Geen idee waar 'Filmpje' over gaat

Steeds weer werd Theo Bierkens afgewezen door de Filmacademie in Amsterdam. 'Te schuchter', denkt hij. Maar hij stond dus aan de kant, werd toeschouwer, belichter, leerde kijken....

CORNALD MAAS

Zijn ruggewervel groeide krom, dus de dokter verbood hem voortaan nog te voetballen. En dat terwijl hij in de jeugdselectie van PSV zat en van een sportcarrière droomde. Theo Bierkens (40): 'Nu moet ik er niet meer aan denken dat ik beroepsvoetballer zou zijn. Het lijkt me zo'n beperkt bestaan - je hele leven maar zien hoe je de bal in het netje krijgt.'

Hij staat op om zijn woorden kracht bij te zetten. 'Voetballers zijn goden geworden. Ik vind voetbal verschrikkelijk oninteressant. Het leuke van film is dat je altijd bezig bent een verháál te vertellen.'

Bierkens werkte als cameraman/director of photography aan meer dan dertig films mee. Speelfilms met artistieke uitgangspunten en duidelijke thema's, geregisseerd door - bijvoorbeeld - Theu Boermans (1000 Rosen), Rita Horst (Romeo), Orlow Seunke (Pervola) en Frouke Fokkema (Kracht).

Hij is nog maar net klaar met zijn werkzaamheden voor Dying to Go Home, een Nederlands-Portugese co-produktie van George Sluizer. Daarin waren geesten rond die op hun geboortegrond hun botten willen begraven. 'De conclusie is: de plek maakt niet uit - zolang je er maar gelukkig bent. Eigenlijk gaat de film over immigranten. Een mooi, actueel thema.'

Dan is Filmpje!, de speelfilm van Paul de Leeuw en regisseur Paul Ruven die op 11 december zijn feestelijke première beleeft, andere koek. De doldwaze capriolen en echtscheidingsperikelen van Bob en Annie de Rooy vallen amper na te vertellen. 'Geen idee waar Filmpje! over gaat. Dat was zelfs op de laatste draaidag nog niet duidelijk.'

Geeft niks, grinnikt Bierkens, voor zo'n De Leeuw-komedie is een duidelijk verhaal irrelevant. 'Zoals ook schitterend licht en een zorgvuldige kadrering niet de hoofdrol spelen. Als je met Paul de Leeuw werkt, gaat het om timing en impulsiviteit - de eerste take is bij hem vaak de beste. Filmpje! vroeg om een grove penseelstreek in plaats van exact nuanceren; het is een film van-lekker-de-zweep-erover. Voor een hoop speelfilm-cameramensen zou dat een nachtmerrie zijn, voor mij was het - na een hoop serieuzere films - nou juist een grote uitdaging.'

Normaal gesproken worden scènes als puzzels opgebouwd, shot voor shot gedraaid, en wordt uitgegaan van een zorgvuldig opgebouwde dramaturgie. Nu stond tevoren weinig vast. Op Bierkens' advies werden de scènes niet met één maar twee camera's gedraaid. Zo zou hij maximaal beweeglijk zijn en had De Leeuw de gelegenheid scènes dóór te spelen - zonder hinderlijke onderbrekingen voor het maken van tegenshots. 'Is dit nog te volgen? Praten over camera-werk wordt al snel slap geouwehoer.'

Op de set bekleedde hij een sleutelpositie. De Leeuw gaf zich over aan improvisaties, Ruven koos - als in eerder door hem gemaakte films - voor een duidelijke vorm en stilering, Bierkens bewaakte vooral de continuïteit. Steeds maar denken en piekeren, steeds zorgen dat shots in de juiste volgorde zouden worden gedraaid.

'Het was allemaal nog extra complex doordat Paul twee rollen speelt. Je bepaalt als je draait in principe al hoe je later gaat monteren - ik heb altijd een soort gemonteerde versie in een klein projectiezaaltje voor ogen. Bij Filmpje! heb ik op dat zaaltje veel aanspraak gemaakt. De visuele herinnering was van cruciaal belang.'

Paul de Leeuw is als acteur - Bierkens heeft het gemerkt - soms een ongeleid projectiel. Hij schopt een tent overhoop (als Bob), dondert Madurodam binnen (als Annie), verpulvert een zandkasteel (als Bob). 'Ik bewonder zijn grote vakmanschap. Maar ik hoop dat er binnenkort eens iemand opstaat die de moed heeft om iets nieuws met hem uit te proberen. Bij Paul de Leeuw in een serieuze filmrol kan ik me alles voorstellen.' Bierkens houdt van dialogen met acteurs. Soms geeft hij ze aanwijzingen die bij hun rollen passen. Want acteurs zijn kwetsbaar. 'Zo'n oog dat naar je staart is nogal genadeloos. Met woorden ben je in staat genuanceerde toelichtingen te geven - een close-up is één moment en that's it.'

Het gaat om het vertrouwen. De 'hyper-professionele' Monique van de Ven is een vriendin van hem geworden, Huub Stapel kreeg voor zijn rol in de door Bierkens gedraaide televisie-serie De Partizanen een Gouden Kalf. 'Ondanks alle technische beperkingen ben ik er kennelijk in geslaagd om hem zoveel vrijheid te geven dat hij echt in zijn spel kon komen. Ik vind het ontzettend prettig als een acteur een prijs krijgt.'

Soms is hij minstens zo kwetsbaar als zijn acteurs. 'Bij een paar scènes in Romeo zat ik te janken achter de camera. Het is ontroerend en mooi om te draaien wat heel dicht bij het werkelijke leven staat.'

Toen De Partizanen werd opgenomen overleed zijn vader. 'Aangrijpend was de ontmoetingsscène van al die ouwe mannen, de generatie die in de oorlog verankerd is - de generatie van mijn vader. Toen ik die moest draaien, was ik heel emotioneel.'

Hij zwijgt - zijn zieleroerselen geeft hij liever niet prijs. De telefoon gaat - '. . . nee, . . . geen belangstelling. . . nee, ik wil er verder niets over weten.' Bierkens heeft geen trek in een proefabonnement op Het Parool. 'Reclame via de telefoon: wàlgelijk, ik houd niet van die inbreuk op mijn privacy.'

De cameraman wordt graag met rust gelaten. Zeker als hij, zoals nu, negen maanden onafgebroken heeft gewerkt. 'Ik ben nog maar net uit de badkuip te voorschijn gekomen.'

Vroeger al ging hij stilletjes zijn eigen gang. Hij, zoon van een Eindhovense politieagent, zag in de plaatselijke bioscoop de films van regisseurs die hij bewonderde: John Schlesinger, Robert Altman. 'Uit de jaren zeventig, de Gouden Eeuw van de Cinema. In de jaren tachtig is veel door het grote geld om zeep geholpen. Dat films tegenwoordig voor 200 miljoen dollar worden gemaakt, is pervers: is dat niet ongeveer het Bruto Nationaal Produkt van een klein Afrikaans land?'

Toen een voetbalcarrière uitgesloten bleek, meldde hij zich aan bij de Filmacademie in Amsterdam. 'Maar ik werd steeds weer afgewezen. Waarschijnlijk was ik te schuchter.'

Zo'n karaktereigenschap heeft, blijkt later, ook voordelen. 'Door mijn verlegenheid stond ik altijd aan de kant en was ik geen deelnemer. Zo leer je automatisch goed kijken. Bovendien bleek ik in staat mijn eigen realiteit te creëren. Mijn fantasieën zijn vaak zo sterk dat ik niets meer hoef te beleven.'

Hij kreeg een baantje als belichter, klom langzaam maar zeker op, volgde uiteindelijk een opleiding aan The American Film Institute in Los Angeles. Grootste eye-opener was de ontmoeting met cameraman Robbie Müller. 'Hij leerde me hoe je naar licht kijkt, hoe je überhaupt kijkt. Techniek, zei hij, is belangrijk, maar je moet je niet verliezen in technische details. Je maakt met het juiste licht een sfeer die bij de scène past, maar welke lamp je daarvoor gebruikt, doet er niet toe.'

Op zijn werktafel ligt een grote stapel 'nee': scripts die Bierkens heeft afgewezen. Hij maakt zijn keuzes weloverwogen, woont repetities bij, bemoeit zich met de dramaturgie, analyseert het script. 'Als ik twijfels heb over een scène, voel ik me verplicht om dat te melden.'

Hij zei het al: hij wil een verhaal vertellen. 'Bij een camera zijn drie dingen van belang: de lenzen, het filmmateriaal en de aan- en uitknop. De rest interesseert me geen bal.'

Voorlopig heeft hij nog niet de ambitie zelf te regisseren. Zijn werk is inspirerend, de keuze is groot. 'Ik doe het liefst uiteenlopende dingen. Ik hou van Richard Strauss èn de Red Hot Chili Peppers. De scheiding tussen commercie en kunstzinnig is onzinnig. Een commerciële film moet artistieke kanten hebben; een bevlogen kunstenaar mag best ook eens aan zijn publiek denken.'

Hij drentelt wat heen en weer. Niets zal hem ontgaan. Bierkens wijst op het blauwe licht achter de vitrage dat zo mooi te zien is in een spiegel. Ooit stond hij achter een groepje mensen dat, handen op de rug, een zonsondergang bewonderde. 'Maar duizend keer mooier was de wijze waarop die zonsondergang gereflecteerd werd in de ruiten van een flat.'

Elke plek stelt aan het kijkgedrag haar eigen eisen. 'In Amsterdam is de blik weids en naar boven gericht, naar de toppen van de grachtenpanden; in Los Angeles is het alsof je een zoomlens voor je ogen hebt. Er komt een heleboel shit op je af en soms zoom je in op iets interessants.'

Hij noemt de voorwerpen in de kamer: lamp - agenda - tafel - boek. Al toen hij heel jong was, nam Theo Bierkens zich voor om alles waar hij naar keek ook werkelijk te zíen. Maar soms, als hij na een dag hard werken moe is, drinkt hij een glas wijn en droomt hij weg. Dan zet hij de blik op oneindig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden