Geen geruststellende gedachte

In de Britse golf van toneelstukken die Nederland overspoelt, staat geweld centraal. Agressie van de straat, die de huiskamer is binnengedrongen....

BIJ Alex d'Electrique vonden ze het hoog tijd voor een tegengolf. Een Scandinavische bijvoorbeeld. Uiteraard 'snel opkomend', zoals het een golf betaamt. En met een aanstormende 'coming man'.

Ter gelegenheid van het twintigjarige bestaan van de groep riep Alex d'Electrique een jonge Noorse schrijver in het leven. Maakt u kennis met Henrik Stohl: AV-kunstenaar en veejay, zanger van een transavantgarde-popgroep en nadrukkelijk jong. Schrijver van de Noorse hit Blokhut die al een jaar lang in het Brainspalter-theater draait.

Natuurlijk waren er critici - zoals ondergetekende - die erin tuinden. Er bestaat immers niks fijners dan het signaleren van een splinternieuw talent uit een ver land, met een theatertaal die vreemd genoeg naadloos aansluit bij wat wij kennen. Dat de introductie van Stohl in het persbericht nogal gezwollen was, paste wel bij de brutale toon die Alex d'Electrique doorgaans aanslaat. Pas als je weet dat Stohl een verzinsel is, herken je enigszins gegeneerd de echo van je eigen bewoordingen. De verloedering van de familie in Blokhut zou 'een ontluisterend doorkijkje' geven naar 'de deplorabele staat van de hedendaagse westerse maatschappij'.

Vooral de termen 'verwoestende vitaliteit' en 'Tarantiniaans geweld' uit het bericht doen een verontrustend belletje rinkelen. Zijn die woorden niet rechtstreeks afkomstig uit recensies over Nederlandse voorstellingen van Trainspotting of Shopping & Fucking, over Penetrator of Blasted? Verwoestende vitaliteit en Tarantiniaans geweld, dat zijn inderdaad precies de kwaliteiten die critici omarmen in de toneelstukken van de veelgeprezen Britse golf. Een omarming waar ook de Nederlandse gezelschappen voorlopig in volharden, gezien het opvallende succes waarmee de afgelopen jaren recente Britse stukken hier worden opgevoerd.

Wie al die stukken op een hoop veegt en al die teksten eens achter elkaar leest, begrijpt de aandrang van Alex d'Electrique om met dit succes de draak te steken. En waarom Ko van den Bosch de hoofdpersoon van zíjn Blokhut voortdurend 'extreem gewelddadig' noemt - zijn vaste rekwisiet een hakbijl waar hij mee rond dient te zwaaien. Blader door de teksten van Rebecca Prichard, Jess Walters, Marc Ravenhill, Sarah Kane, Anthony Neilson of Enda Walsh en je stuit telkens op dezelfde ingrediënten. Pilletjes en sterke drank, handtastelijkheden en geknok, gepijp en geneuk, bloed en kots, messen en pistolen. De vertalers moeten flink geïnvesteerd hebben in slang-woordenboeken, want de schrijvers - afkomstig uit alle delen van het Britse gemenebest - hanteren veel dialect en hun zinnen staan bol van vloeken en scheldwoorden.

MARIE: Kut man, het toneelstuk.

BOO: Ik vertel ze geen reet.

MARIE: Wat?

BOO: Ik vertel ze geen reet. Als jij voor lul wil staan, moet jij dat zelf weten. Ik vertel ze geen reet.

Zo luidt het begin van Rebecca Prichards Wild Grrrl, afgelopen seizoen gespeeld door ZEP in regie van Peter Pluymaekers. De stoere taal maakt de Britse stukken in ieder geval geschikt om jongeren te trekken - Diskoobigge van Enda Walsh vormt momenteel de openingsvoorstelling van het Amsterdamse jongerentheater van De Theatercompagnie.

Grof is de taal die de personages uitslaan. Grof zijn de locaties waar ze zich ophouden: een verwaarloosd appartement, een anoniem café of een kille disco. De figuren zijn doorgaans afkomstig uit een grootsteedse achterbuurt of de provincie. Hun geschiedenis staat in het teken van mishandeling en incest. En dat geldt ook voor hun toekomst. Als er al iets van liefde gloort tegen het eind van een van deze stukken, dan is het liefde van een volstrekt foute soort. De liefde tussen een zus en haar dode broer in Sarah Kanes Cleansed. De verwantschap tussen twee misbruikte tieners in Jess Walters Terracotta, die elkaars botten voelen in plaats van elkaars zachte huid te strelen. De verstikkende omhelzing waarmee een geflipte soldaat zich in Anthony Neilsons Penetrator vastklampt aan een jeugdvriend.

Het is liefde die alleen maar tot meer ellende kan leiden. En toch warm je je eraan, net als de figuren uit de stukken, omdat het de enige sprankjes tederheid zijn in een keiharde wereld.

Aan rottigheid zijn we in het theater wel gewend, maar dat begint meestal onderhuids en komt pas tegen het einde van een toneelstuk tot een uitbarsting. In de Woyzeck die Zuidelijk Toneel Hollandia zojuist heeft uitgebracht, verlaat de arme soldaat Woyzeck het toneel als een robotachtige moordmachine, maar daar is wel anderhalf uur lang naartoe gewerkt. De soldaten in Penetrator en in Sarah Kanes Blasted zijn al in zo'n opgefokte killer-mood als ze onuitgenodigd het stuk komen binnenvallen.

Heroïnespuiten gaan in de jonge Britse stukken niet in armen, maar worden in ooghoeken gejast. Een gebroken fles wordt niet in een gezicht geduwd maar in een kontgat. Pikken gaan niet in vagina's maar in diepvrieskippen of in rottende stukken lever. Een baby wordt niet uit baldadigheid gestenigd, zoals Edward Bond veertig jaar geleden Engelse achterbuurtkinderen in zijn Saved liet doen. Dat straatgeweld is in de tussenliggende jaren de gezinnen binnengedrongen. Een baby wordt door de eigen coke-moeder vergeten en verhongert in z'n bedje (Trainspotting van Irvine Welsh). Of wordt door een vluchtende moeder weggegeven en in een Londons hotel opgegeten door een oorlogsjournalist met uitgestoken ogen (Blasted). Kan het onsmakelijker?

Een brute overdaad kenmerkt ook de stukken die Ko van den Bosch schrijft voor Alex d'Electrique. Maar er is een belangrijk verschil. Voor de ex-cabaretiers van Alex draagt een grote hoeveelheid geweld bij tot het absurdistische gehalte van een toneelstuk. Hoe meer nepbloed er vloeit, des te feestelijker is de voorstelling. In Blokhut druipt het rode goedje van de handen van acteur René van 't Hof, als de Allard die hij speelt achter de schermen zijn extreem gewelddadige vader in stukken heeft gehakt. Geestig genoeg probeert Van 't Hof die druipende handen te verbergen als hij bij binnenkomst in de huiskamer z'n moeder hoort klagen dat Allard altijd nét op de verkeerde momenten probeert te suggereren dat er iets spannends is gebeurd.

Naar zo'n relativerende grap zul je vergeefs zoeken in de jonge Britse stukken die Nederland hebben bereikt. Hoe verknipt de mensen en de gebeurtenissen ook zijn, de chaos blijft binnen de perken van het toneelstuk. Dat heeft te maken met een verschil tussen de Nederlandse en de Britse toneelcultuur. Toneelteksten worden bij ons vaak 'op het podium' geschreven door regisseurs en acteurs. De Britse schrijvers opereren zelfstandiger. Al zijn ze vaak in dienst van een gezelschap - als zogenaamde writer in residence - hun teksten zijn veel meer 'af' als ze worden aangeleverd.

Het nadrukkelijke besef dat het allemaal maar theater is waar we naar kijken, blijkt typerend voor Nederland. Britse schrijvers nemen de wereld die zij oproepen letterlijk bloedserieus. De enige dubbelzinnigheid die zij zich veroorloven, is de mogelijkheid dat de gruwelen in het stuk zich afspelen in de hoofden van de figuren. Maar dat is geen geruststellende gedachte. Het geweld is het menselijk bewustzijn komen binnenvallen als de killer-soldaten uit de stukken van Kane en Neilsen. Zelfs in de diepste schuilkelders van zijn eigen gemoed vindt de mens geen rust meer.

Dat Rebecca Prichard haar wild grrls laat benoemen dat ze in een voorstelling staan, is uitzonderlijk. Verder verwijzen de Britse schrijvers nauwelijks naar het fictieve karakter van de wereld die zij oproepen. En paradoxaal genoeg maakt het de meiden van Prichard alleen maar realistischer. Het is alsof Boo en Marie door een regisseur van de straat zijn geplukt, met de opdracht om hun levensverhaal te vertellen. Alsof het stuk waar zij in staan, deel uitmaakt van de een of andere dramatherapie. Het toneelstuk is misschien niet echt - de meiden zijn dat wel degelijk.

Dat beweren ze zelf ook. 'Wij komen uit Hackney', stelt Boo uit Wild Grrrls 'D'r wordt een zooi geouwehoerd over Hackney door lui die er nooit zijn geweest, en die ouwehoeren ook over de mensen daar, zonder dat ze d'r ooit iemand hebben gezien. Dus ik en Marie gaan jullie een verhaal vertellen hoe het ECHT in mekaar zit.'

Hier wordt een aanspraak gedaan op de werkelijkheid, iets waar Nederlandse toneelschrijvers veel bescheidener in zijn. Wie in dit land naar documentair theater streeft, nodigt de betreffende personen zelf wel op uit op het toneel of monteert een tekst op basis van interviews. Als Ko van den Bosch het over de Balkan-oorlog heeft, spreekt daaruit een oprecht engagement, maar ook het besef dat theater tegenover dat echte geweld machteloos staat.

In de jonge Britse stukken - waarvan de eerste geschreven werden in het tijdperk van Thatcher, is de vijand de onverschillige staat. De schrijvers wilden de culturele upper class de ogen openen voor wat er in de rest van hun land gebeurde. Zo overzichtelijk is het in Nederland niet. We abstraheren liever van directe politieke zaken. Prefereren een filosofische beschouwelijkheid boven een maatschappelijke woede, de satire boven de aanklacht.

In Srebrenica! van Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch bleef de oorlog ver weg, en de door Nederlandse tanks overreden moslims leken (toen nog) een gerucht. De kritiek van Vorstenbosch ging niet gepaard met een verlangen om de oorlogsverschrikkingen voelbaar te maken. De jonge Britse toneelschrijfkunst wordt gevoed door het verlangen de gewelddadigheden uit de buitenwereld door te laten dringen in hun teksten.

'Ik heb gezien hoe ze mannen de oren afsneden', vertelt de gedeserteerde soldaat in Penetrator aan de de jeugdvrienden bij wie hij is binnen komen vallen. 'Ik heb gezien hoe ze meisjes in hun kut schoten. Ik ben niet bang voor bloed aan mijn handen, warm bloed dat over mijn handen stroomt. Laat mij gaan. Doen wat ik moet doen. (zingt) Een Arabisch meisje, zwaargewond, ligt langs de kant van de weg. Ik ben zo geil, ik zou haar vol kunnen pompen. In haar kont naaien. In haar gezicht spuiten. Maar ik spaar de kut voor mijn kameraden.'

Penetrators, dat zijn die Britse stukken eigenlijk allemaal. Projectielen die op het publiek worden afgeschoten met het doel de beschermlaag af te krabben. Door de huid heen, op het bot. In iedere tekst zit wel een fragment dat je als lezer niet gelezen had willen hebben. Een beeld dat je niet had willen zien. In Cleansed verliest een onschuldige jongen zijn tong omdat hij zijn vriend wil kussen, en zijn ledematen omdat hij ermee wil strelen. Aan de theatermaker de onmogelijke opdracht om zo'n regie-aanwijzing uit te beelden; veel teksten lijken eigenlijk geschreven voor de film, waar het 'Tarantiniaanse geweld' veel meer op z'n plaats is. Tarantino laat het bloed vrolijk in het rond spetteren, maar hij maakt tegelijkertijd de verwoesting voelbaar die een kogel aanricht in een menselijk lichaam.

In de voorstelling van de Brusselse Bottelarij maakte regisseur Franz Marijnen de verminking van het jongenslichaam in Cleansed aannemelijk. Onder het motto 'Je neemt dit stuk serieus of je doet het niet' werden de kwetsbare figuren uit Kanes gruwelkabinet één voor één op een massief hakblok geofferd. Het afgehakte handje dat over het toneel stuiterde, riep geen bevrijdend gegiechel op. Dit is echt, rilde de toeschouwer, met in het achterhoofd de zelfmoord van Kane.

Het is de vraag of je zover mee moet gaan in het depressieve wereldbeeld van een jonge maar dode Engelse schrijfster. Want eigenlijk was deze voorstelling onverteerbaar somber. Het wachten is op de eerste Nederlandse regisseur die óók de humor inziet van al dat Britse geweld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden