Geen goed woord voor Nout Wellink

Reportage..

Den Haag Centrale-bankpresident Nout Wellink kan zijn borst natmaken als hij voor de commissie-De Wit verschijnt. Zijn toezicht op de banken blijkt een dankbaar onderwerp om tegenaan te schoppen tijdens verhoren van de parlementaire onderzoekscommissie, die lessen voor de toekomst wil trekken uit de kredietcrisis.

De commissie liet deskundigen alle ruimte om tegen het toezicht van Wellink te fulmineren. ‘Waarom mensen stomme dingen doen, ligt buiten mijn expertise’, zei economieprofessor Sweder van Wijnbergen over het beleid van Wellink. ‘De bevoegdheden van de toezichthouder moeten enigszins worden ingeperkt’, voegde directeur Coen Teulings van het Centraal Planbureau (CPB) eraan toe.

‘De toezichthouder heeft niet voldoende deskundigheid in huis’, vindt oud-minister van Financiën Onno Ruding. ‘Je moet dieven met dieven vangen.’

‘De toezichthouder greep niet in op het moment dat dat moest gebeuren’, is de ervaring van Rabobank-topman Bert Bruggink. ‘En greep hij eenmaal in, dan was het te laat.’

De vier mannen waren de eersten die voor de commissie van acht Tweede Kamerleden verschenen. Ze moesten in ‘openbare gesprekken’ vertellen waardoor de kredietcrisis kon ontstaan, waarom niemand ervoor gewaarschuwd had, en hoe zo’n financiële catastrofe in de toekomst kan worden voorkomen.

Op de een of andere manier kwamen ze alle vier steeds bij het toezicht uit. Moeten er niet betere regels komen?, vroeg de commissie. Moeten de banken zich splitsen in een zakendeel en een consumentendeel? Nee, het toezicht moet gewoon beter, was steeds de reactie.

Bruggink, de hoogste financiële man van de Rabobank, bleek te zijn uitgenodigd om te vertellen waarom zijn bank ogenschijnlijk ongeschonden door de crisis was gekomen. De verklaring: conservatief beleid en een dosis geluk door nauwelijks giftige bezittingen op de balans te laden. Met de woorden ‘het gevoel bekruipt me dat de instrumenten van de toezichthouder te beperkt zijn geweest’ was de Rabo-man de meest voorzichtige spreker over De Nederlandsche Bank (DNB). De Rabobank wil geen mot met zijn toezichthouder.

Dat vriendjes willen blijven is volgens de economen Van Wijnbergen en Teulings juist een probleem van het toezicht. Het is volgens hen een uitvoerig bewezen feit dat de toezichthouder zich op den duur naar de ‘onder toezicht staande’ gaat plooien.

‘Het wordt te cosy’, zei Teulings. ‘Als de seinen op rood staan zou de toezichthouder gedwongen moeten worden iets te doen.’

En dan wat Van Wijnbergen betreft wel het juiste. Dus het tegenovergestelde van wat centrale-bankpresident Wellink heeft voorgesteld: eisen dat de buffers van banken worden verhoogd in tijden van crisis. ‘Dat is het slechtst denkbare moment, dat werkt destabiliserend’, zei Van Wijnbergen. DNB zou wat hem betreft niet toezicht moeten houden op naleving van regels. ‘Dat werkt ontwijking in de hand. Daarom zitten er ook meer juristen dan economen bij DNB.’ Het zou om de naleving van principes moeten gaan. Want regels kun je omzeilen, maar principes niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden