lucht hing, naar het grote arbeidersideaal van de Sovjet Unie, naar het China van Mao's Lange Mars. Maar bleef elke keer in Midden-Europa of Duitsland steken. In 1933, toen Hitler rijkskanselier werd, trok hij er weer op uit. Hij wou protesteren, schreef Jef Last later, 'tegen de twee grootste gevaren die hij voor de jeugd zag: nazisme en oorlog'. Omdat niemand iets deed, zegt zijn geschiedenis, stelde hij zelf de daad, en stak op 27 februari de Rijksdag in brand.

Wat er volgde, vertelt zijn geschiedenis. De nazi's beschuldigden de communisten van de aanslag. De nacht erop werden vijfduizend van hun tegenstanders gearresteerd, de volgende dag de noodtoestand uitgeroepen, een maand later de grondwet buiten werking gesteld. In september volgde het Rijksdagproces. Van der Lubbe stond terecht met een groep medeverdachten, onder hen de Bulgaarse communistenleider Dimitrov. De nazi's en de communisten beschuldigen elkaar over en weer van een complot. Zijn medeverdachten werden uiteindelijk vrijgesproken, Van der Lubbe veroordeeld tot de guillotine. Op 10 januari 1934, drie dagen voor zijn 25ste verjaardag, viel de bijl.

In hun Landsmeerse silo is hij voor Sluik/Kurpershoek - tussen stapels documentatie, proces- en archiefstukken, foto's en afbeeldingen van hun beeldend werk - eenvoudig Marinus; twee generaties later een levenslotgenoot. Sluik is deze dag de woordvoerder, Kurpershoek is door griep geveld. Ze hebben dat leven de afgelopen jaren vooral verbeeld in installaties. Een ervan, toen opgesteld in de lugubere locatie van een afgekeurd slachthuis, bestond uit een wand luidsprekers, waaruit het geluid van knappend houtvuur klonk; op de tegenoverliggende wand een rij foto's van de Rijksdag, onscherp als een film die in de camera vast is blijven zitten en in bewogen beeld de geschiedenis deed stilstaan. Sluik: 'We wilden het moment verbeelden van wat hij toen dacht: De fik er in.'

IN EEN andere installatie gebruikten ze de politiefoto's die ze in een OostDuits archief vonden, Tatortfoto's waarin met witte inkt de route van Marinus was aangegeven. Ze legden er aanmaakblokjes voor en staken die in brand waardoor het beeld zwart werd. Sluik: 'Het bewijs was er, glashelder, maar je kon niets meer zien.'

Steeds weer laait de Historikerstreit op over wie het nu gedaan heeft: hij alleen, of samen met anderen, de nazi's, de communisten? Sluik/Kurpershoek vinden het debat interessant, maar zijn geraakt door iets anders. Wat voor hen telt is wat hij heeft gezegd, het gevangenisgedicht dat hij in Leipzig maakte en dat ze in een Oost-Duits archief terugvonden, en andere sporen die ze in de zoektocht van hun verbeelding van zijn werkelijke wezen vonden - 'in plaats van academisch-technische vragen als hoe hij zestig brandhaarden in zo korte tijd heeft kunnen aansteken, terwijl hij halfblind was'.

Sluik, met nadruk: 'Hij heeft zelf gezegd: ''Er is een verschil tussen brandstichten en schuldig zijn aan brandstichting.'' Dat is de essentie. En daar is altijd onvoldoende aandacht aan geschonken. Hij heeft vanaf het begin volledig meegewerkt aan het verhoor. Tot hem duidelijk werd dat hij niet werd geloofd, toen zei hij niets meer.' Hij was geen jongen, die zijn mond hield, zegt Sluik. Het historische beeld van die ingezakte sukkel in de beklaagdenbank, die het hoofd op de borst liet zakken, klopt niet. 'Marinus was een kletskous, een Grossmaul. Er was geen staking of hij klom op een zeepkist.' Er moet iets anders gebeurd zijn. 'Hij had het alleen gedaan. En had genoeg van alle aandrang die er op hem werd uitgeoefend toe te geven dat hij deel van een complot uitmaakte. Het duurde hem te lang, hij had er geen zin meer in.'

Wat Sluik/Kurpershoek fascineren is wat er die zomer met hem is gebeurd, in die maanden tussen arrestatie en proces. Het enige waar hij zich toen in uitdrukte was het gedicht, dat nu over zijn herdenkingsstenen wordt verspreid. Daar zien zij een duidelijke aanwijzing in van de persoon die hij was en van zijn levensmotief. Sluik: 'Dat schrijf je niet als je onderdeel was van een fascistisch complot. Dat geloof ik niet.'

Weer, met impulsieve nadruk: 'Eén ding staat vast, je ontdekt het bij alles wat je van hem leest, het zit in zijn reisdagboek en zijn brieven: hij was volledig gericht op onschuld, op het goede der aarde. Ik geloof niet eens dat hij bewust iets tégen Hitler deed, het was een daad vóór de revolutie. Hij is zijn leven lang nooit ergens tegen geweest. Hij werd opgepakt wegens landloperij, op aangeven van een boer die hij om een boterham vroeg. Hij voelde zich niet aangegeven. Toen hij in de cel zat, was zijn enige reactie: eindelijk rust om na te denken.'

'Hij was niet naïef, wat velen van hem zeggen - dan moeten we Jezus Christus ook naïef noemen, of Gandhi. Uit zijn manier van leven blijkt een filosofie die veel dieper ging. Het zit direct in het begin van zijn dagboek. Marinus citeert er een Chinese wijsvoor wie inzicht heeft, zonder dat je je deur uit hoeft te gaan.'' Hij was het ermee eens én hij ging op stap. Daar vind ik alles mee weerlegd wat er over zijn naïviteit gezegd wordt. Ik kan er jaloers op worden: dát denken én tegelijk op reis gaan.'

Ze ontwierpen dan wel een gedenksteen in drie etappes, 'maar laat niemand het in zijn hoofd halen te denken dat wij een monument willen'. Ze willen een rustpunt, in de geschiedenis. 'In Berlijn, in het vroegere nationaal-historische museum van de DDR, was hij anoniem gemaakt. Ein Holländer, meer werd niet over hem vermeld.' Wat ze met hun werk, en niet alleen dat over hun Marinus, willen uitdrukken, is dit: de geschiedenis is de toekomst.

'Als je ziet hoe Nederland en Duitsland een volledig andere interpretatie van deze geschiedenis geven, wie heeft er dan gelijk? Waar ligt de grens van de waarheid?' Dat was, zegt Sluik, wat Marinus zijn leven lang ook zocht. In de jaren zeventig en tachtig is zijn proces in Duitsland heropend, de doodstraf werd teruggebracht tot acht jaar. Waarom, vragen Sluik/Kurpershoek zich af, is hij nu erkend als nazi-slachtoffer? En wel schuldig bevonden aan de brand? 'Als hij het gedaan heeft, mogen we hem dan überhaupt veroordelen? Is hij schuld aan de machtspositie die Hitler verwierf, aan de uitroeiing van de oppositie? Mogen we daar, als kunstenaar, vragen over stellen? Als hij onschuldig is aan de brandstichting, is hij ook de eerste verzetsstrijder.'

Hun laatste opdracht bestond uit het documenteren van 'schuldige locaties' in Utrecht. Het hoofdkwartier van de NSB op de Maliebaan was hun te eenvoudig. Ze zochten verder, vonden de zaak van een jongetje, dat april 1945 bij de elektriciteitscentrale was doodgeschoten waar hij restjes steenkool zocht. 'Niemand weet meer wie hij was of waar hij is begraven. Maar we vonden wel een man, toen net zo'n jongetje, dat daar in de oorlog ook kolen heeft gezocht. Een jaar later zag hij op dat terrein een stapel cokes liggen, stopte er zijn trui mee vol, werd gesnapt en kreeg vreselijk op z'n sodemieter. Hij begreep er niets van. Eerst mocht je zoveel stelen als je wou, je was een held als je met kolen thuiskwam. Een jaar later was het diefstal, en die plek schuldig geworden.'

ZE ZIJN geen moralisten, zegt Sluik, verre van. Ze hopen alleen dat er, met hun werk, algemener over schuldvragen gesproken wordt. Dat er nagedacht wordt over het ingrijpen van het individu ten opzichte van de gemeenschap. 'Waar houdt de grens op en waar begint de grens? Dat is altijd ons thema geweest.' Ook letterlijk: 'Wat kunnen wij allemaal niet, met ons Nederlands paspoort, vergeleken bij anderen.'

Hij wordt filosofisch: 'De wereld is kleiner geworden. En groter. Ik heb moeite met computers en Internet. Het schrikt me af door zoveel informatie heen te moeten om te bereiken wat je zoekt, dat je niet meer weet wat je wilde bereiken.' Hij reist een paar keer per jaar naar Midden- Europa, om mensen te treffen, met wie hij kan praten, die met hun verhaal een heel leven vertellen. 'Wat kan dat vervangen? Computerseks met een meisje in Minneapolis? Dat beangstigt me.' Die global computerwereld is een mythe. 'Waar het allemaal omdraait, zit in dat ene zinnetje van Marinus. ''Je hoeft de deur niet uit om te wereld te kennen.'' En dan daadwerkelijk de deur uitgaan.'

Marinus van der Lubbe wordt in 1999 op drie plaatsen herdacht met het plaatsen van een gedenksteen.

De eerste wordt op 13 januari (de dag dat hij negentig jaar oud zou zijn geworden) onthuld in Leipzig, waar hij in 1934 is onthoofd. In zijn vroegere woonplaats Leiden volgt de onthulling van de tweede steen op 3 februari (de dag waarop hij in 1933 vertrok voor zijn reis naar Berlijn). De derde steen wordt in mei in Berlijn onthuld, als de Duitse Bondsdag de Rijksdag in gebruik neemt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden