Geen glans maar harde realiteit

Het begon al met de posters van de zestiende editie van Julidans. Daar moest uitleg bij. De geportretteerden keken verdwaasd of wreven vermoeid in hun ogen....

Dat typeert ook de voorstellingen die de afgelopen twee weken door Jaap van Baasbank en Luuk van Eijk naar de Amsterdamse theaters rond het Leidseplein zijn gehaald: geen lyrische producties met veel dansdynamiek en choreografisch vuurwerk, maar theatraal aangezette conceptuele voorstellingen met beweging als middel, niet als doel. Lichamen bewegen om iets anders uit te drukken, vaak een politiek-maatschappelijk onbehagen zoals in Umwelt van Maguy Marin, Strawberry Cream and Gunpowder van Yasmeen Godder en Report on 37°8 van Wen Hui. Of nostalgie (Tongue’s Memory of Home van Zuhe Niao) of juist een ironische afrekening daarmee (Back to the Present van Constanza Macras).

Zeker de Chinese voorstellingen – een speerpunt – gaven hun boodschap niet eenvoudig prijs. Het bewegingsidioom van Hiu en Niao ligt voor Westerse begrippen dicht tegen (gedateerde) dansexpressie aan: veel repetitieve handelingen met mimische uitdrukkingen, spraak en tekst. Voor de toeschouwer is het dan gissen naar de betekenis van geprojecteerde karakters of geschreeuwde kreten. Ook kampte haar voorstelling met een zwakke dramaturgische opbouw, een meer voorkomend euvel dit festival.

De Nederlandse producties wisten ook niet te overtuigen. Het duo Emio Greco en Pieter C. Scholten presenteerde in Hell een verdwaasde en gekortwiekte versie van hun zo vermaarde intense bewegingssuspense. De Châtel bleef hangen in een vriendschappelijke ontmoeting met de Afrikaanse stampvoeters van Compagnie Salia Ni Seydou. Het verrassendste en minst narratief was de pure danskracht van de naakte lichamen in La Pudeur des Icebergs van Daniel Léveillé.

Volgens Van Baasbank is deze Julidans, dat met zestienduizend toeschouwers iets minder is bezocht dan vorig jaar, een afspiegeling van de huidige politieke stroming in dansend Europa. Met als onbedoeld gevolg dat toelichtingen en achtergronden over de maatschappelijke positie van een choreograaf of diens actuele inspiratiebron, vaak interessanter blijken dan de producties zelf. Zoals de solo’s van Teck Voon Ng op locatie in Chinatown te simpel waren, terwijl de rondom geplande rondleiding door de Amsterdamse wijk wel nieuwe doorkijkjes gaf.

Van Baasbank erkent het euvel. Zo vond hij tijdens het Holland Festival de voorstelling VSPRS van Alain Platel slechts matig, totdat hij de meester zelf na afloop uitgebreid sprak. ‘Ik ging weg met het gevoel een fantastische productie te hebben gezien.’ Pas de uitleg maakt een voorstelling attractief. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Annette Embrecht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden