Column

Geen idee of ik zelf een heldin zou zijn

 

Koning Willem-Alexander en koningin Maxima leggen een krans bij het Monument op de Dam tijdens de nationale herdenking.Beeld anp

Nog nooit had ik de Dodenherdenking op de Dam meegemaakt. Om half acht wurmde ik me een plekje in de menigte. Ik probeerde me niet te storen aan het zich verdringende geroezemoes, dat een vanaf onze plek onzichtbare glimp van het koningspaar of premier Rutte op de mobiel moest en zou vastleggen.

Ik stond in een hoek met een mensenmassa tegen de Bijenkorf aangeplakt, tussen een groepje stralende Duitse hipsters. Ze knikten ons lief toe, alsof ze hoogstpersoonlijk de wandaden uit de tijd van hun grootouders wilden verontschuldigen.

De getrimde baard van één van hen verspreidde een scherpe jointlucht die, vanwege onze geringe afstand, genadeloos in mijn neus prikte.

Maar toen sloeg de klok van de Nieuwe Kerk acht uur. Ineens was er de stilte, die je naar je gedachten trok. Ik dacht aan mijn moeder, die die middag zo lang weg was gebleven met boodschappen. 'Ik kwam iemand tegen van de bejaardengym', had ze zich verontschuldigd. 'Joods. 4 mei is voor haar ondragelijk. Ik wilde haar niet afbreken door te zeggen dat jij op me zat te wachten.'

Ik dacht aan het mooie, intieme evenement waar ik een dag eerder een bijdrage had mogen leveren. De Dag van de Empathie, die Knowledge Cesare organiseerde omdat we dichter bij elkaar komen als we ons in elkaar proberen in te leven en naar elkaar te luisteren, ook al zijn we verschillend. En als we de pijn of de angst van de ander erkennen.

Een van de voordrachten was van Jan Slomp, zoon van verzetsstrijder Frits Slomp. Hij vertelde hoe de moed van verzetsstrijders als zijn vader om hun leven te wagen om mensen te helpen voortkwam uit empathie. Over tante Riek, moeder van vijf kinderen, met wie zijn vader zo nauw samen had gewerkt in het opzetten van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO), die in 1944 bezweek in Ravensbrück.

Geen idee of ik zelf een heldin zou zijn.

Ook dacht ik aan de indrukwekkende documentaire van Astrid Joosten over Anne Frank. Ik heb op dezelfde lagere school gezeten, in mijn tijd al omgedoopt tot Anne Frankschool. In de Niersstraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt. In elk klaslokaal glimlachte haar portret. Hier was ze een zorgeloos kind geweest.

Ik begon er als kleuter van vier, te jong eigenlijk om te behappen dat oud-leerling Anne wereldberoemd was omdat ze vermoord was vanwege haar toevallige afkomst en een dagboek had nagelaten. Maar ik snapte het en het maakte me bang.

Als ik er wat over vroeg zei mijn moeder: 'Maak je geen zorgen, toen was het oorlog en dat willen de mensen echt nooit meer.' Ze was toen ongeveer zo oud als ik nu ben, mid veertig. Ze had een hip, kort afrokapsel en oogde jonger, misschien omdat ze laat aan kinderen begonnen was en een jongere Surinaamse man had.

Als bruin meisje was zij in de Haagse jaren dertig écht de enige geweest. Zij had de oorlog ook meegemaakt en vertelde daar soms over, vooral als we ons bord niet leeg wilden eten. Ze liet zich ook wel eens ontglippen dat ze een jaar ouder was dan Anne geweest zou zijn.

Klein als ik was, was ik me bewust van de beladenheid van verschil. Ik was op die kleuterschool toen het enige bruine meisje en werd onmatig gepest om mijn kroesvlechtjes. Het waren de jaren zeventig, en de chaotische Surinaamse exodus was in volle gang. Trots had papa ons de vlaggetjes van ons net onafhankelijke vaderland gegeven. Maar Surinaamse jeugd voelde zich hier verloren, vond geen werk en viel ten prooi aan de heroïne. Mensen hadden een hekel aan ons, noemden ons junks en messentrekkers.

Ter compensatie was ik braaf en stond altijd voor iedereen op in de tram. Ook omdat ik bang was voor de consequenties van de haat. Anne's glimlach had haar niet beschermd. Het mocht nooit oorlog worden want dan kon je glimlachen wat je wilde.

Pas veel later zou mijn moeder vertellen over haar verdwenen klasgenootje Leida, en weer veel later kon ik haar lot googelen. Leida was net als Anne geboren in 1929. Gestorven in 1944. In Auschwitz, tegelijk met haar moeder en elfjarige zusje.

Ook na het Wilhelmus bleven we in onze gedachten. Tot iemand een gilletje slaakte. Gelukkig was de muis zo eerbiedig geweest met zijn spurt, rakelings langs onze vele voeten, te wachten tot na de twee minuten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden