Geen gezicht

Sinds the war on terror groeit de behoefte anoniem te blijven temidden van bewakingscamera's en gezichtsscanners. Ook in de kunst, zo laat een intrigerende tentoonstelling zien.

beeldende kunst


****


Faceless: seduction, surveillance, privacy.


In: Mediamatic Fabriek Amsterdam, t/m 13/4. mediamatic.net facelessexhibition.net


Zijn ze het nu wel of zijn ze het niet? Dat is het nieuwe gezelschapsspel bij Daft Punk sinds ze eind januari bij de Grammy Awards in Los Angeles liefst vijf prijzen in de wacht sleepten. Doordat de mannen van dit Franse electroduo, Thomas Bangalter en Guy-Manuel de Homem-Christo, zich sinds 2001 en plein public alleen nog maar tonen in robotpak en robotmasker, weet niemand meer hoe de heren eruitzien. Dus zou het zomaar kunnen dat in die helmen op het podium stand-ins schuilgaan.


Het mysterie van de robothelm en de mediajacht op de ware identiteit van het gezichtsloze duo zouden niet misstaan in de tentoonstelling Faceless, in de Mediamatic Fabriek in Amsterdam. Die is met een honderdtal videowerken, foto's, beelden en kledingstukken van vooral jonge kunstenaars geheel gewijd aan de gezichtsbedekking of het masker - van Toeareghoofdtooi en carnavalesk glittermasker tot boerka en bivakmuts.


De heren van Daft Punk blijken geenszins de enigen die hun gezicht bedekken. Curator Bogomir Doringer signaleert onder kunstenaars en modeontwerpers een breed uitwaaierende behoefte aan het masker. Uit de bijeengebrachte werken blijkt vooraleerst wat voor merkwaardig lichaamsdeel het gezicht eigenlijk is. Net zo persoonlijk, uniek en geschikt voor identificatie als een vingerafdruk, helemaal van jezelf, maar ook arena van politieke strijd. Denk aan het beladen hoofddoekendebat, dat onlangs weer oplaaide in Brussel. Daarbij bepaalt niet het individu, maar de gemeenschap op welke plekken en in welke functies je je hoofddoek achterwege moet laten en je je gezicht moet openbaren.


In dat spanningsveld laat Doringer zijn behoefte aan maskerade beginnen bij 11 september 2001, New York. Op een groot scherm trekken dikke roetwolken voorbij, een beeld van de aangeslagen stad. Zoals de rook de stad aan het zicht onttrekt, zo is de blik van de wereld sindsdien vertroebeld. Ook de geest van Submission (2004), van filmmaker Theo van Gogh en politica Ayaan Hirsi Ali, het iconische kunstwerk uit het post 9/11-tijdperk, waart door de tentoonstelling. Met veel bloot en veel boerka flirt Doringer openlijk met dit gefilmde anti-islampamflet. Zo provocerend en explosief was deze cocktail met naast bloot en boerka ook hardop geciteerde koranverzen, dat Van Gogh het met de dood moest bekopen.


Vanaf de binnenkomst in de Mediamatic Fabriek spatten foto's van stoeipartijen je tegemoet, surrealistische verstrengelingen van naakte lijven, het gezicht verborgen in oksel of knie. In alle soorten en maten zetten de mannen van Frank Schallmaier hun penis en torso op het net - alleen hun gezicht gaat schuil in het flitslicht van de mirrorselfie.


Amper twee meter verwijderd van al dit bloot, bieden vrouwen in sexy boerka's hun erotische diensten aan en voert Nezaket Ekici een kokette show op met een hoofddoek. Eindeloos stapelt ze fleurige doeken op haar hoofd, net zolang tot haar gezicht in de stapels stof is verdwenen.


Maar Doringer is allesbehalve een Theo van Gogh. Geen moment is de toon van Faceless provocerend of grimmig. De pijlen zijn niet gericht op de islam. Geraffineerd draait Doringer het debat juist weg van waar het begon: van de angst voor islam en terreur, naar de war on terror met zijn extreme behoefte aan controle en transparantie. In die wereld symboliseren boerka en hoofddoek niet langer de vijand. De boerka biedt juist bescherming. Die is bij Ekici een tent om in te schuilen. Die houdt bij Adam Harvey, met zijn thermisch reflexieve stof, drones op afstand en is ondoordringbaar voor dataverkeer. Die is, als in de pixelbivakmuts van Martin Backes, een schild tegen de blik van beveiligingscamera's.


Hoe ver de controle en inbreuk op je privacy inmiddels zijn gevorderd, lezen we dagelijks in de krant. Dat blijkt ook uit een werk van Jill Magid, speciaal gemaakt voor een nieuw onderkomen van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst. Een deel van haar neontekstwerken, bedoeld om de AIVD een vriendelijker smoel te geven, is door de dienst geconfisqueerd. Haar mond is gesnoerd, omdat ze te dicht op de huid van het instituut zou zitten.


Maar het wrangst is het filmpje van Zach Blas, over de huidige stand van de technologie. De film begint bij een 'onschuldig' experiment: in hoeverre kun je de seksuele geaardheid van een mens - lees, homoseksualiteit - aan een gezicht aflezen. En ja, dat schijnt mogelijk te zijn aan de hand van een aantal biometrische gegevens. Tegelijk laat Blas zien hoe ver gezichtsherkenning is doorgedrongen in het alledaagse leven.


Zo leggen Amerikanen beelden van bewakingscamera's naast beelden van de Superbowl om misdadigers op te sporen. Een stap verder, en een onwelgevallig regime of machthebber scant de massa op ras, klasse, geslacht of seksuele voorkeur. Dan opeens is het door Blas gemaakte roze flikkermasker, waarin alle biometrische homokenmerken door elkaar zijn gehusseld, geen grap meer, maar een noodzaak om je tegen Big Brother te weren.


Zo kruipt deze tentoonstelling onder je huid. Schalks, met humor, met schijnbaar vrolijke maskers en helmen, doemt een angstaanjagend toekomstbeeld op. Om te ontsnappen aan de alom aanwezige, supergeavanceerde, privacy ondermijnende technologie, moet je rigoureuze maatregelen nemen. Je kunt je gezicht onherkenbaar verbouwen door middel van plastische chirurgie, zoals kunstenaar Martin C. de Waal doet, met afschrikwekkend gevolg. Je kunt een robothelm opzetten à la Daft Punk, waardoor niemand meer weet wie onder welke helm schuilgaat en samenleven horror wordt. Het alternatief is aantrekkelijker: elke dag carnaval, met op je neus een feestmasker dat zand strooit in het computerrad.


Videoverslag


Bogomir Doringer (1983, Belgrado) is opgeleid tot zowel modeontwerper als tot kunstenaar, en is een nieuwe ster aan het curatorenfirmament. In de tentoonstelling Faceless mixt hij kunst en mode en maakt hij korte metten met het cliché dat een modeontwerper zich verre houdt van engagement.


Onthullend is het lang niet getoonde videoverslag van de lente-zomercollectie uit 2001 van modeontwerper Raf Simons. Drie maanden voor 11 september nam Simons stelling in het ontluikende islamdebat door zijn mannelijke modellen met fraaie Arabische hoofddrapering de catwalk op te sturen. Op hun T-shirts stonden opschriften als: 'We kunnen het niet meer ontkennen'. Of Simons daarmee de vermeende moslimterreur bedoelde, of het feit dat het westen met de islam zal moeten leren leven, is niet duidelijk. Wel riep Simons de samenleving luid en duidelijk op het heikele onderwerp onder ogen te zien en niet de angst te laten zegevieren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden