Geen gepolder

Muzikanten vertellen in Take Five over de vijf favorieten in hun platenkast. Deze week: klassiek pianist Ivo Janssen. Op 28 april speelt hij Canto Ostinato in de Amsterdamse Beurs van Berlage.

Zo'n vijf jaar geleden heeft Ivo Janssen Simeon ten Holts Canto Ostinato opgenomen. De succesvolle pianist, die ook geregeld in het buitenland concerteert, deed het alleen.

'Voor die tijd nam iedereen Canto Ostinato op in een bezetting van ofwel meerdere piano's of andere instrumenten. Niet solo op de vleugel. Ik had het het stuk altijd een beetje gemeden omdat ik dacht dat het op zijn minst op meerdere piano's gespeeld moest worden. Ik heb daar toch een zekere huiver voor, omdat ik een beetje een eigengereide musicus ben die het fijn vindt om het in zijn eentje voor het zeggen te hebben. Met zijn tweeën of meer kan het snel ontaarden in muzikaal gepolder.'

Maar componist Ten Holt zelf vertelde aan Janssen dat het stuk ook prima geschikt is voor solopiano. Dus het kon en het mocht. 28 april speelt Janssen de Canto in de Amsterdamse Beurs van Berlage, weer in zijn eentje. Maar dat betekent niet dat de pianist een einzelgänger is. Hij speelt ook veel en graag kamermuziek met anderen en is altviolist in een strijkkwartet. 'Het is ook meer de combinatie van meerdere piano's die voor mij ongemakkelijk voelt. Eén vleugel is al zo'n groot ding met zo veel snaren en mogelijkheden.'

Een individualist misschien, maar wel een heel sociale. Een wiens eigengereide mening onverzettelijk wordt omgezet in daden. Al vanaf zijn prilste pianojaren, toen hij wist dat hij het achter de toetsen veel beter zou doen dan zijn zusje en haar plaats op het pianokrukje innam. Tot aan 1998, toen Janssen besloot dat in navolging van vele anderen ook hij het gehele klavierrepertoire van Bach op cd, op zijn eigen label, wilde vastleggen. 'En ja, ik heb mezelf wel degelijk de vraag gesteld: heb ik iets toe te voegen aan de catalogus?'

Wellicht. Hij vond dat de Bachuitvoeringen allemaal wel een stuk transparanter konden. 'Vaak wordt het pedaal gebruikt om dingen te verdoezelen en bij de meeste opnamen hoor je toch altijd eerst de pianist en dan pas Bach. Ik wilde de componist weer centraal stellen. Ik denk dat me dat wel gelukt is, ja.'

1

Amadeus Quartet en Christophe Eschenbach Brahms pianokwintet in f mineur (2003)

'Opus 34. Het is het eerste stuk waarvan ik me kan herinneren dat ik het steeds maar weer opnieuw opzette. Ik houd ook van die combinatie piano en strijkers. Komt misschien doordat ik ze beide speel. In de vier delen van het veertig minuten durende stuk zit van alles. Het eerste deel bijvoorbeeld gaat heel diep, zoals Brahms dat kan, en heeft iets majestueus, terwijl vanuit het scherzo een constante dreiging uit gaat. Dat alles met een mooi gevoel voor harmonie en akkoordsequenties. Wat dat betreft is Brahms altijd goed. Hij heeft net als Bach iets onafwendbaars. Zo moet het zijn, het kon niet anders. Terwijl je bij sommige andere componisten het gevoel hebt dat de muzikale lijn zich ook op een andere manier had kunnen ontwikkelen.'

2

Svjatoslav Richter

Zevende en negende pianosonate van Prokofjev (2011)

'Een van mijn grote Russische voorbeelden. Het zijn twee oorlogssonates die Prokofjev ten tijde van de Tweede Wereldoorlog schreef. Vrij agressieve, heftige stukken met veel accenten en gooi- en smijtwerk. Daarom ook heel moeilijk en virtuoos. Dit zijn nu typisch van die stukken waarmee je op concoursen hoge ogen gooit. De negende is een stuk minder bekend dan de zevende maar biedt een fraai tegenwicht. Hij is wat minder vooruitstrevend en excentriek. Dit is waanzinnig repertoire.'

3

Tom Waits

Blue Valentine (1978)

'En dan met name het nummer Kentucky Avenue. Het is die combinatie van muziek en de supermelancholische tekst over jeugd en vrienden. Hartverscheurend. De muziek doet niet veel meer dan pendelen tussen twee akkoorden, maar meer heb je soms ook niet nodig. O ja, ik kan ook heel erg van popmuziek genieten. Het gaat er mij helmaal niet om hoe complex de muziek is om hem op waarde te schatten. Ik ben toch meer een intuïtieve luisteraar dan een rationele. Maar ik blijf me als klassiek musicus toch altijd erover verbazen dat iedere popmuzikant zichzelf willens en wetens beperkt tot liedjes van tussen de drie en zes minuten.'

4

Paul Simon

So Beautiful So What (2011)

'Dit vond ik echt een ontdekking. Op die plaat staan zulke mooie, heftige en ook treurige liedjes: Questions for the Angels, Love and Hard Times. Daarbij zit het ook goed in elkaar als je met klassieke oren luistert. Er gebeurt echt wel wat harmonisch. Ja natuurlijk, Graceland, dat als meesterwerk wordt beschouwd, overschaduwt zijn latere werk. Maar het verbaast me wel dat dit niet als een van zijn beste platen wordt beschouwd. Nou ja, denk ik dan, dat komt wel.'

5

Michiel Borstlap

Solo 2010 (2010)

'Ik heb vijftien jaar geleden met Michiel een tournee gedaan. Voor mij een vuurdoop in improvisatie. Ik speelde Bach en Prokofjev en improviseerde daar in meer of mindere mate op. Michiel gaat daar veel verder in. Veel jazzmuzikanten die improviseren, schudden het niet zomaar uit hun mouw. Ze hebben een enorm vocabulaire aan melodieën waar naar believen uit geput kan worden, een register aan riedeltjes. Wat je hoort, wordt zelden ter plekke verzonnen. Niet bij Michiel. Als hij improviseert zie je hem ook echt zoeken en dat vind ik mooi. Dat resulteert op die soloplaat in een heel eigen Borstlapidioom, een eigen geluid waar ik veel van hou. Michiel heeft me een belangrijke les geleerd. Hij zei ooit: 'Als ik niets hoor dan speel ik ook niets.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden